Joomla Template by Create Website

Tocht door de koffiestreek van Colombia

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Medellin

Op 24 november vliegen we van Santa Marta naar Medellin.

 
Botero: Exit Pablo...

Vroeger was dit de meest onveilige stad ter wereld, toen Pablo Escobar hier het hoofdkwartier had van zijn drugskartel. In 1993 is hij gedood en nadien is zijn kartel uit elkaar gevallen en vervangen door het Cali-kartel. Sindsdien is er keihard gewerkt aan het opbouwen van een normale samenleving in Medellin.

 

 

  
Slums?

 

 

 

 

 

 

Er is een goed werkend metrosysteem, spotgoedkoop en intensief. Omdat de bevolking trots is op haar metro ziet het er allemaal goed uit, zonder graffiti. Medellin is in de heuvels gebouwd en de sloppenwijken die daar tegenaan liggen zijn door middel van kabelbanen verbonden met de metro. Zo kan iedereen in een mum van tijd in het centrum zijn. Een van de kabelbanen leidt naar een park buiten en boven de stad, een half uur lang zweef je boven het bos voor je er bent.

  
Medelin vanuit de kabelbaan

Er wordt veel aandacht besteed aan het gewelddadige verleden van de stad en aan de slachtoffers van dit geweld. We bezoeken het pas geopende Casa da Memoria, wat helemaal aan dit onderwerp is gewijd. Helaas is de expositie grotendeels in het Spaans, maar de boodschap komt wel over. Er is een zuil met video's van slachtoffers, die (gelukkig in het Engels ondertiteld) vertellen wat ze hebben meegemaakt: boeren die van hun land zijn verdreven, vrouwen en meisjes die verkracht zijn, vrouwen  van wie een zoon of echtgenoot verdwenen en vermoord is, journalisten, studenten en advocaten die om hun ideeÎn vervolgd zijn etcetera. Zeer indrukwekkend. Men probeert hier iets te leren van de geschiedenis.

  
Pedrito Botero
Plaza Botero

Ons Hotel Nutibara, (meer vergaan dan glorie) ligt zeer centraal aan het Plaza Botero. Fernando Botero is een Colombiaanse kunstenaar die ongelofelijk productief is en die meer dan 100 van zijn kunstwerken aan het Museo de Antioqua (moderne kunst) en aan de stad Medellin heeft geschonken. Hij beeldt zijn figuren, zowel mensen als dieren, uit als in een bolle spiegel. Hij zelf noemt het effect wat dit heeft volumineus, niet dik. Het is even wennen, maar dan is het prachtig. Zijn bronzen beelden zijn kolossaal en staan voor een deel buiten op het plein voor het museum. Iedereen laat zich daar fotograferen. 

   

 

 

 

 

 

Men is druk bezig om de straten en pleinen te versieren voor de kerst. Overal worden grote stellages opgebouwd, die ís avonds verlicht worden. Het bijzondere is dat dit voor een groot deel van lege PET-flessen is gemaakt. Flessenbodems die in verschillende kleuren zijn geverfd, doppen, en flessenhalzen,  alles wordt afzonderlijk gebruikt.

Jardin

Met de bus gaan we naar Jardin, een tocht die normaal zo'n 4 uur duurt, maar die door onze buschauffeur bijna laagvliegend in 3 uur wordt afgelegd. We racen door de haarspeldbochten in de bergen en dubbele strepen of onoverzichtelijke bochten weerhouden hem er niet van om inhaalmanoeuvres uit te voeren.

 
Jardin: Parque Principal

Jardin is een bergdorpje in de Andes, een zogenaamde paisa. Dat is een origineel boerendorp, waar de huizen in vrolijke kleuren zijn geschilderd. Het ligt midden in de koffieplantages en dit gebied is zeer welvarend. Het dorp is schoon, alles ziet er goed verzorgd uit. Er lopen nog veel echte cowboys rond, die 's avonds te paard en muildier paraderen rond het dorpsplein.

 

   

 

 

 

 

 

Alle restaurantjes hebben gekleurde tafeltjes en houten stoeltjes, wat het plein een vrolijk aanzicht geeft. Op de stoeltjes kun je alleen comfortabel zitten als je het stoeltje kantelt op de achterste poten en tegen de muur leunt.

Iedereen drinkt er koffie in grote gebloemde koppen. Melk erin betekent een vel. Op het plein staan karretjes waar vers fruit (mango's, meloen, ananas, aardbeien, kokos) wordt schoongemaakt en in stukjes gesneden in bekers wordt verkocht. Voor 2000 pesos (60 eurocent) worden 5 sinaasappels geperst. Als de beker dan niet helemaal vol is, wordt er nog 1 geperst, de beker tot over de rand gevuld, voor je mond gehouden zodat je er iets uit kunt slurpen en dan wordt de rest van het sap er in gegoten. Verser en smakelijker kan het niet.

   

Rond Jardin kun je prachtige wandelingen maken met indrukwekkende vergezichten. Veel bloemen en vogels. We lopen een weggetje af waarvan we hopen dat het rondom de berg slingert en ons terugbrengt naar het dorp. Dat is niet het geval, het loopt dood op een afgelegen finca (boerderij). De vrouw daar noodt ons binnen voor een glas jugo (vruchtensap). Voor de zoveelste keer balen we dat we geen woord Spaans spreken en zoveel hartelijkheid niet verbaal kunnen beantwoorden.

    

Op zondagochtend is het eindelijk rustig bij de kapper en ik vind dat Huib nodig geknipt moet worden. Onder enige dwang laat hij zich binnenloodsen bij een aardige oudere heer, die hem zorgzaam knipt. Hij checkt de lengte van het kapsel enkele keren bij mij.

  Als Huib er weer netjes uitziet vindt de kapper het mijn beurt. Inderdaad ziet mijn pony er wel wat slonzig uit, dus vooruit, ik laat me ook in de stoel zetten. Keurig wordt de pony niet te kort geknipt. Dan gebaart hij dat ik de speld uit mijn haar moet halen, voor de rest. Inmiddels is mijn vertrouwen wat gegroeid en ik gebaar dat er aan de onderkant wel wat bijgepunt mag worden.

 Ik ben al een jaar bezig om de laagjes uit mijn vorige kapsel te laten bijgroeien, voor het gemak van opsteken. Handig als je zeilt. Groot is mijn schrik als hij een pluk haar midden op mijn hoofd beetpakt en daar de schaar in zet om er 10 cm af te knippen. Ik geef een gil en hij grijnst in de spiegel naar me. Het zweet breekt me uit. Geen weg terug, na deze hap. Hij knipt de achterkant in lagen, laat de lengte onder intact en is zelf zeer tevreden over het resultaat als hij mijn haar op mijn rug borstelt. Dit kapsel is zeer populair bij de vrouwen hier, maar die hebben prachtig dik diepzwart haar wat mooi valt en hij weet niet hoe mijn dunne Europese haar er na een wandelingetje en wat wind uitziet. Ik ben dagen van slag.

Hacienda Guayabal

Vanuit Jardin boeken we een paar nachten in Hacienda Guayabal, een koffiefarm in Chinchina. We moeten op maandagochtend om 8 uur de bus hebben naar Riosucio. Voor de zekerheid zijn we een half uur eerder present bij het kantoortje. We hoeven geen ticket te kopen, de bus komt zo.

    

Er is veel verwarring, maar uiteindelijk blijken we de zogenaamde Andesbus te moeten hebben: een in vrolijke kleuren geschilderde bus, aan de zijkanten open, met houten banken over de hele breedte. De tocht door het Andesgebergte, over een dirt-road tussen 2 natuurreservaten door, duurt ruim 4 uur. Onderweg worden midden in de wildernis een paar vrouwen en kinderen opgepikt, er moeten lege gasflessen mee, een kapotte autoband en geleidelijk raakt de bus aardig vol. De chauffeur rijdt behoedzaam langs de afgronden, waarbij hier en daar de grond afbrokkelt als wij gepasseerd zijn. Er zijn gelukkig geen tegenliggers. De radio speelt vrolijke muziek die door de vrouwen luidkeels wordt meegezongen. Halverwege stoppen we bij een nederzettinkje waar we koffie en soep kunnen krijgen. Het is koud, we rijden op grote hoogte door flarden wolken. De Colombianen zijn goed voorbereid met fleece-dekens. In Riosucio worden we direct uit de bus geplukt, want de aansluiting naar het volgende stadje staat al klaar. Na nog een bus en een korte taxirit zijn we om een uur of 3 in Guayabal.

 De farm is al meer dan 100 jaar in dezelfde familie en Maria Theresia, oma, laat er geen misverstand over bestaan dat zij de eigenaar en de baas is. Zoons, dochters en kleinkinderen werken op het bedrijf mee, ieder in een eigen taak. We worden allerhartelijkst ontvangen en in de familie opgenomen. We krijgen de mooiste kamer met aan 2 kanten ramen met uitzicht over de vallei met onafzienbare koffiestruiken. Het doet wel een beetje aan Toscane denken, in het avondlicht.

 

  
Op koffietoer

De volgende dag doen we de "koffietoer". We worden over de plantage geleid, krijgen uitleg over de aanleg en de groei van de planten, de pluk etc. Daarna geeft zoon Jorge, een zeer serieus, ietwat zorgelijk type, een college over het verwerken van de bonen. Hoe te roosteren, te drogen en vervolgens koffie te zetten. Afhankelijk van de manier waarop je de koffie zet (watertemperatuur en doorlooptijd) krijg je een andere smaak van de koffie. Heel eerlijk gezegd vinden we de Colombiaanse koffie niet erg lekker, en dat blijkt te komen doordat de goede koffiebonen worden geëxporteerd en de tweede keus in het land blijft.

 
Koffieplukkers met dagopbrengst

Boeren zijn afhankelijk van een landelijke coöperatie die hun bonen opkoopt en exporteert. In onze ogen krijgen zij weinig betaald, ongeveer 140 euro voor een zak met 70 kilo bonen. Het grote geld wordt door anderen binnengehaald. De meeste boeren houden een klein gedeelte van de bonen zelf, roosteren dat zelf voor eigen gebruik en verkopen er wat van. Het lukt ze niet om als individuele speler op de internationale markt te komen. Juan Valdez is een organisatie die beweert dat ze de boeren beter betaalt (fair trade), maar dat is propaganda volgens Jorge.

  Op de hacienda staan verschillende voedertafels met fruit voor vogels. ís Ochtends vroeg worden daar verse bananen op gelegd, dan kun je met je camera in de aanslag gaan zitten kijken. De vogels vliegen af en aan en schrokken de banaan naar binnen. Met veel moeite en geduld lukt het om een paar mooie foto's te maken. De meest opvallende vogel gaat er eens echt voor zitten, draait zijn kop met blauwe krans alle kanten op en poseert langdurig voor ons.

  Ook hier is de kerstsfeer al in volle gang. De tuin staat vol met houten kersttaferelen, waar wij proberen langs te kijken om het uitzicht niet te laten bederven. Na 2 dagen relaxen in vol pension met heerlijk eten nemen we afscheid van Guayabal en vertrekken naar Salento, 2 busritten verderop. 

 

 

Salento

Ook dit is een pittoresk bergdorp, maar veel toeristischer dan Jardin. De hoofdstraat bestaat uitsluitend uit souvenirs-winkeltjes. Het dorp is vooral beroemd door de ligging vlakbij de Valle de Cocora. 

  

 

In deze vallei, die grotendeels bestaat uit weideland, staan de hoogste palmbomen (waxpalms) ter wereld, zo'n 60 meter hoog. De waxpalm is de nationale boom van Colombia. Vanuit Salento word je per Willy's (jeep) naar de vallei gebracht. Op zich een belevenis, omdat er in de laadbak 8 mensen worden gestouwd, naast de chauffeur 2 en op de treeplank achterop 3 (staand en zich aan het imperiaal vasthoudend).

   

Op ons gemak lopen we naar de finca op 2850 meter, waar we een kop koffie kunnen krijgen. Het is bewolkt weer, de palmen hangen af en toe in de flarden wolken. Zelfs op deze hoogte zien we nog veel bloemen en bij de finca zoemen er weer hummingbirds (kolibries) in de struiken. Prachtige vergezichten en een heerlijke frisse atmosfeer. Het is ook wel weer eens fijn om onder een deken te slapen.

  
Pereira Muzikanten

Vanuit Salento gaan we terug naar Pereira en vandaar vliegen we naar Cartagena. Het middagje in Pereira vullen we met shoppen. Voor 130 euro heeft Huib een hele nieuwe outfit bij elkaar van het Colombiaanse merk VO5. De vriendelijkheid en de hulpvaardigheid van de mensen is hartverwarmend. Op het busstation in Pereira moeten we de sleutel van onze kamer die we per ongeluk mee hebben genomen, terugsturen naar Guayabal. Niets wordt hier per post gestuurd, alles gaat met de bus mee. We gaan naar de desbetreffende busmaatschappij, maar daar begrijpen ze ons niet, ze denken dat we een ticket willen kopen. Dan komt er iemand op ons af die een beetje Engels spreekt en vraagt of hij kan helpen. Hij wijst ons waar het loket is om pakjes af te geven en loopt mee om daar aan de balie uit te leggen wat er moet gebeuren.

  
Koekje van eigen deeg...

We zijn nog een tijdje bezig omdat we van Jorge het nummer van zijn ID kaart moeten weten, dat wordt op het pakketje genoteerd, zodat hij zich kan legitimeren als hij het op komt halen. We zoeken dus een wifiverbinding om hem te emailen, stoelen worden in het cafeetje voor ons vrij gemaakt en onze vriend blijft in de buurt om te checken of alles in orde komt. Zodra je ergens zoekend rondloopt komt er wel iemand op je af om te vragen of hij ergens mee kan helpen.  Als we op de terugweg van Cartagena in Santa Marta uit de bus worden gezet op de dichtstbijzijnde plek voor de marina, stapt er een medepassagier uit om een taxi voor ons aan te houden en de chauffeur te instrueren waar hij ons naar toe moet brengen.

Cartagena

Een vlotte vlucht brengt ons op zondag 6 december in Cartagena. We hebben een hotel geboekt in de historische, ommuurde stad. 

 
Imposante oude gebouwen, leuke pleinen, overal verkopers met sombrero's, souvenirs, sigaren en sigaretten, frisdrank. Ook hier weer veel fruit en jugo te koop op straat. Maar ook hippe tentjes, met airco en verantwoord (uiteraard organisch) voedsel, wat dan weer wel in plastic wordt geserveerd. 's Avonds kun je je in een open rijtuig getrokken door een paard of muildier door de stad laten rijden en ook hier is de stad 's avonds kunstig verlicht.
   
Dance!

Genoeg te zien als je je op een terrasje nestelt. Ook hier zijn de musea vooral in het Spaans, behalve het Museo del Oro, waar net als in Santa Marta de prachtige gouden sieraden en voorwerpen die mee het graf ingingen, tentoongesteld worden. De Zenu indianen waren de oorspronkelijke bewoners van deze streek. 

Met de bus gaan we terug naar Santa Marta, waar we op 9 december Madeleine in goede orde aantreffen. Aan de buitenkant pikzwart door de nabije kolenmijnen, maar binnen droog en zonder kakkerlakken (die ik in visioenen al voor me had gezien).   

 

Santa Marta, Colombia

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 22 november

We hebben lang gedubd of we al dan niet naar Colombia zouden gaan. Recent is een Nederlandse zeilster vermoord op een ankerplaats die als veilig wordt beschouwd. Uiteraard is iedereen hiervan erg onder de indruk, maar de meeste cruisers laten hun plannen hierdoor niet teveel beïnvloeden. Wij besluiten om naar de marina in Santa Marta te gaan, waar we Madeleine veilig kunnen achterlaten als we tochten naar het binnenland gaan maken. We vertrekken op zondag 8 november, uitgezwaaid door onze buren op het Spaanse Water. Het is prachtig weer, we surfen met uitsluitend de genua op de golven richting het westen. In de nacht passeren we Aruba, we zien alleen de lichtjes. De volgende dag neemt de wind wat af en als we maandagochtend bij de Colombiaanse kust komen staat er nauwelijks wind meer, zodat we de laatste uren moeten motoren. De kust is zeer imposant.  De bergen van de Sierra Nevada de Santa Marta zijn de hoogste coastal mountains ter wereld, 5776 meter. We  kunnen de (besneeuwde) twin peaks zien van Pico Cristóbal Colón en Pico Bolívar. Als we de Cabo de la Aguja ronden krijgen we nog even een partij wind van opzij, maar onze navigatiekaarten blijken goed nauwkeurig te zijn en moeiteloos koersen we tussen de eilandjes Morro Grande en Morro Chico door de baai van Santa Marta in. Het is inmiddels donker geworden. We worden tegemoet gevaren door een dinghy van de marina die we van onze komst op de hoogte hadden gebracht, en naar een ligplaats begeleid. We worden keurig geholpen met aanleggen en aanpakken van alle lijnen en even later staan er al cruisers op de steiger die ons hier wegwijs maken. Tegenover ons ligt de "pasgetrouwde" Puff. 

De marina ligt aan de boulevard (Paseo de Bastidas) midden in Santa Marta. Je loopt zo de historische binnenstad in. Het is een mooie stad, met heerlijke pleintjes en erg veel bomen. De bevolking is veelal Indiaans en zeer vriendelijk. De mensen zijn veel ingetogener dan op de Antillen en in de Cariben.

  
Wayuu Mochila's

Ik vergaap me aan de prachtige tassen (mochila's) die door de Wayuu vrouwen worden gehaakt en die op alle hoeken van de straat worden verkocht. Er zijn tassen zijn van wol, in de kleuren zwart, beige en bruin. Veel mannen dragen deze schoudertassen. De kleine tasjes van deze soort werden vroeger(?) gebruikt om cocabladeren in te bewaren. Daarnaast zijn er mochila's in vele felle kleuren katoen. De schouderbanden worden geweven. Elke mochila heeft een uniek geometrisch patroon wat de cultuur en het leven van de Wayuu stam symboliseert. Ik kan geen keus maken en zou er het liefst veel kopen. We bezoeken het Museo del Oro Tayrona, waar de geschiedenis van de Tayrona wordt verteld, de oorspronkelijke bewoners van de Sierra Nevada en de voorouders van de 4 Indianenstammen die hier nog wonen: de Kogis, Arhuacos, Kankuamos an de Wiwas. Prachtige gouden en keramische voorwerpen in goede conditie zijn heel knap tentoongesteld. In de negentiger jaren van de vorige eeuw is de Ciudad Perdida (Lost City) blootgelegd, de belangrijkste archeologische plaats van de Tayrona. De Tayrona hadden een geürbaniseerde gemeenschap met steden, tempels en ceremoniële plekken, die gebouwd waren op stenen terrassen. De naar schatting 30.000 Indianen die nog in de Sierra Nevada leven geloven dat dit het centrum van de wereld is en dat de gezondheid van de bergen het welzijn van de hele Aarde beïnvloedt. Veel plekken in het gebied zijn heilig en verboden voor outsiders. Het museum is gehuisvest in de Casa de la Aduana, het oudste douanekantoor in Zuid Amerika, daterend uit 1531. Hier heeft Simón Bolívar een tijdje gewoond. Bolívar, van Venezolaanse afkomst, heeft in Zuid Amerika een belangrijke rol gespeeld in de strijd tegen de Spaanse bezetters om de onafhankelijkheid (vergelijk Willem van Oranje). Bolívar stond aan het hoofd van het revolutionaire leger en bevrijdde eerst in 1821 Venezuela en in 1822 Nueva Granada, zoals Colombia toentertijd heette, van de Spanjaarden. Later bevrijdde hij ook Ecuador en Peru. Panama was in die tijd een Colombiaanse provincie en is in 1903 afgesplitst onder druk van de Amerikanen, tijdens de aanleg van het Panamakanaal.

 

De Pontjesbrug, Willemstad, Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Willemstad is een twin city , gelegen aan de St Annabaai, de vaarweg tussen de Caribische Zee en het Schottegat, de natuurlijke binnenhaven waar de olieindustrie gevestigd is. De oude stadsdelen Punda en Otrobanda (overkant) worden met elkaar verbonden door 2 bruggen. De oudste, uit 1886, is de pontjesbrug of Koningin Emmabrug voor voetgangers, de nieuwste is de 55 meter hoge Koningin Julianabrug, voor het overige verkeer, geopend in 1974.

De drijvende pontjesbrug is één van de bekendste bezienswaardigheden van Willemstad. De brug zwaait de hele dag op verzoek van passerende schepen open en dicht. Daarbij mogen de voetgangers op de brug blijven staan. Uiteraard kunnen ze er dan niet meer af totdat de brug weer in positie vast ligt. De brug heeft zijn naam te danken aan de pontons waarop hij ligt en die het openzwaaien mogelijk maken. Als de brug openstaat kun je gebruik maken van de gratis veerdiensten om naar de overkant te komen.

Juist toen wij in Curaçao aankwamen werd de pontjesbrug gedemonteerd om gerenoveerd te worden. Eind oktober zou hij teruggeplaatst worden. In de tussentijd werd er in Punda hard gewerkt aan de bestrating van het plein naar de brug toe. Op vrijdag 6 november zijn wij voor het laatst in Willemstad, om ons uit te klaren bij de douane en de immigratie. Tot ons genoegen zien we dat de pontjesbrug weer op zijn plek ligt! Het nieuwe wegdek ruikt nog naar vers hout. We lopen naar de overkant en als we daar zijn, gaat de bel. We stappen in Otrobanda af en zijn er getuige van hoe snel de brug kan zwenken. Aan deze kant draait de brug om een vast punt aan de wal, aan de Punda kant gaat hij open. Hoe ver hij open gaat is afhankelijk van de grootte van het schip wat moet passeren. Maximaal kan de brug langszij de kade van Otrobanda worden gelegd, dus 90 graden zwenken. En het gaat in noodtempo. 

 

Vakantie op Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Dinsdag 27 oktober

Schildpadden

De herfstvakantie breekt aan en Sander en Simone komen met hun kinderen Jasmijn, Roos en Julian naar ons toe. Ze hebben een appartement gehuurd in Jan Thiel, vlakbij onze ligplaats in het Spaanse Water. De airconditioned slaapkamers daar winnen het van onze hete kooien. Het is zelfs voor Curaçaose begrippen erg heet, het is de warmste periode van het jaar en ondanks het natte seizoen erg droog. Er staat bovendien maar weinig wind. Dat laatste maakt een tochtje naar Klein Curaçao aantrekkelijk, omdat dat immers in de wind ligt. We besluiten om er een nachtje over te blijven. Op de weg er naar toe worden we geënterd door de coastguard, die aan boord komt en alle papieren wil zien. We mogen alleen op Klein Curaçao overnachten als we aan een mooring  gaan liggen. Er zijn er 2, en die zijn als wij aankomen allebei bezet. Aan één er van hangen zelfs 2 (Nederlandse) boten die net als wij een weekendje uit het Spaanse Water weg wilden. We weten inmiddels wat de juiste ankerplek is, waar we overigens de vorige keer ook lagen, zien we nu. Huib gooit het anker en veel meters ketting uit en als we het al snorkelend controleren zien we dat het zich mooi in het zand heeft ingegraven en dat de ketting goed op de grond ligt, beter dan de vorige keer.

Schildpad...

Al gauw zien we een schildpad rond de boot zwemmen en de kinderen gaan al zwemmend en snorkelend naar het strand. Wij blijven altijd liever eerst een tijdje aan boord om zeker te zijn van het anker. Opgetogen komt de familie uren later terug: ze hebben heel veel schildpadden gezien en gefotografeerd  met de onderwater camera van Roos. Wij verheugen ons erop om dat morgen ook te gaan zien. Na het eten verandert het weer. Het trekt dicht, er is weerlichten in de verte. Als iedereen slaapt doen we uit voorzorg de ramen dicht, want het kan soms ineens zo hard gaan regenen, dat je te laat bent. In verband met het dreigende onweer zetten we de instrumenten (oa ankeralarm) uit en leggen de apparatuur in de oven (kooi van Faraday). Om 2 uur 's nachts gaat de wind draaien en we liggen plotseling niet meer in 25 meter water, maar in 5. We draaien naar het strand toe, met onze lange ankerketting. Wat te doen? Lijn inhalen? Eerder hebben we daar al eens slechte ervaringen mee gehad. Wachten tot we op het strand bonken is evenmin een aantrekkelijke optie. De beste keus lijkt te zijn om het anker op te halen en weg te gaan. Het anker ligt goed vast, en bij het ophalen komen we in 2 meter ondiepte terecht, maar met zijn drieën (Huib aan de ankerlier, Sander met zijn neus op de ketting en ik aan het stuur) krijgen we de zaak zonder schade binnen. We hijsen de genua en koersen naar  Curaçao terug, naar Fuikbaai. Het onweer drijft in de verte langs ons weg, de wind neemt toe tot een flinke Bft 6. Huib en ik vinden het buiten zittend een relaxed tochtje, maar de familie ligt binnen te bonken in hun bedden. Hoe is het mogelijk, dat we voor de derde keer in het donker weg moeten bij Klein Curaçao en dat we nog steeds niet aan land zijn geweest. De foto's van de schildpadden zijn een schrale troost.

Trips op het eiland

 
Blow Hole!

We maken een mooie tocht naar Shete Boka National Park aan de Westpunt.  Daar zijn enkele blowholes: inhammen waar het zeewater met grote kracht in slaat en de lucht comprimeert zodat er luide knallen ontstaan. Boka Pistol is het meest indrukwekkend, omdat het water daar ook hoog op spat. Af en toe duikt er in het kolkende water een grote schildpad op om even adem te halen en dan weer snel naar beneden te duiken, waar het rustiger is. We zwemmen op diverse schitterende stranden en snorkelen veel. Het hoogtepunt wat dat betreft is Tugboat Beach, waar een oude sleepboot op de bodem ligt die helemaal begroeid is met koraal en waar je in scholen van honderden vissen zwemt. Het is een eindje zwemmen van het strand, maar zelfs Julian van 5 jaar komt moeiteloos mee. Uiteraard gaan we de flamingo's weer bekijken en met een schoteltje suiker lokken we suikerdiefjes en troepialen op de veranda.

Aan het eind van de week blijven wij achter op Madeleine, wat altijd weer even slikken is. Wij hebben nog wat klusjes te doen en bereiden ons vertrek naar Colombia voor.  

 

Wandeling op Klein Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 11 oktober

Curaçao

We hebben een gezellige tijd op Curaçao. We ontmoeten Martin en Francis, rasechte Amsterdammers die ons zeer gastvrij onthalen in hun prachtige villa-met-zwembad uitkijkend over het Spaanse Water en die met ons een hele mooie trip maken over het eiland. Flamingo's aan de westkust en bij de noordpunt,  spectaculaire 'blow holes' en 'natural bridges'. We besluiten de tocht in het authentieke restaurant van "Jaantchie" op de Westpunt. De 80-jarige Jaantchie doet niet aan menukaarten, nee hij komt persoonlijk aan je tafel vertellen wat hij die dag serveert en doet daarbij alle dieren na en laat zijn vingers over je arm gaan als hij bij de leguaan aangekomen is.

Op een mooie maandagochtend maken we in onze marina de huwelijksinzegening mee van Leon en Frieda van de "Puff", op een stijlvol aangeklede steiger en een op en top blinkende Puff. De trouwjurk heeft anderhalf jaar stouwen in zoutwater atmosfeer goed overleefd en staat beeldig. Na het jawoord toeteren wij, verzamelde cruisers, luid op onze scheepshoorns.

We ontmoeten oude collega's en zeggen toe om voor de internisten een voordracht te houden in het St Elizabeth Ziekenhuis en enkele reumapatiënten te zien. 

Bonaire

In de herfstvakantie zullen Sander, Simone, Jasmijn, Roos en Julian naar Curaçao komen. Wij gaan in de tussentijd een uitstapje maken naar Bonaire. Omdat Bonaire ten oosten van Curaçao ligt, kan de tocht daar naar toe behoorlijk heftig zijn, nl tegen wind en stroom in. Als de wind een paar dagen wat afneemt (15 knopen in plaats van 25), gaan we op pad. Tussen Curaçao en Bonaire ligt Klein Curaçao, een onbewoond eiland met een vuurtoren erop, een scheepswrak op het strand aan de oceaanzijde en een prachtig zandstrand aan de beschutte kant. Daar worden veel dagtrips naar toe georganiseerd en daar willen wij een kijkje gaan nemen. Er naar toe kruisend merken we bij het overstag gaan dat de roeren nauwelijks reageren op de stuurwielen. Als Huib in de machinekamer gaat kijken blijkt er inderdaad geen overbrenging te zijn van de stuurinrichting naar de roeren en aan stuurboord is er olie gelekt uit de hydraulische cilinder. We moeten terug om dit in orde te maken. We kiezen er voor om naar Curaçao Marina te gaan, de enige marina in het Schottegat, direct in Willemstad, omdat daar veel nautische bedrijfjes zitten. Met enige moeite lukt het om het telefoonnummer van de marina te achterhalen en contact te krijgen. Natuurlijk is net het beltegoed van mijn lokale telefoon op als ik ons probleem heb uitgelegd, maar we mogen komen. We melden ons netjes bij Port Authority, krijgen toestemming om de Annabaai in te varen en zo tuffen we langs de kleurige kades van Willemstad  en onder de hoge Koningin Julianabrug door.

Handelskade, Willemstad

We meren af aan een vrije langszij steiger in de marina. Daar hebben we enorm geluk, want heel toevallig is daar een hydrauliek expert voor een klus. Hij biedt aan om te komen kijken en hij bevestigt het probleem wat Huib al had vastgesteld: de verbindingen tussen de cilinder en de slangen lekken. Huib had bij het vervangen van de cilinder al geconstateerd dat de bijgeleverde moeren niet goed pasten. Onze vriend maakt nieuwe verbindingen, installeert die en voilà! Binnen 2 uur klaar. Daarna is Huib nog uren bezig om het systeem te vullen en te ontluchten. Ook in de komende weken is hij daar voortdurend mee bezig, voor het hele systeem vrij van lucht is. Precisiewerk. De volgende dag gaan we in de herkansing op weg naar Klein Curaçao. Als ik nog even een kopje koffie wil zetten blijkt de gasfles leeg te zijn, dus ook die moet Huib nog weer even omzetten. We melden ons dit keer niet bij Port Authority, want eigenlijk zijn we inmiddels illegaal in Curaçao. We zijn immers al uitgeklaard en we hebben gister niet de moeite genomen om ons weer bij de douane te melden. Dat is nl een klus waar je gerust een halve dag voor uit kunt trekken. Het Schottegat is de werkhaven van Willemstad waar de grote Isla olieraffinaderij ligt, dus er is veel groot vrachtverkeer.  Als we vanuit de marina de hoek om komen het Schottegat in, liggen we ineens oog in oog met de "Rotterdam", een groot werkschip. Gauw in zín achteruit en aan de kant. Bij de uitgang van de Annabaai ligt weer een reus van een schip, zodat ik peentjes zweet en spijt heb dat ik me niet gemeld heb bij Port Authority. Dan begeleiden ze je nl naar buiten. Het is vrijwel windstil, een uitzondering, en we gaan op de motor naar Klein Curaçao. Heerlijk voor anker in azuurblauw water met een schitterend zandstrand voor onze neus. Lekker weer eens uitgebreid zwemmen. We relaxen een dag aan boord en willen nog een dag blijven om een wandeling over het eiland te maken. Maar de tweede avond komt er een raar bootje naast ons liggen met een druk over het dek heen en weer lopend mannetje die luid loopt te telefoneren en roept dat hij interessante lading aan boord heeft. In tegenstelling tot gisternacht liggen er geen andere boten meer in de baai. Wij voelen ons niet prettig, zien in gedachten al speedboten met ongure types arriveren, bellen de coastguard en besluiten om weg te gaan. Het is al donker, we halen het anker op en zetten koers naar Bonaire. Inmiddels is het weer flink gaan waaien en omdat we niet langs onze verdachte buurman willen varen moeten we via de noordkant om Klein Curaçao heen. Daardoor komen we op een ongunstige koers naar Bonaire uit: we moeten op de motor tegen wind en golven in stampen. Als we vroeg in de ochtend in het donker bij Bonaire aankomen kunnen we de moorings nog niet zien. Ter bescherming van het rif voor de gehele kust van Bonaire mag je nergens ankeren. Je moet gebruik maken van de moorings die voor de hoofdstad Kralendijk zijn neergelegd. We dobberen wat rond tot het licht wordt en leggen dan aan. Vanaf de boot kun je zo het heldere water in en snorkelen. 

Bonaire is onder water minstens zo mooi als er boven. We snorkelen op verschillende plekken en zien een enorme verscheidenheid aan vissen en koraal. Scubadiving is ongetwijfeld nog indrukwekkender, maar op mijn uitdrukkelijk verzoek wagen we ons daar niet meer aan (tot verdriet van Huib). Het eiland is erg droog, met imposante cactussen, zoutmeren vol met roze flamingo's en zoutpannen aan de zuidkust. Hier heeft zich ook weer een minder fraai stuk Nederlandse geschiedenis afgespeeld.

 
Huidige zoutwinning Bonaire

Bonaire was een Hollandse strafkolonie, waar criminelen en weggelopen slaven voor straf moesten werken in de zoutwinning. Slaven stonden blootsvoets in de zoutpannen en moesten met pikhouwelen of blote handen zoutbrokken afbreken, in de brandende zon. Ze sliepen in hun natte zoute kleren in primitieve zelfgemaakte hutjes van bladeren.

 
Slavenhuisjes met (oranje) obelisk

Zij noemden dit gebied  "De Witte Hel". Dertien jaar voor de afschaffing van de slavernij heeft de West Indische Compagnie 2-persoons slavenhutten laten bouwen, naar aanleiding van internationale kritiek op de slechte behandeling van de slaven!

 

 

Washington Slagbaai National Park

Voor een tocht door het Washington Slagbaai National Park huren we een pickup, en dat is geen overbodige luxe op de dirt roads daar. We zijn blij dat we het er zonder lekke band van af brengen met al die scherpe stenen en gemene cactusstekels op de weg.

 

  

Klein Curaçao

Klein Curaçao, vuurtoren

Op de terugweg naar Curaçao willen we weer naar Klein Curaçao, want we zouden daar immers nog rondwandelen. Op zaterdag 10 oktober komen we daar aan het eind van de middag aan, het anker graaft zich prettig in de zandbodem.  Zwemmen, een biertje, hapje eten. Dan valt het Huib ineens op dat we dwars op de wind liggen, die inmiddels flink is toegenomen. Bij ankeren is dat onmogelijk, omdat de neus van de boot altijd in de wind gaat liggen. Als we op de dieptemeter 105 meter zien staan in plaats van 5 meter weten we het zeker, het anker is losgekomen en we drijven af. Het is een stikdonkere nacht zonder maan. Lang leve de kaartplotter, waarmee je je kunt oriënteren. We halen het anker op en er zit niet anders op dan dat we naar Curaçao doorvaren, want hier vertrouwen we de bodem niet meer in deze harde wind. We waren van plan om in Curaçao te gaan ankeren in het Spaanse Water, maar de ingang vanaf zee daar naar toe is tricky in het donker, omdat de doorgang nauw is tussen een zandbank aan stuurboord en rif aan bakboord. Omdat onze vorige track op onverklaarbare wijze uit de plotter verdwenen is durven we daar in het donker niet in te varen. Je weet nooit of de elektronische kaart 100% nauwkeurig is. We kiezen voor de Fuikbaai, waarvan de ingang minder moeilijk is. Maar omdat we daar nog niet eerder geweest zijn, is het in het donker toch moeilijk om je te oriënteren. Gelukkig blijkt de kaart goed overeen te komen met de werkelijkheid en met de coördinaten uit de pilot, een lichtenlijn, boeien en RADAR komen we goed binnen. Om half 11 's avonds liggen we solide achter ons anker en duiken ons bed in. Die wandeling op Klein Curaçao zit er voor ons niet meer in... ?