Joomla Template by Create Website

November 2018

Hoofdcategorie: Reisverslagen Categorie: Reisverslagen 2018 Geschreven: maandag 26 november 2018

 

Ik durf me haast niet meer te vertonen op onze website, omdat we die zo ontzettend lang verwaarloosd hebben. We kwamen er door allerlei omstandigheden eenvoudigweg niet aan toe. Ik ga het goedmaken. Hier onder volgen de verslagen van onze reis langs de westkust van Vancouver Island (juni/juli), ons verblijf in San Francisco (oktober) en de tocht van San Francisco naar Barra de Navidad, Mexico (november). De meest recente gebeurtenissen staan bovenaan.



Van de USA naar Mexico

We hebben ons opgegeven voor de Panama Posse, een los-vast georganiseerde zeilreis van Mexico naar Panama, langs de kust van Midden Amerika. Vorig jaar is deze ‘rally’ voor het eerst georganiseerd, er deden toen bijna tachtig boten mee. Ook elders op de wereld worden dergelijke rally’s georganiseerd in gebieden waar je misschien liever niet in je eentje rond vaart, denk aan Indonesië. Het lijkt ons een goede manier om dit interessante, maar niet zo veilige gebied te exploreren. Eind november vertrekt de Posse uit Barra de Navidad, een plaatsje halverwege de (Pacific) kust van Mexico en volgens planning eindigt de tocht in juni 2019 in Panama City. Naar Barra de Navidad is het voor ons nog wel een eindje tuffen vanuit San Francisco, namelijk zo’n 1650 mijl. We nemen afscheid van onze vrienden in Emery Cove Marina die zo goed voor Madeleine en voor ons hebben gezorgd.

Vaarwel San Francisco...

Weemoedig varen we door San Francisco Bay onder de Golden Gate Bridge door naar buiten, de Pacific op. Redelijkerwijs komen we hier nooit meer op deze manier terug. Dat geldt voor bijna alle plaatsen die we achter ons laten, maar nu dringt dit idee wel hard tot ons door. Het is rustig weer en op de genua zeilen we naar het zuiden, langs de Californische kust. Het is net volle maan geweest en de nachten zijn helder. Ook nu boffen we weer dat we helemaal geen mist hebben. Aan het eind van de derde dag is de wind op, de motor moet aan. Na vijf dagen zijn we in San Diego, daar moeten we uit de USA uitklaren. We meren af aan de steiger van de Harbor Police en melden ons. Na een half uur komen drie douane beambten naar ons toe. Onze papieren worden gecheckt en we krijgen de opdracht om wat we nog hebben aan verse groenten, fruit en vlees ter plekke weg te gooien. Daar denk ik zo het mijne van en als de heren klaar zijn draait nummer drie zich nog even snel om en zegt tussen-neus-en-lippen door dat dat toch niet hoeft voor Mexico. Mooi zo. Dit ging vlot, geen uitgebreide speurtocht door de boot op zoek naar drugs of wapens. San Diego stikt van de marina’s, maar als we er tien hebben opgebeld die beweren dat ze geen ligplaats voor ons hebben, vertrekken we weer. Het is 70 mijl varen naar Ensenada, de eerste stad in Mexico, waar we moeten inklaren (545 mijl van San Francisco).

Daar komen we de volgende dag aan in een luxe nieuwe marina waar je voor een nacht meer dan een doorsnee hotelprijs betaalt. Het inklaren in Mexico is een ingewikkeld proces, waarbij je te maken hebt met verschillende instanties: de Capitania (port captain), de Aduana (douane), Migración (immigratie) en soms met Agriculture, Health en Navy. Voor alle diensten moet je betalen en je koopt een toeristenpas en een TIP (Temporary Import Permit), nodig voor als je onderdelen wilt importeren. Ook moet je een visvergunning kopen als je ook maar een hengel aan boord hebt. Daar wordt streng op gecontroleerd.

Ensenada, Mexico

In Ensenada zitten alle instanties onder één dak, waar bovendien ook een bankkantoortje gevestigd is. Voor betalingen hoef je dus niet de halve stad door te rennen. Bij de prijs van onze marina is inbegrepen dat we naar dit kantoor, de CIS (Centro Integrales de Servicios), worden gereden en dat er twee mannen meegaan die aan de loketten alles voor ons regelen. We hoeven alleen maar handtekeningen te zetten en flappen te trekken. Na anderhalf uur is het klaar. We scharrelen een dagje in Ensenada rond, doen boodschappen, tanken diesel en genieten van een heerlijke douche. Op 1 november gaan we verder. Naar Barra de Navidad is het nog ruim 1100 mijl. We varen langs het schiereiland Baja California, woestijnlandschap. Er zijn daar geen marina’s en slechts twee geschikte ankerbaaien. Er staat niet veel wind, we moeten veel motoren. Teveel om zo in Barra te geraken. Na vier dagen zijn we bij de eerste ankerplaats, Turtle Bay.

Turtle Bay
Turtle Bay

Omdat er voor de dag erna helemaal geen wind is voorspeld, besluiten we hier een dag te blijven. Zodra we het anker hebben uitgegooid komt er een bootje op ons af met een grote dieseltank. Dat is snel geregeld. In de pilot hadden we al gelezen hoe onhandig hier het tankstation op een gammele pier gelegen is, waar je niet dan met grote moeite bij kunt komen. Huib gaat het water in voor zijn geregelde inspectie, zoals hij altijd gewoon was te doen in de tropen. ik heb het zwemmen heel gauw bekeken als ik zeeleeuwen vlakbij zie spelen. Daar heb ik het niet op. Huib ontdekt dat aan beide schroeven één set anodes compleet verdwenen is, gecorrodeerd. Dat is een zeer onverwachte bevinding, want er zijn in april jl nieuwe anodes geplaatst en meestal gaan ze een jaar of langer mee. Dat moet wel verholpen worden, dus hij gaat nieuwe plaatsen, we hebben reserve

Turtle Bay

exemplaren bij ons. Huib is daar heel handig in. Hij kan al snorkelend steeds net lang genoeg onder water blijven om een schroefje vast te draaien. Dit heldere water met deze heerlijke temperatuur is ontegenzeggelijk een belangrijk voordeel in het onderhoud van je boot. Verder is het voor ons wel enorm wennen aan de warmte. Onderweg doen we steeds meer kleren uit en ik heb de zomerkleren uit de berging tevoorschijn gehaald. Alle fleece truien, thermo ondergoed, geiten wollen sokken, handschoenen, mutsen, winterdekbedden, verdwijnen naar Madeleine’s krochten. Ook Rudolf, ons Alaskaanse rendiervel wat op de bank ligt, moet er aan geloven. Jonge jonge, wat hebben we de afgelopen twee jaar een enorme hoop spullen aan boord gekregen in de Noordelijke streken. Waar laat ik in vredesnaam al die laarzen? Op 6 november beginnen we aan de laatste etappe, nog ruim 800 mijl. De nachten zijn inmiddels stikdonker geworden, de maan laat zich niet zien. Omdat we overdag geen schip tegenkomen, zelfs geen vissersbootjes, nemen we maar aan dat er ook ’s nachts geen verkeer is. Op de AIS, het elektronische systeem waarmee vrachtverkeer en ook veel pleziervaart is uitgerust zodat je een schip op je navigatiesysteem kunt waarnemen, zien we jn elk geval niets. Het weer blijft uitermate licht. Op de tweede en derde dag staat er een gunstige wind om eindelijk weer eens onze spinaker te kunnen zetten.

Op weg naar Barra de Navidad

Dat scheelt direct in snelheid. We gaan voor ons doen zo langzaam dat we trouwens beter over traagheid dan over snelheid kunnen praten. Op dag 5 valt de stuurboord motor uit. Er komt geen druppel brandstof meer bij de motor. Filter en slang zitten volledig verstopt. Nu zijn we blij met de rust om ons heen, omdat we nu ongestoord in de machinekamer aan het werk kunnen. Dat wil zeggen Huib, ik ren als een soort omloop rond om van alles aan te reiken. Na vervangen van filter en uitzuigen van slang gaat de motor weer lopen en hij blijft het een aantal uren prima doen. Omdat de wind inmiddels is aangetrokken kunnen we een etmaal volgetuigd zeilen. Als we de volgende dag de motoren even testen, doet stuurboord het toch weer niet. Er zit veel lucht in het systeem, wat we er niet uit krijgen. We zijn inmiddels nog een dag varen van Barra verwijderd en we vragen via de SSB radio om assistentie bij het aanlopen van de marina. Het toegangskanaal zou erg nauw zijn en er zou veel stroom staan, dan wil je liever niet beperkt manoeuvreerbaar zijn. En dat zijn we met slechts 1 motor. De havenmeester stuurt een bootje uit als we voor zijn deur liggen wat onze koers kan bijsturen en in de marina staan twee mannen klaar om onze lijnen op te vangen. Er staat geen wind, er is geen stroom, dit hadden we zelf best gekund, maar dat weet je niet van te voren. Safety first. We zijn in de vertrekhaven van de Panama Posse aangekomen, naar blijkt als één van de eerste deelnemers. De marina maakt onderdeel uit van een zeer luxe resort, met zwembaden, tennisbanen, zandstrand etcetera. Dat komt goed uit, want er wachten ons vele dagen klussen. Huib servicet beide motoren volledig en vervangt diverse onderdelen. Daarna doen ze het allebei goed. Natuurlijk zijn er ook talloze andere kleine klusjes te doen, alsmede veel schoonmaakwerk. De was breng je hier naar de wasdame, bij wie je het de volgende dag droog en gevouwen op kunt halen. De Franse bakker komt ’s ochtends met een bootje langs de deur met verse croissants en baquettes. Zo luxe hebben we het zelfs in Amsterdam Noord niet. In de vroege ochtend heb ik het zwembad voor mij alleen als ik aquarobics ga doen. ’s Middags gaan we zwemmen en uitrusten op de heerlijke ligstoelen op een grote schone badhanddoek die je daarna ook weer zo kunt inleveren. De bar staat midden in het zwembad. Wel uit te houden hier. Op 29 november is de kick-off party van de rally en daarna gaan we hier vertrekken. Op naar nieuw avontuur.

 

San Francisco, Californië, USA

Op 3 juli vertrekken we uit Nuchatlitz op weg naar San Francisco. We hebben een redelijk voorspoedige tocht met afwisselend geen wind, wind op kop en achterlijke wind. De kust van de Amerikaanse staten Washington en Oregon is geen gemakkelijk zeilgebied. De havens zijn moeilijk aan te lopen, vooral in slecht weer. Het is onveilig om er ’s nachts vlak langs te varen, omdat er talloze crabpots zijn uitgezet (en die wil je niet in je schroef krijgen) en omdat er nogal wat sleepboten varen die grote partijen hout vervoeren. Zo’n sleep bestaat uit een kleine sterke motorboot die een grote platte schuit trekt waarop het hout gestapeld ligt. Tussen sleepboot en vracht kan een lijn van wel honderd meter zitten. Daar moet je niet per ongeluk tussendoor varen. Ook zijn er enkele kapen waar de wind flink om heen kan loeien. Wij besluiten om een flink eind uit de kust te blijven en het traject in één ruk af te leggen. Vanaf Vancouver Island varen we recht naar het zuiden en omdat de kustlijn naar het oosten terugwijkt varen we geleidelijk zo’n 100 mijl uit de kust, een comfortabele afstand. Op 10 juli naderen we San Francisco. We hebben geluk met het weer en het getij. Vóór de ingang van de Golden Gate liggen diverse zandbanken en als er veel oceaandeining (swell) staat kan het lastig zijn om naar binnen te varen. Ook hier is de mist berucht.

De Golden Gate in zicht...

Heel vaak kun je de Golden Gate Bridge alleen maar tussen de mistflarden door zien. Wij hebben stralend weer, een lekker windje van 15 knopen in de rug en de vloedstroom mee naar binnen. Wat een belevenis om onder dit beroemde rode monument door te varen! Het verkeer valt gelukkig mee, zodat we tijd genoeg hebben om foto’s te maken. We zien sinds lange tijd weer eens pelikanen. San Francisco Bay is enorm, maar het is er relatief rustig.

De Golden Gate naar...

Het is ruim twee uur varen naar de overkant waar we in Berkeley/Emeryville een ligplaats voor Madeleine hebben gereserveerd. Van 16 juli tot en met 9 oktober zijn we in Nederland. Als we op 10 oktober terugkomen is het heerlijk najaarsweer in Californië. Helaas is de lucht hier behoorlijk verontreinigd, niet alleen door het intensieve autoverkeer (geen Tesla gezien) maar ook door de vele bosbranden die het land teisteren. Door kaalslag en toenemende droogte nemen de jaarlijkse bosbranden in rap tempo toe in ernst. Terwijl Californië voorop loopt in het nemen van milieubeschermende maatregelen lijkt het erop dat het tij niet tijdig gekeerd kan worden en dat de staat geleidelijk onleefbaar wordt. Het valt ons des te meer op na twee jaar frisse lucht in Alaska en British Columbia. Het verschil kan niet groter zijn. We hoeven niet veel aan de boot te klussen en ik kan nog niet zoveel met mijn rug, dus we maken enkele mooie stadswandelingen door San Francisco. Sir Francis Drake exploreerde in 1579 de kust van Californië en net zo min als zijn collega Sebastián Cormeño in 1595 ontdekte hij de in mist gehulde toegang tot San Francisco Bay. Drake ankerde 30 mijl verderop in een baai die naar hem vernoemd is (Drakes Bay) om reparaties aan zijn schip uit te voeren. Er was geen haven tussen San Diego in het zuiden en Seattle in het noorden. Pas in 1769 ontdekte Caspar de Portolá vanaf een nabij gelegen berg de enorme baai en de Spanjaarden, die zich de waarde van deze natuurlijke haven realiseerden, haastten zich om daar een fort, het Presidio, en een missie, Mission San Francisco de Asis, te stichten. In 1848 werd Californië een territorium van de United States en in 1850 werd het de 31ste staat. De toegang naar San Francisco Bay is via de Golden Gate, een 3 mijl lange onderbreking in het kustgebergte. Aan de oostkant van de Golden Gate bevindt zich de beroemde Golden Gate Bridge die het smalste punt overbrugt.

  
North Beach
Van Pier 39 naar North Beach

 

San Francisco Bay zelf is tamelijk ondiep, maar de vaargeul onder de brug door wordt diep gehouden door de enorme hoeveelheid water die er door heen stroomt. Bijna 40% van al het water wat in Californië van de bergen stroomt draineert via de Golden Gate in de Pacific Ocean. Huib heeft een bijzonder leuk boekje over San Francisco op de kop getikt en we maken enkele van de daarin beschreven wandelingen. De eerste wandeling start vanaf Pier 39, nabij Fisherman’s Wharf waar de zeeleeuwen liggen te brullen, door de wijk North Beach.

 
North Beach

Van oudsher woonden hier Italianen en Chinezen, er waren jazz clubs, bars, bordelen en andere louche zaken, die de wijk de naam Barbary Coast bezorgden. Deze hele wijk is vernietigd bij de aardbeving en de daarop volgende tsunami in 1906. Er verrezen grote bankgebouwen naast de enkele overgebleven Italiaanse trattoria’s. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw streek in deze buurt de Beat Generation neer (Jack Kerouac).

 
North Beach
North Beach

In Vesuvio Café en Caffe Trieste komen we oude hippies tegen. Er hangt een relaxte sfeer. We vinden er een winkel met duizenden elpees, koffergrammofoons, oude radio’s. Nostalgie. Een andere keer gaan we met de bus, de metro en de tram (een reis van twee uur) naar de wijk Outer Sunset, gelegen ten zuiden van het Golden Gate Park aan de Pacific. Het is een rustige woonwijk waar de mensen elkaar kennen, er hangt een haast dorpse sfeer. We belanden in een straatfeest voor jong en oud. Ook hier weer allerlei kleine winkeltjes en galerietjes. In een vintage winkel scoor ik een mooi vestje. Wij vinden het te fris voor het strand, hoewel we menigeen met surfplank onder de arm en op blote voeten die kant op zien gaan.

En natuurlijk mag een wandeling door The Castro niet ontbreken.

       
      
     
Castro

Dit is de wijk waar de homo gemeenschap tot bloei kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hier bewaarde jarenlang de eerste vrouwelijke, openlijk lesbische politieofficier de orde. Hier woonde Harvey Milk die een eigen fotozaak begon nadat zijn rolletjes met privéfoto’s vernield terugkwamen van de reguliere foto ontwikkelaar. Hij was de eerste openlijk homosexuele man die voor een publieke functie in de gemeente gekozen werd. Drie dagen na zijn verkiezing, op 27 november 1978, werd hij vermoord in het gemeentehuis, samen met burgemeester George Moscone. Deze gebeurtenis had een enorme impact op de hele gemeenschap. Zijn naam kom je heden ten dage nog overal in de wijk tegen. Net als de regenboogvlag die overal langs de straten en op gebouwen wappert. Voetgangersoversteekplaatsen, tafeltjes en stoeltjes, vuilnisbakken, van alles is in regenboogkleuren geschilderd. De eerste regenboog vlag werd gebruikt tijdens de San Francisco Freedom Gay Parade op 25 juni 1978. In opdracht van Harvey Milk kleurde en stikte de lokale kunstenaar en homorechten activist Gilbert Baker alle kleuren van de regenboog tot een vlag die internationaal het symbool is geworden van de LGBTQ+ pride. Bijna alles wat in de winkels te koop is refereert aan deze gemeenschap, zelfs in de boekwinkels. Op 25 oktober is het tijd om verder te trekken, we laten deze boeiende stad achter ons.

 San Diego, CA

 

 

De westkust van Vancouver Island, British Columbia, Canada

Op 20 juni vertrekken we uit Sidney op Vancouver Island, waar we de zeilen hebben laten servicen en nieuwe sunscreens hebben laten maken. Die klussen waren in Campbell River, waar Madeleine de winter heeft doorgebracht, niet mogelijk. Om in de Pacific te komen moeten we de Juan de Fuca Strait door, het grote toegangswater naar Seattle. Dat is een berucht stukje water met flink wat stroom en getij. De wind kan er als door een tunnel door heen blazen. Daar zijn we niet zo bang voor, wel zijn we beducht voor de beruchte mistbanken die daar vaak hangen en je het zicht volledig ontnemen. Dat is nooit fijn als je je in een vaarroute voor vrachtverkeer bevindt. De ankermogelijkheden in dit traject zijn zeer beperkt en er zijn geen marina’s. In verband met een stormwaarschuwing voor de Juan de Fuca Strait moeten we twee dagen in een beschutte ankerbaai wachten, maar op 22 juni zien we een klein weatherwindow om in elk geval de eerst mogelijke ankerplek halverwege de Juan de Fuca Strait te bereiken. Even na vijven in de morgen gaan we op pad, het is net licht geworden en we hebben de ebstroom mee. Een uur later zijn we aan de oostelijke ingang van de J de F Strait. Na 3 uur draait de stroom om en omdat we ook de wind op kop hebben, schieten we dan niet erg hard meer op. Het is koud en de zon laat zich niet zien, maar tot onze opluchting is er geen mist. Tegen elven zijn we op de eerste ankerplaats aangeland, maar die ziet er zeer onaantrekkelijk uit. Het weerbericht voor de westelijke uitgang van de Fuca Strait, de oceaankant, is ten gunste bijgesteld en we besluiten om door te varen. We zien orka’s onderweg, een opsteker. Om 18.00 uur draaien we de baai in waar de pilot ons een nieuw aangelegde marina belooft. Die is er inderdaad, maar van een omvang dat wij daar niet aan hoeven te denken. Geschikt voor kleine vissersbootjes. We toeren de baai rond voor een geschikte ankerplek, maar nergens liggen we beschut voor wind en ocean swell. Er is een klein resort met een paar aanlegsteigers voor lokaal gebruik en uit nood leggen we daar aan. Dat blijkt geen enkel probleem te zijn, voor een paar dollar mogen we daar overnachten, zodat we in elk geval een rustige nacht hebben. De volgende dag moeten we nog tweeëneenhalf uur varen vóór we Juan de Fuca Strait echt achter ons hebben en in de Pacific zijn. Terug in de North West Pacific, na bijna een jaar! Op zee hangt mist, maar vlak langs de kust varend hebben wij voldoende zicht. De westkust van Vancouver Island is zeer grillig gevormd en grotendeels ontoegankelijk. Er zijn enkele zeer grote diepe baaien, Sounds genaamd, waar je in kunt en die bezaaid liggen met kleinere eilandjes en rotspartijen. Daar kun je op sommige plekken beschut ankeren.

Barkley Sound

De eerste Sound is Barkley Sound. Als we daar in de loop van de middag aankomen is het inmiddels stralend weer geworden. Het ziet er schitterend uit, de Sound is bezaaid met rotspartijen van uiteenlopende grootte. De ankerplaats voldoet aan onze verwachtingen: beschut, goede ankergrond, prachtig uitzicht. In de pilot staan sommige plekken zodanig beschreven dat ze een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uitoefenen. Ik haal Huib over om de volgende dag een rondje door Barkley Sound te maken en te ankeren op een bijzonder plekje. Als we onderweg ergens liggen te lunchen komt er een Nederlands stel aan gekayakt. Ze kunnen niet geloven dat wij helemaal uit Amsterdam in deze wildernis geraakt zijn. Nou dan kennen ze Madeleine niet! ’s Middags komen er buien en dan zien de rotspartijen er niet zo vriendelijk meer uit. Nare punten waaromheen het water kolkt. Als we de nauwe toegang tot de door mij bedachte ankerplaats zien en het water wat daar aan weerszijden woest om heen spat, beginnen we daar toch maar niet aan en gaan terug naar onze beschutte plek. De volgende bestemming is Clayoquot Sound, waar we een boek over aan het lezen zijn.

Effingham Bay

De hoofdstad daar is Tofino, één van de weinige iets grotere plaatsen aan de westkust. Een aardige dorpje waar we boodschappen kunnen doen en diesel kunnen tanken. Het landschap is hier geheel anders met heel veel inhammen omzoomd door groene bergen. In de verte zien we de snow capped mountains van de bergketen die midden over Vancouver Island loopt. Er zijn veel droogvallende gebieden, waardoor de natuur hier heel interessant is. Over deze zogenaamde intertidal zones kun je mooie wandelingen maken. We tuffen een prachtige inlet af die diep het land in gaat en waar we de enigen zijn. We overnachten daar in stilte en eenzaamheid. Via binnenwateren komen we de volgende dag in Hot Springs Cove aan. Daar maken we graag gebruik van om ons zelf weer eens grondig te ontzouten en op te frissen. Een bijzondere belevenis om in het bos tussen de rotsen in het hete water te liggen (terwijl het regent). We boffen dat we ook hier weer de enigen zijn omdat het al avond is. Het is een toeristische dagattractie vanuit Tofino. We ontmoeten op de ankerplaats een oude zeeman die zich afvraagt wat wij hier doen en die een bekende blijkt te zijn van Bob, de vriend die wij gaan bezoeken in een Sound verderop.

Bob's huis

Op 29 juni komen we aan in Nuchatlitz Provincial Park, waar Bob op een piepklein eilandje woont. Aan de noordkant van dit eilandje is een grote ankerbaai. Aan deze kant staan enkele huizen, Bob woont in zijn eentje aan de zuidkant. We moeten met de dinghy om het eiland heen varen en dat kan alleen met hoogwater. Hoe eenzaam wil je het hebben? Het blijkt wel dat Bob blij is met ons gezelschap, hij kletst ons de oren van het hoofd. Hij is zeer welbelezen en welbespraakt, een onderhoudend causeur. Hij woont in een zelfgebouwd huis, met schuren, een gastenhuis, groententuin en steigers, alles zelfgebouwd en aangelegd in de loop der jaren. Hij heeft een grote generator en een verwerkingsinstallatie voor faecaliën aangelegd, zodat hij een werkzaam toilet heeft. Voorheen had hij in Nuchatlitz met een neef een oesterfarm. Met de grote platte schuit waarmee hij de oesters naar Tahsis, de dichtst bij zijnde stad op Vancouver Island, bracht (drie uur varen) vervoerde hij ook alle bouwmaterialen. Tegenwoordig gaat hij eens in de twee weken naar Tahsis voor boodschappen, nu met zijn zelfgebouwde schip Nootka Rose.

      
Bob's view

De volgende dag staat hij al vroeg voor onze neus, samen met een buurvrouw, want ze willen ons de omgeving tonen en we kunnen bij laagwater het buureilandje bereiken vanwaar we een mooi uitzicht op de oceaan hebben. Het weer werkt mee en de omgeving is schitterend. Wij rennen niet zo hard over alle rotsen heen als Bob en Shannon en maken bovendien veel foto’s, dus als we terug gaan naar Bobs eiland staat de verbinding alweer onder water en we moeten door het water lopen. Gelukkig hebben wij onze onvolprezen XTRA TUFS aan, de visserslaarzen uit Alaska. Als we aan Bobs eettafel koffie zitten te drinken komt er een eindje verderop een beer rondscharrelen.

   
Snake

Tegen het keukenraam tikken geen roodborstjes maar hummingbirds. Het is een fantastische plek, maar erg eenzaam. Bob is de enige op het eiland die er full time woont. De laatste jaren gaat hij ’s winters een paar maanden naar Mexico, iets wat veel Canadezen doen. Even de winterdip bestrijden en bijtanken met zon en licht. Na een paar dagen nemen we afscheid van Bob en varen in één ruk naar het zuiden, naar San Francisco. Dat is 900 mijl, een week varen. De reden dat we veel minder tijd hebben besteed aan de westkust van Vancouver Island dan we gewild hadden, is dat ik (Maaike) de afgelopen maanden zoveel pijn in mijn been had gekregen dat we daar in Victoria naar hebben laten kijken. Er bleek een grote cyste in het wervelkanaal te zitten die op de zenuwbanen drukte. We kregen het advies om naar Nederland te gaan voor een operatie. Uit praktische overwegingen wilden we Madeleine in San Francisco achterlaten. Via via kwamen we in Emery Cove Marina terecht, waar we zeer hartelijk werden ontvangen en waar we Madeleine met een gerust hart achter konden laten. We wisten niet voor hoelang. Half juli waren we terug in Nederland, eind juli ben ik geopereerd en omdat alles voorspoedig verliep konden we op 10 oktober alweer terugkeren naar San Francisco.

Je moet een account aanmaken om een reactie te schrijven.