Joomla Template by Create Website

Behouden aankomst in Kodiak, Alaska

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Na 2400 mijl en 17.5 dagen komen we maandag 25 juli aan op Kodiak Island, Alaska. We zijn op vrijdag 8 juli uit Honolulu vertrokken met als reisdoel Seattle, aan de Amerikaanse westkust, een tocht van 2800 mijl. Het liep weer heel anders dan we gepland hadden.

 
Skipper + Crew

Omdat dit een pittig trajekt leek te zullen worden hebben we een derde bemanningslid gevraagd, nl Bart Overgaauw, zoon van vrienden. Bart is een enthousiaste (wedstrijd)zeiler op monohulls en heeft veel technische kennis van boten en is een meester in lijnen spltsen. Dat bleek goed van pas te komen.

 

 

 

Het weer

Weerfax Noord-Pacific

Het weer in de Pacific North West zoals de plas heet die we moeten oversteken, wordt bepaald door het hoge drukgebied wat zich bevindt tussen Hawaii en de Amerikaanse westkust. Rond een ‘hoog’ draaien de winden met de klok mee. Wij willen aan de westkant langs het hoog naar het noorden varen, omdat we dan de wind in de rug hebben. Aan de oostkant krijg je de wind pal op de neus. Of die strategie lukt hangt ervan af waar de kern van het hoog zich bevindt: het schuift voortdurend binnen zekere grenzen van oost naar west en van noord naar zuid.

 

Onderbroeken

 

 

 

 

 

De eerste vier dagen varen we met ruime wind in de noordoost passaat. De zee is ruw en er zijn buien waarin de wind toeneemt tot 6-7 Bft. Het leven aan boord is ongemakkelijk door het gebonk van de golven tegen het bridgedeck. Het is nog erg warm en als ik de eerste nacht het slaapkamerraampje open zet word ik afgestraft met een enorme golf die binnenkomt en een deel van onze matras en beddengoed zout en nat maakt.  Zo goed mogelijk probeer ik het droog te krijgen, maar met zout water lukt dat altijd maar ten dele. We krijgen enorme hoeveelheden water over de punten van de rompen en weer blijft het niet droog in onze ‘linnenkamer’. Huib heeft het dekluik in Honolulu goed afgekit en dat lekt niet meer, maar kennelijk komt er ergens anders water binnen. Door het gebonk op de golven zijn onze mandjes met ondergoed op de grond gevallen, waar het nat is. Fijn, natte onderbroeken. Dit is geen goed begin van een reis naar koude streken. In de tropen is alles altijd in een mum van tijd weer droog, maar hier is dat anders.

Op de vijfde dag ruimt de wind naar achterlijk en neemt sterk af.  We komen in de buurt van het hoge drukgebied. Het varen wordt comfortabeler en de zee rustiger. Hoe dan ook moet je een keer door een windstilte heen motoren als je de kern van het hoge drukgebied bereikt.  De barometer is in de eerste dagen iets opgelopen van 1020 naar 1026 hPa en stijgt naar maximaal 1043 op dag 12. Dan zijn we in de kern van het hoog geraakt. We hebben geluk, want we hoeven maar drie keer een half etmaal op de motor te varen, voor de rest kunnen we zeilen.

Dolfijnen
We hebben negen dagen met licht weer en vrij rustige nachten. In het algemeen is het heerlijk zeilweer. Het is volle maan dus het zicht is goed ‘s nachts. We zien dolfijnen en enkele walvissen. Op dag 14 krijgen we de wind uit het westen, we zijn aan de bovenkant van het hoge drukgebied gekomen. Binnen twee etmalen daalt de barometer als een speer naar 1019 en nog een dag later geeft hij 1007 hPa aan. Om kippenvel van te krijgen. Het wordt aanpoten geblazen. De wind en de golven nemen flink toe en het sturen wordt een serieus karwei. De boot moet goed op de golven gehouden worden. We maken forse snelheden (tot 15 knopen), vooral als we van de golven af surfen, en het schiet lekker op. Het wordt steeds kouder en elke dag moeten we een extra laagje kleding aantrekken. De dekbedden en fleecedekens komen tevoorschijn. Als we gaan slapen trekken we onze thermokleding niet meer uit, om geen warmte te verliezen.
Stuurvrouw

Dik ingepakt zitten we aan het stuurwiel. We komen in mistig weer, zodat alles drijfnat wordt. Gelukkig is de mist niet zo dicht dat het zicht ernstig belemmerd wordt. Binnen gaat de kachel aan. De zee is erg onrustig en het gebonk tegen het bridgedeck en lawaai aan boord zijn zeer vermoeiend.

 

 

 

De problemen 

Er is enige lekkage uit het hydraulische systeem, zodat we regelmatig olie moeten bijvullen. Huib had in Honolulu een scheurtje in één van de slangen ontdekt wat hij niet goed kon repareren, omdat we geen adequate slang bij ons hadden en evenmin konden krijgen op Oahu. 

De stuurautomaat geeft vanaf dag 3 regelmatig het alarm dat de roeren niet goed werken. Aanvankelijk denken we dat het probleem in de automaat zelf zit, maar na verloop van tijd komen we er achter dat het stuurboord roer steeds scheef gaat staan en als de beide roeren niet parallel staan kan de stuurautomaat  de boot niet goed op koers houden.  Als de roerhoek te groot wordt slaat hij alarm en dan moet het roer weer rechtgezet worden. Dat kan handmatig, in de machinekamer binnen, maar het helpt maar heel even. Het sturen wordt op een gegeven moment zo moeilijk dat we besluiten om het stuurboordroer hydraulisch uit te schakelen. De stuurautomaat hoeft dan alleen maar het bakboordroer aan te sturen en krijgt geen tegenstrijdige informatie. Dat werkt wel wat beter, maar een roer wat dwars onder de boot hangt blijft een probleem en remt bovendien flink af.

 
Rudder Fix

Huib en Bart bedenken een manier om het roer in een vaste stand in lijn met de romp te fixeren.  Daarna zijn we inderdaad beter bestuurbaar. Op dag 9 valt de stuurautomaat helemaal uit, de motor is kapot, hij doet niets meer. We hebben dan 1090 mijl afgelegd en naar Seattle is het nog 1650 mijl te gaan.  Dat is een heel eind om op de hand te sturen. We overwegen verschillende opties en besluiten om naar Kodiak Island, Alaska, te gaan, zoals we oorspronkelijk ook van plan waren. Dat is het dichtstbijzijnde land, nl 1200 mijl, en bovendien vrijwel recht naar het noorden. Voor Seattle moeten we naar het oosten afbuigen en we zijn er niet zeker van hoe het sturen over stuurboord zal gaan met een gefixeerd roer aan die kant.  We maken een veel strikter wachtschema dan we hadden en iedereen moet acht uur per etmaal sturen. Wat zijn we blij dat we met zijn drieën zijn! Met z’n tweeën zou dit wel een hele zware klus zijn geweest. Zolang we een matige wind van achter hebben gaat het nog wel, maar als we vier dagen in harde wind en met flinke golven van opzij moeten sturen is dat andere koek. We moeten goed opletten om de boot soepel van de golven te laten afglijden. De snelheid waarmee we door het water racen geeft ons voldoende adrenaline om de aandacht niet te laten verslappen. Vooral in de nachtelijke uren is dat wel eens moeilijk. 

Op dag 16 geeft de stuurboordmotor plotseling een alarm en er komt zwarte rook uit de uitlaat. We komen er niet achter wat de oorzaak is en het gaat weer voorbij. 

 Na vier dagen racen is op dag 17 de wind op. We zijn dan nog 150 mijl van Kodiak verwijderd. De zeilen hangen er doelloos bij, zelfs voor de spinaker waait het niet hard genoeg, zodat we aftuigen en op de beide motoren full speed verder gaan. Tot nu toe hebben we steeds maar één motor tegelijk gedraaid op 1500 rpm, om zuinig met de dieselvoorraad om te gaan. Nu hoeft dat niet meer, we zijn er bijna en hebben voldoende voorraad. Het is miezerig rotweer geworden. In grijze stilte en alle rust tuf ik ’s nachts de Golf van Alaska binnen. We worden begroet door honderden om ons heen drijvende puffins. 

Ursa Major, AK

   In Chiniak Bay, de toegang tot Kodiak,  gaat de bakboord motor zachtjes uit. Dat kennen we: geen dieseltoevoer meer. Misschien is de dieseltank leeggeraakt. Ik verwijt mezelf dat ik het verbruik niet goed berekend heb nu we de motoren harder hebben laten draaien.  We vullen de tank bij, maar krijgen de motor niet meer aan de praat. Er komt geen druppel diesel uit de leiding, dus die zit verstopt. Gelukkig hebben we onderweg contact gelegd met de havenmeester van St Paul Harbor  in Kodiak. Hij heeft een plaats voor ons gereserveerd. We roepen hem op en leggen uit dat we beperkt manoeuvreerbaar zijn. Er staat geen wind en hij verzekert ons dat er nauwelijks stroom staat in de haven en dat we alle ruimte hebben. Dat blijkt gelukkig ook zo te zijn. Met stuurboordmotor en bakboordroer weet Huib ons keurig aan de steiger af te meren. We liggen tussen de vissersboten in de grootste vissershaven van de VS. We drinken een stevige whisky op onze behouden aankomst. Nooit eerder hadden we dat gevoel zo sterk. Voorlopig zijn we hier nog wel even, we hebben wat klussen te klaren! 

 

Honolulu revisited

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Woensdag 6 juli 2016

Op 6 juni zijn we uit Honolulu vertrokken, op weg naar Hanalei Bay op het eiland Kauai. Van daar uit zouden we naar Kodiak Island, Alaska varen. Omdat  de stuurwielen erg stroef draaiden, zijn we diezelfde dag een andere haven op Oahu binnengelopen. Daar heeft Huib de volgende dag het hydraulische systeem nogmaals geinspecteerd, de roeren rechtgezet en de schroeven van pokken ontdaan. Dat hadden we in Hanalei willen doen. Als we op 8 juli in de luwte van Oahu varen gaat alles voorspoedig, maar als we eenmaal op volle zee zijn houdt de autopilot de boot niet voldoende op koers. We moeten steeds de stuurboord motor kortdurend bijzetten en dat blijkt iets teveel te zijn voor de accu. Als we een snijpend alarm krijgen en na een paar uur de motor nog steeds niet kunnen gebruiken besluiten we om terug te gaan. De tocht is te lang om met dergelijke problemen aan te vangen. De andere cruisers die tegelijk met ons vertrokken zijn hebben een barre tocht, met de eerste week flinke wind en zee, later mist, kou en regen. Wij zien tegen dit trajekt op en besluiten om bemanning te zoeken. Die vinden we in de persoon van Bart, de zoon van Arina. Hij is een enthousiaste zeiler, heeft tijd en vindt het leuk om te komen. Op 5 juli arriveert hij in Honolulu. We hebben een paar weken de tijd om Madeleine zo goed mogelijk in conditie te brengen en gaan 8 juli vertrekken. Het reisdoel is verlegd naar Seattle. Het seizoen is nu te kort geworden voor onze geplande tocht door Alaska. Dat moet nog maar een jaartje wachten.  

 

Hawaii

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Hawaii behoort tot Polynesië, een eilandenrijk wat zich uitstrekt van Nieuw Zeeland in het diepe zuiden tot Hawaii op 20 graden noorderbreedte. Hawaii ligt in de bovenste hoek van de uitgebreide Polynesische Driehoek en bestaat uit een keten van eilanden, die zich 1600 mijl in het midden van de Pacific uitstrekt van zuidoost naar noordwest. Het is de grootste archipel van Polynesië met 132 ondiepten, riffen en eilanden.

Honolulu komt in zicht

Alle eilanden zijn als vulkanische hot spot geformeerd ten zuiden van het huidige eiland Hawaii (Big Island) en daarna geleidelijk naar het noordwesten verplaatst door de migratie van de zeeplaat. Het meest westelijke zichtbare punt is Kure Atoll, 10 miljoen jaar geleden geformeerd. De keten groeit heden ten dage nog steeds, door grote lavastromen die op gang komen bij uitbarstingen van de aktieve vulkaan op het eiland Hawaii. Ook ten zuiden van Hawaii bevindt zich op de zeebodem een vulkaan die regelmatig onderwater lava uitstoot. Te zijner tijd zal dit het eiland bereiken en er een nieuw stuk land aan vormen. De oudste westelijke eilanden zijn door de onweerstaanbare krachten van zon en wind en ten gevolge van erosie door regen en golven, gereduceerd tot ondiepten en atollen. De acht eilanden in het zuidoosten zijn bewoond en vormen de staat Hawaii (Hawai’i/Big Island, Maui, O’ahu, Kauai, Moloka’i, Lana’i, Niihau en Kaho’olawe). Hawaii is sinds 1959 de vijftigste staat van de Verenigde Staten. De hoofdstad Honolulu ligt op het eiland O’ahu.

De eerste Polynesiërs kwamen rond 500 na Chr. op Hawaii, vanuit de Marquesas (ruim 2000 mijl zuidelijk). Voor het eerst werd naar het noorden gezeild op zoek naar nieuw land. Een ongelofelijke prestatie, waarbij gebruik gemaakt werd van astronavigatie. James Cook ontdekte Hawaii in 1778, hij kwam aan op Oahu. Hij noemde de archipel de Sandwich eilanden, naar zijn broodheer, de Baron van Sandwich. In 1779 werd Cook gedood toen hij ten strijde trok op het eiland Maui. In die tijd waren de eilanden van Hawaii onafhankelijk koninkrijken, elk bestuurd door een chief.

 
De eerste koning
 
Kamahameha

Eén van hen, Kamehameha, verenigde in 1819 de eilanden in één koninkrijk onder zijn heerschappij. Dit koninkrijk bleef bestaan tot 1893. In 1820 arriveerden de eerste Amerikaanse missionarissen.  Hawaii werd een centrum voor de walvisvaart en ten behoeve van het werk in de suikerindustrie kwamen diverse migraties op gang (Chinezen, Japanners, Filipino’s, Koreanen, Portugezen en Puerto Ricanen), waardoor een cosmopolitische bevolking tot stand kwam. De USA zagen het strategische belang van Hawaii al snel in en bouwden op Oahu in Pearl Harbor een marinebasis.

 

 

We hebben Pearl Harbor bezocht samen met Wietze en Janneke en dat had een extra dimensie omdat Wietze jarenlang bij de marine op onderzeeërs heeft gewerkt. 

 
 
USS Arizona Memorial
Gezonken USS Arizona 
USS Missouri

Op 7 december 1941 werd de US vloot in Pearl Harbor door de Japanners gebombardeerd,  waarna Amerika betrokken raakte in de Tweede Wereldoorlog.

 

Hawaii werd getransformeerd tot het zenuwcentrum van de hele US oorlogsvloot in de Pacific.

2 September 1945: Einde van de tweede wereldoorlog

 

 
Punchbowl Cemetery

The National Cemetery of the Pacific, Punchbowl genaamd naar de ligging in een oude vulkaankrater, is de begraafplaats van 35.000 slachtoffers van drie oorlogen (WO II, Korea en Vietnam). Veel van de graven dateren van 7 december 1941. Zuilen en zuilen vol met namen van gesneuvelde en vermiste soldaten. Heel indrukwekkend.

 

 

Hawaiiaanse koningen streefden er naar om een Amerikaanse staat te worden. Kort na de Eerste Wereldoorlog diende de Hawaiiaanse afgevaardigde in het Congres, prins Jonah Kuhio Kalanianaole, daartoe  een bill in. Op 21 augustus 1959 werd Hawaii officieel opgenomen in de USA, als vijftigste staat.

Hawaii heeft een prettig klimaat, door de heersende noordoost passaat. Deze passaat brengt de regen dragende wolken. Deze regenwolken blijven hangen op de vulkaantoppen en brengen veel regen aan de windzijde van de eilanden. De lijzijde daarentegen is zonnig. Er heerst gedurende het hele jaar een gelijkmatige temperatuur en er zijn weinig hurricanes. Het weer wordt bepaald door het semipermanente hoge drukgebied Pacific High wat zich tussen Hawaii en het Amerikaanse vaste land bevindt (vergelijk met het Azoren Hoog in de Atlantische oceaan). De meeste schade is in de loop der eeuwen niet door de wind, maar door tsunami’s aan de eilanden toegebracht. Tsunami’s zijn massale oceaan golven, swells, die veroorzaakt worden door aardbevingen onder zee, duizenden mijlen weg. De grootte van een voorspelde tsunami kan van te voren moeilijk worden in geschat.

Kilauea Vulkaan

Van alle eilanden ter wereld ligt Hawaii het verst verwijderd van het continentale vaste land. Big Island heeft twee bergen, Mauna Kea (4450 m) en Mauna Loa (4412 m) en een actieve vulkaan, de Kilauea.

      

 

 

 

 

De huidige eruptieve fase is begonnen in 1983 en vooral in de negentiger jaren zijn grote lavamassa’s naar de zee gestroomd. In de krater smeult de lava, ’s avonds kun je dat zien gloeien. De stranden aan de windzijde bestaan uit lava en je kunt alleen zwemmen in afgesloten baaien waar het enigszins beschermd is. Aan de lijzijde van het eiland zijn mooie zandstranden te vinden, met de beroemde branding waarin gesurft wordt. De windzijde is weelderig groen, in het noorden zijn hooglanden en weidelanden waar koeien grazen, het binnenland is droog en woestijnachtig en rond Mauna Loa zijn uitgebreide lavavelden. De wegen zijn overal prachtig. Na bijvoorbeeld Suriname of Panama is het een vreemde sensatie om door schitterend landschap te rijden op brede asfaltwegen zonder kuilen en met intact wegdek. Er zijn overal wegwerkzaamheden, die vooral bestaan uit het in bedwang houden van al dat weelderige groen. Ook in de steden worden bomen en parken uitstekend onderhouden. De bomen worden prachtig gesnoeid en zien er gezond uit. We zagen hoe palmbomen bij wijze van spreken met een nagelschaartje werden bijgewerkt.

 Veel bomen dragen bloemen. Het rijgen van bloemenkettingen (een lei) is een oud Hawaiiaans  gebruik. Nog steeds worden verse bloemenkettingen verkocht, heerlijk ruikend, maar de souvenirwinkels hangen vol met de plastic variant, die overigens vaak ook smaakvol is (maar niet geurend). Vrouwen dragen bloemen in hun haar, rechts als ze vrij zijn, anders links. De mensen zijn heel vriendelijk, rustig (laid back zoals ze dat zelf noemen), net als de muziek en de Hula dans.  Alles heel lieflijk en melodieus, geen harde rock.

Hula danseressen
Hukelehe
 
Hula

Het dagelijks leven is duur, omdat veel producten moeten worden ingevlogen. Er is landbouw en de verkoop van lokale producten wordt gestimuleerd. Op Big Island voert de grootste supermarktketen, KTA, een honderd jaar oud familiebedrijf, het merk

“Mountain Apple”, waaronder alle lokale producten vallen. Meer dan 425 producten van 38  kleine verbouwers, variërend van groenten, vlees, melk, jam tot marshmallows en taro-chips. Elk filiaal heeft zo zijn eigen assortiment. Beroemd is de poke: rauwe vis op verschillende manieren gemarineerd, al naar gelang de (ethnische) smaak, van Japans tot Koreaans. Een bezoek aan de supermarkt is een belevenis. Als je binnenkomt hangt er een apparaat waaruit je een reinigingsdoekje trekt voor je handen en het handvat van de winkelwagen. Rijen met spullen die je er spannend uit zien, maar waarvan je geen idee hebt wat het is, omdat het opschrift in onleesbare Aziatische tekens is. Veel verschillende bosjes “groen” op de groenten afdeling. Sommige zijn kruiden, andere groenten, sommige eet je rauw, andere moet je roerbakken, maar wat is wat? Ik wist niet dat er zoveel variaties op paksoi bestaan. Grote hoeveelheden flessen met verschillende sausjes, onnoemelijk veel verschillende soorten rijst en mie en veel zakken met snacks waarvan het voor ons onduidelijk is of het om zoet of hartig gaat.

Ford
 
Ala Wai Harbor

In Honolulu liggen we in Ala Wai Harbor. Daar zijn twee lokale jachtclubs en een staatsjachthaven (waar de cruisers meestal liggen). Het is een goedkope ligplaats in een $$$$ omgeving, nl Waikiki Beach. DE place-to-be voor een beetje vakantieganger. We zijn omringd door enorme wolkenkrabbers, prachtige designwinkels, fantastisch aangelegde perken en een heel breed wit zandstrand met palmbomen. Het is een toplocatie voor bruidsfoto’s en het ene paar na het andere wordt in stretchlimo’s aangevoerd voor een fotosessie op het strand.

 
Bruidspaar

 Daarna een party in het prestigieuze Hilton Hawaiian Village, afgesloten met vuurwerk. Het aardige van de stranden hier in Hawaii is, dat ze voor iedereen toegankelijk zijn. Dus geen voor hotelgasten afgesloten stukken met ligstoelen in parade. En langs alle stranden zijn parken aangelegd waar je in de schaduw aan picknicktafels kunt zitten. Overal zijn keurige toiletgebouwen en op het strand zijn douches. Alles wordt goed schoongehouden, ook aan het eind van de dag ligt er geen troep op het strand. Wij bewegen ons per vouwfiets door de stad. Dat gaat hier heel goed, men is er op ingesteld. Als er geen fietspad is mag je op het trottoir fietsen, wat vaak heel breed is. Voetgangers gaan netjes voor je aan de kant. Kom daar in Amsterdam eens om! Typisch Amerikaans zijn de op- en afritten op elke straathoek waardoor je heel gemakkelijk het trottoir opkomt zonder steeds af te hoeven stappen.

  
Surfing, surfing...

 

 

 

 

 

Er zijn hier opvallend veel mensen die op straat leven. Deze homeless (daklozen)rijden rond met hun winkelwagen of trolley vol spullen. Ze worden kennelijk gedoogd, want we hebben nergens gezien dat ze worden weggejaagd. Ze slaan hun bivak op in parken of op de trottoirs langs de grotere wegen of soms zelfs in de middenberm op een groot kruispunt. Leven op straat is vaak een vrije keus van mensen die de overheid als hun vijand zien en nergens geregistreerd willen staan. In de bibliotheken zit de internethoek ’s ochtends vroeg al vol met homeless die daar op hun laptop (met gratis stroom) lekker in de koelte spelletjes komen doen. Leven op straat is hier gemakkelijk door het klimaat en boven beschreven voorzieningen. Bedelaars hebben we daarentegen hier niet veel gezien, in tegenstelling tot in Zuid Amerika en in mainland USA.

 
Hawaii Yacht Club

De Hawaii Yacht Club in Ala Wai Harbor is heel gastvrij. Als cruiser krijg je een tijdelijk lidmaatschap, waardoor je op de club kunt internetten. Het voordeel van internetten-buiten-de-deur is het contact wat je daarbij met anderen legt. Met een kop koffie aan een grote tafel informatie uitwisselen en bijkletsen. Eenmaal per week wordt er een BBQ georganiseerd voor de leden, waar ook de cruisers aan deel kunnen nemen. Je neemt je eigen vlees mee en je maakt een schotel die gedeeld wordt met anderen. Drankjes bij de bar. Erg gezellig.

 

Eén van de cruisers heeft het initiatief genomen om een radionet op te zetten voor de trip naar het noorden. Begin juni zullen zo’n 20 boten koers zetten richting Canada en Alaska, ruim 2000 mijl. Zo’n radionet (in dit geval het Aloha Net genaamd) betekent dat je dagelijks op vast tijdstip de korte golf radio op een afgesproken frequentie afstemt, zodat je met elkaar kunt communiceren. Het is vooral bedoeld als extra veiligheidsmaatregel. Je kunt met de radio honderden mijlen overbruggen; de marifoon bestrijkt hooguit dertig mijl (tot de horizon), daar kun je alleen mee communiceren als je redelijk dicht bij elkaar in de buurt bent.

 
North Pacific Weatherfax

Op onze trip van Panama naar Hawaii konden wij via de radio weerberichten en e-mails binnenhalen door in te bellen op een walstation. Dit ging evenwel tergend langzaam en vanaf de laatste dag lukte dat helemaal niet meer. Hier in Honolulu heeft Huib de koperen strips (aardleidingen) tussen de radio en de antenne en die na 10 jaar aardig wat roest vertoonden, vervangen. Uiteraard liggen deze verbindingen onder de vloer, dus het was een karwei van 4 dagen kruipen in de boot om dat allemaal te vervangen en de nieuwe strips netjes te positioneren. Alle aansluitingen meteen ook schoongemaakt en waar nodig vervangen en voilà, de weerberichten vliegen binnen. Waar we voorheen met kromme tenen zaten te kijken hoe 15 kB in een kwartier binnen werd gehaald, soms zo langzaam dat de verbinding verbroken werd, gaat dat nu binnen een minuut. En omdat we beperkte zendtijd hebben (15 minuten per dag) is dat wel belangrijk.

Een andere klus was de aanpak van het lekkende dekluik. Via Amazon.com konden we de goede kit (butyl rubber) bestellen, na e-mail overleg met onze vakman in Nederland, Simon Rhebergen. Alle schroeven losgemaakt en het luik helemaal goed afgekit. Laten we hopen dat onze spullen in Alaska droog blijven. Dat is in de kou nog veel belangrijker dan in de tropen. We hebben een nieuwe buitenboordmotor gekocht nadat de oude ons op Maui lelijk in de steek had gelaten. We lagen daar met enkele andere boten voor anker, een eindje uit de kust, en moesten om aan land te komen door een vrij smalle vaargeul met links en rechts daarvan flinke branding waarin gesurfd werd. De eerste dag deed de motor het op de heenweg nog, maar toen we terug wilden werd het roeien geblazen. En daar is zo’n rubberen boot eigenlijk niet voor bedoeld. Het kan wel, maar het is erg ongemakkelijk. Met tegenwind en tegenstroom kom je maar langzaam vooruit. De volgende dag moesten we naar de wal om de gehuurde auto terug te brengen. Er stond veel wind en dus ook veel branding. We werden dwars over het water geblazen en konden de vaargeul absoluut niet halen. We konden nog net de laatste boot grijpen die voor anker lag het dichtst bij de vaargeul en die heeft ons met zijn dinghy naar de wal gesleept. Daar hebben we meteen maar veel boodschappen gedaan en zijn in de dinghy gaan zitten, wachtend op een collega die naar zijn eigen boot terug zou gaan en ons een sleepje zou willen geven. Dat was geen probleem. Maar daarna konden wij Madeleine niet meer af. Het heeft een paar dagen gestormd, we konden niet weg, en we konden ook geen weersinformatie binnenkrijgen met de radio. Een ongemakkelijke situatie. Huib heeft al heel veel gesleuteld aan onze oude buitenboordmotor, en nu was de maat vol. In Honolulu hebben we een mooie nieuwe 4-takt Yamaha 6 PK aangeschaft. Uiteraard met enkele sloten erbij, want die motoren zijn erg gewild (daarom hadden wij ook graag een oud lelijk ding).

Zo hebben we weer veel geklust en rond geracet om van alles en nog wat aan te schaffen voor onze tocht naar Alaska. Het viel ons tegen wat hier te koop was aan boeken en pilots voor dat gebied, zodat we e.e.a. via internet hebben moeten bestellen en laten bezorgen in de haven. Het is altijd afwachten of dat werkt, maar het is allemaal goed gekomen (het is hier tenslotte USA). En voor het eerst sinds tijden zijn we weer druk geweest met socializen. We zijn ruim 2 maanden met z’n tweeën geweest en dan moet je ook wel weer erg wennen aan al die drukte om je heen en al die afspraken.  We hebben hier het zeiljacht de Anna Caroline ontmoet, met Wietze en Janneke. We hadden al anderhalf jaar via email contact met hen, maar we hadden hen nog nooit in levende lijve ontmoet. Zo gaat dat, je wilt iets over een bepaald gebied weten en wordt door de ene cruiser in contact gebracht met een ander die daar is geweest. Erg leuk en heel handig. Twee Nederlandse boten hier in de haven en straks in dezelfde groep op weg naar Alaska is wel bijzonder.

Tussen de klussen door hebben we natuurlijk nog wel het een en ander van de eilanden gezien. We zijn hier nu zes weken en hebben op Big Island, Maui en Oahu uitgebreid rondgetoerd. 

Het plan is om 6 juni naar Kauai te varen, het noordelijkste van de bewoonde eilanden, en daar in een mooie ankerbaai de onderkant van de boot schoon te maken. Ala Wai Harbor is vies en er is in de drie weken dat we hier liggen een enorme aangroei van planten en schelpdieren aan de rompen gekomen. Dat moet er afgekrabt worden (Huib), maar dat ga je hier in dat vieze water niet doen. Als we weer lekker schoon zijn en de wind is gunstig, dan vertrekken we naar het noorden. Onze bestemming is Kodiak Island, maar het is van de heersende wind afhankelijk of we daar komen.  Soms word je door overkomende depressies (lage druk gebieden) gedwongen om naar het oosten uit te wijken en dan kom je aan de westkust van de VS uit. We zullen zien.

Pacific Crossing

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 17 april 2016

Na 4720 zeemijlen en 38 dagen zijn we op zaterdag 16 april aangekomen in Hilo, op het eiland Hawaii, USA. We hebben een goede overtocht gehad, zonder problemen. Ons vertrekpunt was Panama City,

Panama BioMuseo, architect: Frank Gehry

 

...en van daaruit  zijn er drie aanbevolen routes naar Hawaii. Welke route je kiest hangt af van het seizoen. Gebaseerd op statistiek wordt een voorspelling gemaakt van de te verwachten wind. Het probleem is nl dat je sowieso door een windstil gebied heen moet (doldrums) voordat je in de passaatwind komt. Dit gebied schuift met de seizoenen naar het noorden respectievelijk zuiden. De directe route (4500 mijl) voert langs de Midden-Amerikaanse kust en buigt ter hoogte van Mexico af naar het westen. De andere routes steken eerst naar het zuiden, naar de Galapagos eilanden, dan naar het westen en tenslotte naar het noorden. De langste daarvan is 5300 mijl. Het idee is, dat je eerder in de passaatwind komt en dus toch sneller in Hawaii bent. Maar statistiek hoeft niet overeen te komen met de werkelijkheid en ondanks de voor onze periode aanbevolen langste route kiezen wij voor de directe route. Na het laatste bezoek aan de markt om verse producten in te slaan vertrekken wij op 8 maart uit Panama City naar het eiland Taboga, 8 mijl verderop in de Golf van Panama.

  
Taboga

De volgende dag is het bladstil als wij het anker lichten, zodat we op de motor door de Golf tuffen, omringd door vele pelikanen. Tweemaal zien we een walvis, voor het eerst in ons varend bestaan. De eerste week hebben we weinig wind, zodat we ongeveer de helft van de tijd moeten motoren. Zodra het even kan hijsen we de zeilen, want onze dieselvoorraad is uiteraard beperkt (430 liter, goed voor 260 uur varen, naar schatting 1200 mijl, uitgaand van gebruik van één motor tegelijk). De nachten zijn donker, want het is nieuwe maan.

 

 

Op 11 maart werpen we de laatste blikken op de Panamese kust, daarna zien we de komende weken geen land meer, alleen maar water. Tijdens de nachtelijke wacht zie ik dat er zich iets onder ons bevindt op 22 meter diepte. De dieptemeter hoort in de oceaan ''oneindig'' aan te geven, en af en toe zie je dat kortdurend veranderen, dan zwemt er een vis of school vissen onder de meter door. Nu blijft de meter op 16-22 staan, wat betekent dat er iets vrij constant onder ons hangt. Heel af en toe is het weg. Visioenen van een walvis die plotseling omhoog zal komen en Madeleine omver zal werpen dringen zich aan mij op. Ik zet de motor aan, om hem te laten merken dat wij geen vis zijn (advies van andere cruisers). Ik zwenk naar links en naar rechts, maar er blijft iets onder ons, tussen 9 en 22 meter. Ik wek Huib. Hij heeft een heel ander idee. Van Arroz, onze advisor in het Panama Kanaal , heeft hij gehoord dat de drugsbendes tegenwoordig in het bezit zijn van onderzeeërs. Wij varen nog steeds betrekkelijk dicht bij de kust, dus misschien bevinden wij ons wel in hun vaarwater! Nu doemen heel andere akelige scenario's voor ons op. We zetten beide motoren aan en zetten koers loodrecht van de kust weg. Het ding vaart mee onder ons. Na twee uur is het weg, de dieptemeter geeft weer oneindig aan en we slaken een zucht van verlichting. Spannende uurtjes en eigenlijk geen idee wat het nou geweest is.

 Als we achterom kijken zie ik iets geks in de lucht, wat Huib direct herkent als een waterhoos. Een slurf uit de wolken naar beneden en opspattend water. De hoos beweegt zich met de wind mee in onze richting, we staan aan dek genageld. Gelukkig dooft hij uit als hij nog heel ver van ons verwijderd is. Voor de rest van de dag wel genoeg sensatie gehad.

Na een week ruimt de wind en het lijkt er op dat we de noordoost passaat te pakken hebben. Vanaf dat moment kunnen we zeilen, met een rustig, ruim achterlijk windje. We schieten niet hard op, want we ondervinden forse tegenstroom van de North Equatorial Counter Current. Dagelijks hebben we rond etenstijd een dolfijnenshow voor de boegen en het weer is prachtig.

 
US Coastguard Cutter 751

We varen door de territoriale wateren van achtereenvolgens Costa Rica, Nicaragua, Honduras en El Salvador. Op 20 maart zijn we ter hoogte van de Golf van Tehuantepec, Mexico, die berucht is om gemene winden. Deze "Tehuantepecers" ontstaan als zich een hoge drukgebied in de Golf van Mexico (aan de Atlantische zijde) vormt. De resulterende wind blaast over de betrekkelijk smalle strook land die de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan scheidt en komt versterkt aan in de Golf van Tehuantepec. We ontmoeten de US Coastguard Cutter 751, die eerst een rondje om ons heen vaart en ons dan oproept via de marifoon. Wie we zijn en waar we naar toe gaan. Ze zijn tevreden met onze gegevens en beëindigen de oproep met de laatste weersinfo: veel wind en hoge golven de komende 48 uur in Tehuantepec. Kort tevoren hadden we de zeilen al flink gereefd in verband met toenemende wind. 's Nachts halen we het grootzeil helemaal weg. Wind en hoge golven komen dwars in, wat het leven aan boord niet gemakkelijk maakt.

 De volgende dag neemt de wind toe tot 36 knopen (Bft 8) en we krijgen af en toe een breker in de kuip. Muren van water om ons heen, het spuit langs en over de boegen en soms dus in de kuip. De golven zijn imposant, maar Madeleine glijdt er soepeltjes af. Zij en de automatische piloot doen al het werk, wij zitten er bij om op te letten en zo nodig in te grijpen. Behoorlijk vermoeiend trouwens, al dat geweld van de elementen om je heen en het voortdurend alert zijn. Het is volle maan, dus het zicht is 's nachts gelukkig goed en overdag is het stralend weer. Aan het eind van de middag op 22 maart wordt de zee eindelijk iets rustiger. Een stormachtig begin van de lente voor ons. De enige schade die we hebben is een kletsnatte "linnenkamer", de voorraadruimte in de stuurboord boeg. Alles is nat geworden, het heeft gelekt via het dekluik, waar gigantische partijen water met veel kracht op gesmeten zijn. Dagen zijn we bezig om de spullen te drogen en alles weer op te bergen.

  Intussen maken we goede voortgang. De wind blijft steeds erg wisselen, tweemaal moeten we nog een paar uur motoren, maar voor de rest kunnen we alles zeilen. Meestal met een gereefd grootzeil en een genua die we voortdurend minder of meer kunnen reven. In de derde week is de wind zo achterlijk geworden, dat we het grootzeil weghalen en uitsluitend op de genua zeilen. Dat is erg relaxed. Het waait te hard voor de spinaker; de koers zou er perfekt voor zijn. Later kan het grootzeil in sterk gereefde vorm er nog weer een paar dagen bij.

 

 
Booby Shit...
Brown Booby

Zolang we niet al te ver van de kust verwijderd zijn (300 mijl) zien we vogels en dolfijnen. We hebben een paar dagen Brown Boobies te gast aan boord. Eerst vinden we dat nog wel gezellig, zo'n vogel op het dek, maar als na twee dagen de hele boot is ondergescheten is de lol er af. Vies en slecht voor de verf. Als we alles hebben schoongemaakt zijn de vogels inmiddels ook verdwenen. Op 12 en 13 april hebben we twee zeer heftige nachten, met de ene bui na de andere, regen, golven, geen maan en wind die binnen een minuut 10 knopen kan aanwakkeren, zodat we soms bijna "voor top en takel", met uitsluitend een klein driehoekje genua, voortstuiven met 6-7 knopen snelheid. 's Morgens is het nog grijs en dan kun je de buien die je 's nachts niet ziet, dreigend zwart aan de horizon zien hangen, 's middags klaart het op en is het stralend weer. Daarna blijft het wat buiig, maar prima zeilweer.De eerste dagen moeten we af en toe uitwijken voor een tegenligger, op 11 maart passeren we 's nachts het laatste zeiljacht. Daarna zien we geen schepen meer.

 Weersinformatie halen we binnen met de SSB radio. Daarmee leggen we contact met een radiowalstation; via dit station worden onze emailberichten (updates naar de familie en aanvragen voor weersinfo) verzonden en binnengehaald.  Voor dit doel heb je een speciaal emailadres. Het contact leggen met zo'n station lukt niet altijd, en als je contact hebt, lukt het zenden en/of ontvangen lang niet altijd. Per week mag je 90 minuten zendtijd besteden en soms is de verbinding niet goed genoeg om de berichten binnen te halen. Voor noodgevallen hebben we de satelliettelefoon paraat. Daarmee bellen we eens per week de moeders in NL.  Huib heeft in Panama de watermaker met succes gerepareerd. We hebben hem 37 uur gebruikt en daarmee zo'n 2200 liter heerlijk drinkwater gemaakt uit zeewater. De voedselvoorraden zijn ruim voldoende, we kunnen nog weken wegblijven. Maar na vier weken is het fruit op (en dat mis je echt) en na vijf weken de laatste verse groente (pompoen). Brood bakken en yoghurt maken doen we onderweg. Het zeewater ziet er zeer schoon uit en is diepblauw van kleur. Eenmaal komen we de onmiskenbare inventaris van een vissersschip tegen waar het kennelijk niet goed mee is afgelopen. Verder zien we nergens troep of plastic drijven. Evenmin is er de Sargassumplaag die de Atlantische Oceaan teistert: grote velden met taaie waterplanten die zich in je roeren en schroeven draaien. 

 
Op wacht...

Na twee weken veranderen we het wachtsysteem.  Aanvankelijk draaien we wachten van drie uur, maar daarmee komen we niet aan voldoende slaap. In het nieuwe systeem delen we de avond en nacht op in twee wachten van zes uur en overdag slapen we elk nog 2-3 uur bij. Dat bevalt beter. De dagen zijn daarmee kort en vliegen voorbij. Naast de zorg voor schip, materieel, navigatie, weersinfo etc. ben je druk met huishoudelijke zaken. En tussendoor natuurlijk een boek lezen of een spelletje doen. Het Stille van deze Oceaan ervaren we aan het begin en aan het eind van de trip. Voor het overige deel van de tocht vonden we dit stuk water niet zo stil. De oceaan heeft ons bij tijden aardig bezig gehouden, en we ondervonden veel meer wisselingen in windkracht en -sterkte dan we verwacht hadden.  

Aan het eind staat er weinig wind meer en we gaan in een gematigd gangetje op Hawaii af. Het is een belevenis als we in de nacht van 16 april de lichtjes van de vuurtoren en de bebouwing van Hawaii aan de horizon zien. We hebben dan nog een rustige nacht bij halve maan voor de boeg, goed om het einde van dit kluizenaars/oceaanleven langzaam tot ons door te laten dringen. In de loop van de ochtend gooien we het anker uit in Radio Bay. Met de dinghy naar de wal om ons te gaan melden bij de Amerikaanse douane, die ons allerhartelijkst ontvangt.

 

 

Madeleine door het Panama Kanaal

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 6 maart 2016

Op 4 maart is het zo ver, dan is de transit van Madeleine door het Panama Kanaal gepland. Het is altijd tot het laatste moment spannend of het inderdaad door gaat, want pleziervaart heeft geen prioriteit in deze business. Als line handlers hebben wij de bemanning van de Tignanello gevraagd, Willem en Remco. We ontmoetten hen al eerder in Curaçao. Als derde persoon gaat Dennis mee, de Amerikaan die net als wij op Sparrow bemande. Helaas moet Willem afzeggen in verband met een forse peesontsteking aan zijn rechter pols, veroorzaakt  door enkele dagen fanatiek polishen van de rompen. Dennis neemt in zijn plaats een vriend mee, Bob, van wie hij zegt dat hij een goede line handler is. We hadden al gemerkt dat de verhalen van Dennis met flink wat korrels zout genomen moesten worden, maar veel keus hebben we niet. We weten dan nog niet dat Bob geen knoop weet te leggen.  

Op het afgesproken tijdstip (13.00 uur) vertrekken we naar The Flats, de ankerplaats in de Bahia Limon, waar je moet liggen wachten tot de advisor aan boord komt. Madeleine hangt aan weerszijden vol met enorme stootwillen en we hebben vier enorme, 30m lange, 22 mm dikke trossen aan boord om ons aan de sluiskades vast te leggen (gehuurd). We melden ons bij Cristobal Signal Station en krijgen te horen dat hij er om 16.00 uur zal zijn. Tijd genoeg dus voor een uitgebreide lunch. Er komen nog twee catamarans voor anker liggen. Uiteindelijk wordt het na vijven voor de advisor komt, Gonzalez.  Advisors zijn mensen die een vaste baan hebben bij de PCA (Panama Canal Authority) en die in hun vrije tijd kleine schepen (< 60 m) door het Kanaal loodsen. Officiële pilots zijn beroeps en werken voor de grote vaart. De kwaliteit van de advisors is sterk wisselend. We hebben verhalen gehoord van mensen die nauwelijks engels spraken. Gonzalez is een aardige kerel die voldoende engels spreekt. Hij vertelt ons dat we in de eerste sluizen, de Gatún Locks, moeten "raften" met de Blanchette, een grote Canadese cat. Je kunt als jacht op vier verschillende manieren in de sluis worden neergelegd. (1) Het gemakkelijkst is het als je aan een sleepboot kunt aanmeren. Die ligt langs de kademuur en vangt de hoogteverschillen op. (2) Je kunt zelf langs de kademuur liggen, maar dan moet je heel goed opletten dat je niet langs het beton schuurt en dat mast en stagen de kademuren niet raken als het water met veel turbulentie de sluis in komt. (3) Je kunt samen met andere jachten als vlot aan elkaar gebonden worden (het zogenaamde raften) en in het midden van de sluiskolk gelegd worden met lijnen naar beide kanten. (4) En tenslotte kun je solo in het midden liggen, zgn "center chamber". De eerste en de laatste methode hebben onze voorkeur en dat hebben we ook aangegeven.

 
  
Kolkend water in de kolk
Rafting with Blanchette

Maar daar wordt vandaag geen rekening mee gehouden. We moeten langszij de Blanchette vastmaken en omdat zij groter is dan Madeleine is zij vanaf dat moment de baas. We varen op hun motoren, met de onze standby, moeten de aanwijzingen van hun advisor volgen en zijn afhankelijk van hun schipper. We weten al direct waarom we dit liever niet wilden. De Blanchette wordt bemand door drie jonge stellen met kleine kinderen. Ze zijn erg aardig en relaxed en vooral bezig met filmen. In de sluizen, met het kolkende water, sta ik doodsangsten uit voor de kinderen die vrolijk over het schip rennen en klauteren. Eén misstap en je ligt in het water, fataal. We zijn een breed vlot en Blanchette heeft grote moeite om ons vrij te houden van de kademuren. Tegen de regels in roep ik aanwijzingen naar Gonzalez en vraag hem de zaak over te nemen, wat hij ook doet. Liever onbeleefd dan de dupe  te worden van de sloppiness van onze buren. Het is hard werken, er komen enorme krachten op de lijnen bij het naar beneden storten van het water. We hebben alleen aan bakboord lijnen naar de kade, dus aan elke lijn twee man. Remco en ik bedienen de lijnen op de boeg en Gonzalez is zo aardig dat hij Dennis helpt aan de achterkant. Huib heeft zijn handen vol aan het bijsturen van het vlot (wat officieel niet mag, hij mag alleen standby draaien). Met vereende krachten komen we ongeschonden de drie locks door. Buitengaats staat een partij golven die de cats lelijk tegen elkaar doet botsen en flink aan de lijnen rukt. We moeten daar door heen voor we los mogen gooien. Het is inmiddels aardedonker en we tuffen het Lake Gatún op, naar de moorings, om te overnachten. Die moorings zijn enorme tonnen, plat van boven met grote klampen. Je kunt er op staan. Wij krijgen een mooring toegewezen waar al een schip aan ligt. Het is de bedoeling dat de mooring tussen beide schepen in komt en dat je zowel aan de mooring vastmaakt als lijnen uitbrengt van beide schepen naar elkaar. Erg ingewikkeld en erg veel werk.  Het is al na negenen als Gonzalez van boord gaat. Wij moeten dan nog eten.

  
  
Beetje naar SB
Arroz overhoort ons

De tweede dag komt een andere advisor aan boord, Arroz. Hij is om kwart over 8 present. We serveren een ontbijt met scrambled eggs voor iedereen en gaan op weg naar de sluizen aan de Pacific kant. Arroz is een midden veertiger en een geboren leraar. Hij begint met ons te overhoren over allerlei feiten aangaande het Kanaal en geniet zichtbaar als wij niet al teveel weten. Hij begint met vertellen en houdt de hele dag niet meer op. Intussen let hij scherp op en werpt aanwijzingen tussen zijn verhalen door, zodat je zelf ook wel moet blijven luisteren. Het is vier uur varen naar de volgende sluizen, de Pedro Miguel Locks. Eerst steek je Lake Gatún over, daarna kom je in het uitgegraven kanaal. Arroz weet dat wij liever niet raften, en houdt daar rekening mee. Wij gaan solo center chamber door de locks. Wij hebben nu aan beide kanten lijnen naar de wal, dus alle line handlers zijn bezig. Als blijkt dat Bob niet weet wat te doen, springt Arroz in. Op de kades staan vier man die ieder van ons een dunne lijn toewerpen waar we de landvasten aan moeten knopen. Zij halen de lijnen in en leggen ze vast om de bolders op de kant. Zodra het water gaat zakken moet jij de lijnen aan boord vieren. Goed opletten, want anders komt je boot te hangen en kunnen de klampen uit het dek worden gescheurd. Blanchette krijgt een andere partner toegewezen, een monohull, van wie ik later hoor dat zij dezelfde doodsangsten hebben uitgestaan als wij.

   

In de Gatún Locks ligt het grote vrachtschip waar je mee schut voor je, hier ligt de kleine vaart voorin de sluis. Dus als de kleine schepen goed gepositioneerd zijn kan de kolos binnenkomen. Het is zeer indrukwekkend, als je die op je af ziet komen. Omdat het even duurt hebben we net tijd voor de (voorgeschreven warme) lunch, rijst met kip. Na de Pedro Miguel sluis is het een mijl varen naar de laatste twee (gekoppelde) sluizen, de Miraflores Locks. Daar hangen webcams en het blijkt dat het thuisfront ons goed kan zien. Er wordt druk heen en weer ge-smst. Het doet ons wel wat om deze belevenis zo te delen. Arroz instrueert ons uitgebreid over de laatste sluiskolk.

 
Line Handler Maaike

Daar staat een enorme onderstroom naar buiten toe, dus als je de motoren niet voldoende in de achteruit zet en de achterlijnen niet op tijd vast hebt, stort je tegen de sluisdeuren aan. Remco en ik bedienen de achterlijnen. Gelukkig staat Arroz ook hier standby, want eigenlijk heb ik er niet genoeg kracht voor.Huib krijgt na afloop een compliment van hem over zijn boat handling. En dan is het klaar, we zijn in de Pacific! Zonder kleerscheuren. Het is veel meer werk en inspanning als je met je eigen schip gaat dan wanneer je bemant. We leggen in Balboa Yacht Club aan een mooring aan, de gehuurde lijnen en fenders worden opgehaald, Arroz wordt opgehaald en de bemanning gaat van boord. Wij drinken een maltje op het achterdek en vallen dan in onze kooi.