Joomla Template by Create Website

Pacific Crossing

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 17 april 2016

Na 4720 zeemijlen en 38 dagen zijn we op zaterdag 16 april aangekomen in Hilo, op het eiland Hawaii, USA. We hebben een goede overtocht gehad, zonder problemen. Ons vertrekpunt was Panama City,

Panama BioMuseo, architect: Frank Gehry

 

...en van daaruit  zijn er drie aanbevolen routes naar Hawaii. Welke route je kiest hangt af van het seizoen. Gebaseerd op statistiek wordt een voorspelling gemaakt van de te verwachten wind. Het probleem is nl dat je sowieso door een windstil gebied heen moet (doldrums) voordat je in de passaatwind komt. Dit gebied schuift met de seizoenen naar het noorden respectievelijk zuiden. De directe route (4500 mijl) voert langs de Midden-Amerikaanse kust en buigt ter hoogte van Mexico af naar het westen. De andere routes steken eerst naar het zuiden, naar de Galapagos eilanden, dan naar het westen en tenslotte naar het noorden. De langste daarvan is 5300 mijl. Het idee is, dat je eerder in de passaatwind komt en dus toch sneller in Hawaii bent. Maar statistiek hoeft niet overeen te komen met de werkelijkheid en ondanks de voor onze periode aanbevolen langste route kiezen wij voor de directe route. Na het laatste bezoek aan de markt om verse producten in te slaan vertrekken wij op 8 maart uit Panama City naar het eiland Taboga, 8 mijl verderop in de Golf van Panama.

  
Taboga

De volgende dag is het bladstil als wij het anker lichten, zodat we op de motor door de Golf tuffen, omringd door vele pelikanen. Tweemaal zien we een walvis, voor het eerst in ons varend bestaan. De eerste week hebben we weinig wind, zodat we ongeveer de helft van de tijd moeten motoren. Zodra het even kan hijsen we de zeilen, want onze dieselvoorraad is uiteraard beperkt (430 liter, goed voor 260 uur varen, naar schatting 1200 mijl, uitgaand van gebruik van één motor tegelijk). De nachten zijn donker, want het is nieuwe maan.

 

 

Op 11 maart werpen we de laatste blikken op de Panamese kust, daarna zien we de komende weken geen land meer, alleen maar water. Tijdens de nachtelijke wacht zie ik dat er zich iets onder ons bevindt op 22 meter diepte. De dieptemeter hoort in de oceaan ''oneindig'' aan te geven, en af en toe zie je dat kortdurend veranderen, dan zwemt er een vis of school vissen onder de meter door. Nu blijft de meter op 16-22 staan, wat betekent dat er iets vrij constant onder ons hangt. Heel af en toe is het weg. Visioenen van een walvis die plotseling omhoog zal komen en Madeleine omver zal werpen dringen zich aan mij op. Ik zet de motor aan, om hem te laten merken dat wij geen vis zijn (advies van andere cruisers). Ik zwenk naar links en naar rechts, maar er blijft iets onder ons, tussen 9 en 22 meter. Ik wek Huib. Hij heeft een heel ander idee. Van Arroz, onze advisor in het Panama Kanaal , heeft hij gehoord dat de drugsbendes tegenwoordig in het bezit zijn van onderzeeërs. Wij varen nog steeds betrekkelijk dicht bij de kust, dus misschien bevinden wij ons wel in hun vaarwater! Nu doemen heel andere akelige scenario's voor ons op. We zetten beide motoren aan en zetten koers loodrecht van de kust weg. Het ding vaart mee onder ons. Na twee uur is het weg, de dieptemeter geeft weer oneindig aan en we slaken een zucht van verlichting. Spannende uurtjes en eigenlijk geen idee wat het nou geweest is.

 Als we achterom kijken zie ik iets geks in de lucht, wat Huib direct herkent als een waterhoos. Een slurf uit de wolken naar beneden en opspattend water. De hoos beweegt zich met de wind mee in onze richting, we staan aan dek genageld. Gelukkig dooft hij uit als hij nog heel ver van ons verwijderd is. Voor de rest van de dag wel genoeg sensatie gehad.

Na een week ruimt de wind en het lijkt er op dat we de noordoost passaat te pakken hebben. Vanaf dat moment kunnen we zeilen, met een rustig, ruim achterlijk windje. We schieten niet hard op, want we ondervinden forse tegenstroom van de North Equatorial Counter Current. Dagelijks hebben we rond etenstijd een dolfijnenshow voor de boegen en het weer is prachtig.

 
US Coastguard Cutter 751

We varen door de territoriale wateren van achtereenvolgens Costa Rica, Nicaragua, Honduras en El Salvador. Op 20 maart zijn we ter hoogte van de Golf van Tehuantepec, Mexico, die berucht is om gemene winden. Deze "Tehuantepecers" ontstaan als zich een hoge drukgebied in de Golf van Mexico (aan de Atlantische zijde) vormt. De resulterende wind blaast over de betrekkelijk smalle strook land die de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan scheidt en komt versterkt aan in de Golf van Tehuantepec. We ontmoeten de US Coastguard Cutter 751, die eerst een rondje om ons heen vaart en ons dan oproept via de marifoon. Wie we zijn en waar we naar toe gaan. Ze zijn tevreden met onze gegevens en beëindigen de oproep met de laatste weersinfo: veel wind en hoge golven de komende 48 uur in Tehuantepec. Kort tevoren hadden we de zeilen al flink gereefd in verband met toenemende wind. 's Nachts halen we het grootzeil helemaal weg. Wind en hoge golven komen dwars in, wat het leven aan boord niet gemakkelijk maakt.

 De volgende dag neemt de wind toe tot 36 knopen (Bft 8) en we krijgen af en toe een breker in de kuip. Muren van water om ons heen, het spuit langs en over de boegen en soms dus in de kuip. De golven zijn imposant, maar Madeleine glijdt er soepeltjes af. Zij en de automatische piloot doen al het werk, wij zitten er bij om op te letten en zo nodig in te grijpen. Behoorlijk vermoeiend trouwens, al dat geweld van de elementen om je heen en het voortdurend alert zijn. Het is volle maan, dus het zicht is 's nachts gelukkig goed en overdag is het stralend weer. Aan het eind van de middag op 22 maart wordt de zee eindelijk iets rustiger. Een stormachtig begin van de lente voor ons. De enige schade die we hebben is een kletsnatte "linnenkamer", de voorraadruimte in de stuurboord boeg. Alles is nat geworden, het heeft gelekt via het dekluik, waar gigantische partijen water met veel kracht op gesmeten zijn. Dagen zijn we bezig om de spullen te drogen en alles weer op te bergen.

  Intussen maken we goede voortgang. De wind blijft steeds erg wisselen, tweemaal moeten we nog een paar uur motoren, maar voor de rest kunnen we alles zeilen. Meestal met een gereefd grootzeil en een genua die we voortdurend minder of meer kunnen reven. In de derde week is de wind zo achterlijk geworden, dat we het grootzeil weghalen en uitsluitend op de genua zeilen. Dat is erg relaxed. Het waait te hard voor de spinaker; de koers zou er perfekt voor zijn. Later kan het grootzeil in sterk gereefde vorm er nog weer een paar dagen bij.

 

 
Booby Shit...
Brown Booby

Zolang we niet al te ver van de kust verwijderd zijn (300 mijl) zien we vogels en dolfijnen. We hebben een paar dagen Brown Boobies te gast aan boord. Eerst vinden we dat nog wel gezellig, zo'n vogel op het dek, maar als na twee dagen de hele boot is ondergescheten is de lol er af. Vies en slecht voor de verf. Als we alles hebben schoongemaakt zijn de vogels inmiddels ook verdwenen. Op 12 en 13 april hebben we twee zeer heftige nachten, met de ene bui na de andere, regen, golven, geen maan en wind die binnen een minuut 10 knopen kan aanwakkeren, zodat we soms bijna "voor top en takel", met uitsluitend een klein driehoekje genua, voortstuiven met 6-7 knopen snelheid. 's Morgens is het nog grijs en dan kun je de buien die je 's nachts niet ziet, dreigend zwart aan de horizon zien hangen, 's middags klaart het op en is het stralend weer. Daarna blijft het wat buiig, maar prima zeilweer.De eerste dagen moeten we af en toe uitwijken voor een tegenligger, op 11 maart passeren we 's nachts het laatste zeiljacht. Daarna zien we geen schepen meer.

 Weersinformatie halen we binnen met de SSB radio. Daarmee leggen we contact met een radiowalstation; via dit station worden onze emailberichten (updates naar de familie en aanvragen voor weersinfo) verzonden en binnengehaald.  Voor dit doel heb je een speciaal emailadres. Het contact leggen met zo'n station lukt niet altijd, en als je contact hebt, lukt het zenden en/of ontvangen lang niet altijd. Per week mag je 90 minuten zendtijd besteden en soms is de verbinding niet goed genoeg om de berichten binnen te halen. Voor noodgevallen hebben we de satelliettelefoon paraat. Daarmee bellen we eens per week de moeders in NL.  Huib heeft in Panama de watermaker met succes gerepareerd. We hebben hem 37 uur gebruikt en daarmee zo'n 2200 liter heerlijk drinkwater gemaakt uit zeewater. De voedselvoorraden zijn ruim voldoende, we kunnen nog weken wegblijven. Maar na vier weken is het fruit op (en dat mis je echt) en na vijf weken de laatste verse groente (pompoen). Brood bakken en yoghurt maken doen we onderweg. Het zeewater ziet er zeer schoon uit en is diepblauw van kleur. Eenmaal komen we de onmiskenbare inventaris van een vissersschip tegen waar het kennelijk niet goed mee is afgelopen. Verder zien we nergens troep of plastic drijven. Evenmin is er de Sargassumplaag die de Atlantische Oceaan teistert: grote velden met taaie waterplanten die zich in je roeren en schroeven draaien. 

 
Op wacht...

Na twee weken veranderen we het wachtsysteem.  Aanvankelijk draaien we wachten van drie uur, maar daarmee komen we niet aan voldoende slaap. In het nieuwe systeem delen we de avond en nacht op in twee wachten van zes uur en overdag slapen we elk nog 2-3 uur bij. Dat bevalt beter. De dagen zijn daarmee kort en vliegen voorbij. Naast de zorg voor schip, materieel, navigatie, weersinfo etc. ben je druk met huishoudelijke zaken. En tussendoor natuurlijk een boek lezen of een spelletje doen. Het Stille van deze Oceaan ervaren we aan het begin en aan het eind van de trip. Voor het overige deel van de tocht vonden we dit stuk water niet zo stil. De oceaan heeft ons bij tijden aardig bezig gehouden, en we ondervonden veel meer wisselingen in windkracht en -sterkte dan we verwacht hadden.  

Aan het eind staat er weinig wind meer en we gaan in een gematigd gangetje op Hawaii af. Het is een belevenis als we in de nacht van 16 april de lichtjes van de vuurtoren en de bebouwing van Hawaii aan de horizon zien. We hebben dan nog een rustige nacht bij halve maan voor de boeg, goed om het einde van dit kluizenaars/oceaanleven langzaam tot ons door te laten dringen. In de loop van de ochtend gooien we het anker uit in Radio Bay. Met de dinghy naar de wal om ons te gaan melden bij de Amerikaanse douane, die ons allerhartelijkst ontvangt.

 

 

Hits: 3046

Reacties   

#1 Marjolein Schouten 03-05-2016 21:46
lieve Maaike en Huib, wat een verhaal! en een veilige landing in Hawaii tot slot. Wel heftig lijkt me, zo veel wind en ook de duur, 38 dagen!
Fijn dat het allemaal goed is gegaan en dat jullie al met al zo'n voorspoedige snelheid konden maken.
Hoe lang blijven jullie in Hawaii?
heel veel liefs, Marjolein & Just

Je moet een account aanmaken om een reactie te schrijven.