Joomla Template by Create Website

Chiapas, Mexico

Chiapas, Mexico

Op 2 januari 2019 komen we aan in Marina Chiapas, de laatste marina aan de Pacific kust van Mexico, 15 kilometer van de grens met Guatemala.

Marina Chiapas

In Mexico worden de provincies ‘staten’ genoemd, net als in de USA. De staat Chiapas is qua natuur en grondstoffen één van de rijkste van Mexico. Er zijn onnoemelijk veel rivieren, het land is dus erg groen en de grond vruchtbaar. Onder andere mango’s, bananen, ananas, koffie en cacao worden geëxporteerd. Chiapas levert een groot aandeel in de hydro-energie van Mexico, door grote stuwdammen. We hebben inmiddels bijna de hele Mexicaanse Pacific kust gezien en gaan nu het binnenland een beetje verkennen. Via onze Panama Posse hebben we contact gelegd met een lokale gids, Luis Sanchez. De eerste tour die we met hem maken is in de buurt, dat wil zeggen binnen een straal van 50 kilometer. We gaan naar een oud Maya stadje, Tuxtla Chico (letterlijk klein konijn), waar chocola geproduceerd wordt. Dat gebeurt op kleine schaal, door de mensen thuis.

 
Bonen roosteren
Cacao boom met vrucht

We gaan naar het huis van Doña Josephina die het proces van vrucht tot cacaopoeder uit de doeken doet. Alles wordt met de hand gedaan, het plukken van de vrucht, het uitpellen van de bonen, het drogen, roosteren en malen. Dat laatste gebeurt in een metate, een soort platte vijzel. Het vergt een specifieke beweging met de polsen en kost vrij veel kracht.

 
De laatste hand...
Bonen malen

Luis had ons van tevoren geïnstrueerd dat we niet moesten ontbijten en het blijkt dat een typisch Mexicaans ontbijt bij de tour is inbegrepen, inclusief een stoomcursus tortilla’s maken. De tortilla hoort van mais gemaakt te worden; tarwe is voor de Gringo’s. Razendsnel wordt de deeglap rondgedraaid om hem mooi egaal dun te krijgen.

 

 

Verse Tortilla's...

De Mexicaanse vrouwen maken dagelijks verse tortilla’s die bij alle maaltijden geserveerd worden. Ik had al gezien dat in de supermarkten op de broodafdeling onafgebroken tortilla’s worden geproduceerd die in pakken van 20 worden verkocht. Die zijn dus dagelijks vers, niet verpakt zoals wij dat kennen. Thuis af te bakken. De Mexicanen eten echt geen tortilla’s van gister. Als ik een keer in een dorpje brood wil kopen lukt het me niet om het brood van gister mee te krijgen. Het is te oud en te droog volgens de vrouw en ik kan het niet van haar kopen. De chocoladedrank wordt met water gemaakt, niet met melk zoals wij gewend zijn.

Na de chocolade demonstratie rijden we naar de Maya ruïnes van Izapa. De Maya’s zijn in Chiapas het land binnen gekomen en hebben naar het noorden trekkend overal nederzettingen gesticht, tot in Cancun. Ook in Guatemala , Honduras en Belize woonden veel Maya’s. Er worden nog steeds nieuwe opgravingen gedaan, waarbij het probleem is, dat veel ervan op particuliere grond gelegen zijn. De huidige bewoners willen hun land meestal niet verlaten en het rijk wil er geen geld aan besteden. De Maya’s kozen de locaties van hun heilige plaatsen heel zorgvuldig, rekening houdend met de lokale geografie en de ligging op de zon. Ze kenden vele goden, onder andere vulkanen. In Izapa zien we onze eerste Maya piramides. Deze liggen georiënteerd op de vulkaan die in de verte zichtbaar is. Omdat we in de hitte onze aandacht niet 100% bij de uitleg van Luis kunnen houden, verzorgt hij op ons verzoek een naslagwerk over de Maya cultuur. Kunnen we op een koeler moment nog eens iets nalezen. Een paar dagen later gaan we voor vijf dagen met Luis op pad.

Maya...
Maya...

De eerste bestemming is Palenque, de grootste Maya opgravingssite in Chiapas. De rechtstreekse weg vanuit onze marina daarheen leidt dwars door de bergen, 400 kilometer. Langs die weg liggen talloze dorpjes en om te snel rijden tegen te gaan ligt die weg vol met drempels.

Het kost langs deze route 17 uur om in Palenque te komen. Wij maken een grote omweg (700 km) en doen er ‘maar’ tien uur over. We rijden grotendeels over snelweg, maar ook een deel door de bergen. Wij worden daar al helemaal gek van de drempels, terwijl het maar een uurtje rijden is. Als iemand langs de kant van de weg een stalletje heeft opgezet om iets te verkopen, legt hij tegelijkertijd ook even een drempel aan. Dat kan een berg zand zijn, of een boomstam, of wat dan ook. Het zorgt er voor dat je afremt en een potentiële klant wordt. De landerijen liggen er verzorgd bij en we zien veel goed doorvoede koeien grazen. De mensen kunnen er hier goed van leven.

 
Kop...

De Maya ruïnes in Palenque zijn indrukwekkend. Enorme piramides met daarin vele kamers en graven. Voorheen waren enkele piramides toegankelijk voor publiek, nu niet meer. Het museum toont enkele opmerkelijk goed bewaard gebleven beelden en maskers. Alle gebouwen werden rijkelijk geornamenteerd met hieroglyfen. Uit de afbeeldingen is men veel te weten gekomen over de samenleving en de kennis van de Maya’s. Tempels, paleizen, citadels en arena’s voor het balspel werden in het midden van de steden gebouwd, terwijl de huizen van het gewone volk er buiten stonden. Het balspel, pok ta pok, was een belangrijk ritueel voor de Maya’s. De bal stond symbool voor de beweging van de sterren aan de hemel en de strijdende teams voor de strijd tussen Dag en Nacht of tussen de goden van de Hemel en de Onderwereld. Aan het eind van het spel vond vaak een onthoofding plaats om de vruchtbaarheid van de aarde te verzekeren. Volgens sommige overleveringen werd de aanvoerder van het winnende team geofferd, volgens anderen de verliezers, weer anderen zeggen dat er krijgsgevangenen werden gedood.

Maya...

De Maya’s waren bekend met het cijfer nul en waren goed in astronomie. Ze legden vast dat de jaarlijkse cyclus van de zon 365 dagen duurde en ook de bewegingen van de maan werden met slechts een kleine fout marge bepaald. Ze hadden vele goden, die gezien werden in natuurkrachten, de hemellichamen, de regen en de dood. De goden werden gesymboliseerd door dieren: de regen door de slang, de zon door de jaguar en de dood door een uil of een vleermuis. De Maya’s meenden dat het Universum uit drie onderdelen bestond, namelijk Hemel, Aarde en Onderwereld. Ze geloofden dat de goden de wereld verschillende malen hadden gecreëerd en vernietigd, waarbij de mens iedere keer een stapje hoger kwam in de evolutie. De Maya cultuur duurde van 325 tot 925 AD; de periode van grootste bloei was van 625 tot 800 AD.

 
Waterval...

 

 

 

 

 

 

Na deze culturele onderdompeling is het tijd voor natuurschoon. We bezoeken twee watervallen. Bij Misol-Há stort het water van grote hoogte naar beneden. De watervallen van Aqua Azul zijn imposant door de enorme breedte. Overal komt water langs gedenderd, je kunt er heel dicht bij komen. Jammer genoeg regent het de dag van ons bezoek pijpenstelen, waardoor het water een bruine kleur heeft en niet het diepe blauw waaraan het zijn naam ontleent.

 

Waterval...

Van Palenque rijden we door de Sierra Madre, het gebergte wat van west naar oost door Mexico loopt, naar San Cristóbal de las Casas, een stad gebouwd in Spaanse stijl. Op 2120 meter in de bergen is het daar koud! We hebben maar amper genoeg warme kleren bij ons. Luis sleept ons onmiddellijk naar twee musea, het Chocolade Museum en het Jade Museum. We proeven de diverse sterktes van chocola en bewonderen een in chocolade geklede pop. Wij kennen eigenlijk alleen de chocola die in verschillende percentages gemengd is met suiker.

 

In de open lucht muziektent op het centrale plein van San Cristóbal treedt ’s avonds een Marimbaband op. Marimba, een soort xylofoon die door twee man bespeeld wordt, is origineel van deze streek. Als Huib ondanks de warme chocolademelk (wij hebben expliciet melk besteld) helemaal vernikkeld is stappen we op. Met een Tequila warmen we weer op.

Kerk...
 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

In de omgeving van San Cristóbal bezoeken we twee ‘inheemse’ Maya stadjes. In San Juan Chamula bezichtigen we de grote kerk, die zowel baptist als katholiek is. De Maya’s voeren hier hun rituelen uit, begeleid door een sjamaan. De kerk heeft geen banken (meer), er zijn dennennaalden gestrooid op de plavuizen vloer en daar zitten de mensen in kleine groepjes op. Elk groepje brengt zijn eigen sjamaan mee, die voorgaat in gebed. Zieken worden ter genezing meegebracht. Eén familie heeft ook een kip meegebracht, wat betekent dat er een ernstig zieke in hun midden is. Aan het eind van het ritueel wordt de kip gedood, nadat hij de ziekte heeft overgenomen. Door de kip te doden kan de ziekte niet verspreid worden. Het is indrukwekkend om de trance van de sjamanen te zien en het geloof van de Maya’s. Uiteraard mogen we binnen geen foto’s maken. We vinden het al bijzonder dat we zo mogen rondkijken.

Doe het zelf...

In Zinacantan bezoeken we het huis van Agostina Hernandez. Zij weeft (tafel)kleden met de hand, dus niet machinaal, met een soort loom. De lengtedraden worden ergens aan de muur bevestigd en eindigen in een leren band die zij om haar rug doet. Zo kan ze de benodigde (veel!) kracht zetten om het werk mooi recht te houden en de draden goed te laten aansluiten. Natuurlijk moet ik het ook proberen, maar het lukt van geen kanten, omdat ik niet helemaal begrijp hoe de schering en de inslag werken en omdat ik bij lange na niet voldoende kracht heb. Daarna moeten wij ons laten aankleden in bruidskleding en op de foto. Vooruit maar. De geborduurde jacks die Agostina en haar dochters maken zijn prachtig. Ik besluit tot de aankoop van een bloesje.

 

 

 

 

 

 
Nieuwe bloes!
Nieuwe jurk?

Voor ’s middags heeft Luis het bezoek aan een park in de omgeving gepland, waar we een grot in kunnen en een ritje op een paard in een manege kunnen maken. Geen van beide onderdelen heeft onze grote belangstelling, maar alla, we gaan de grot in. Bij het paard trekken we een streep, dat gaat ons echt te ver. We eindigen het dagprogramma met een bezoek aan het Amber Museum. Tot onze verrassing heeft dit museum duidelijk leesbare uitleg, zodat we te weten komen dat amber een hars is, áfkomstig van een boom, die 25 miljoen jaar geleden in deze streek bestond. De hars is tot fossiel geworden en kan insluitsels bevatten zoals (stukjes van) insecten, mossen, schimmels, takjes en dergelijke. Amber kan vele kleurschakeringen hebben, vooral in de geel-oranje range. Ik scoor een paar mooie oorbellen.

 
Canyon...
Canyon...

Op de laatste dag van onze tour maken we een tocht per boot over de grote rivier Grijalva, naar de Canyon de Sumidero. Kilometer hoge rotsen rijzen vlak naast ons op. Aan het eind is een enorme stuwdam aangelegd, die een groot deel van de hydro-energie van Mexico verzorgt. Langs de oever van de rivier zien we een krokodil liggen zonnen. Omdat krokodillen koudbloedig zijn hebben ze af en toe een zonnebad nodig om hun energiehuishouding op peil te brengen (net als Madeleine). Om geen energie te verspillen blijven ze doodstil liggen. Maar vergis je niet, ze zijn klaarwakker.

In de bomen zien we spider monkeys hangen. Hun naam danken ze aan hun zeer lange armen, benen en staart, en de manier waarop ze die naar alle kanten uitsteken als ze in de bomen lopen. In Palenque hoorden we howler monkeys, brulapen, maar deze apen kijken ons alleen maar nieuwsgierig aan. Madeleine ligt geduldig op ons te wachten na onze uitstap. We gaan aan de slag met de ruim 1000 foto’s die we gemaakt hebben, teneinde alles weer ordentelijk vast te leggen.

 
 
Aalscholver
Great Egret...
Mangrove...

Een paar dagen later maken we een tocht in de vroege ochtend per panga, zoals de kleine bootjes hier heten, door de mangroves. De panga wordt ouderwets met een boom voort bewogen, zoals wij dat vroeger ook deden met onze eerste zeilboot die geen buitenboord motor had. Het geeft de stilte die nodig is om vogels te spotten.

 
...
...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Huib heeft zijn grote zoomlens meegenomen, ik de verrekijker. Hij maakt de foto’s, ik ben al blij als ik de vogel in beeld krijg voordat hij is weggevlogen. We zien diverse soorten reigers, twee ijsvogels, een strandloper en de gebruikelijke aalscholvers, pelikanen en aasgieren. De stilte en de rust van het door het water glijden zijn heerlijk. Luis heeft ons overgehaald om ’s middags een iguana farm te bezoeken. Wij sputteren tegen dat we al iguana’s hebben gezien in Curaçao, maar hij verzekert ons dat dit van een andere orde is. En dat blijkt ook zo te zijn. Iguana’s zijn beschermde dieren, omdat ze door consumptie met uitsterven bedreigd waren. Binnen de beschutting van de farm lopen ze vrij rond. Het zijn er gogantisch veel. Je ziet ze pas als ze bewegen. De meeste volwassen iguana’s hier zijn geel-oranje van kleur, die in Curaçao waren groenachtig. Ze klimmen in de bomen en soms vallen ze daar per ongeluk uit. Met die wetenschap loop ik daar niet erg relaxed rond en zoek vooral de open plekken op. De baby iguana’s hebben een apart verblijf. Dat zijn er vele duizenden, die rondkrioelen. We moeten er voorzichtig langs schuifelen om ze niet te vertrappen. Als het etenstijd is denk je dat het gras beweegt, dan rennen ze naar de voederplaats met papaya. De baby’s zijn (knal)groen van kleur. Er huizen ook nog enkele andere diersoorten op de farm, waarvan de tepezcuintle voor ons geheel nieuw is. We sluiten de dag af met een bezoek aan een krokodillenopvangcentrum. We laten ons het verschil uitleggen tussen krokodil (boven- en ondertanden zichtbaar bij gesloten kaak), alligator (alleen boventanden zichtbaar bij gesloten kaak, kortere en bredere kop) en kaaiman (nog kortere en bredere kop). Geen van alle ziet er aantrekkelijk uit. De bijtkracht van een zoutwater krokodil is enorm, 1500 kilo per inch (2.5 cm), de druk van de kaken 150.000 kilo per vierkante inch. Wegwezen dus. De verzorgster denkt ons een plezier te doen met het vasthouden van een baby krokodil. Voor de zekerheid heeft hij een touwtje om zijn kaken en Huib is natuurlijk van de partij. Mij niet gezien. Ook van het aaien van de schildpadden zie ik af. Ik bewaar liever wat afstand. We zijn onder de indruk van Mexico, een land waar we nooit geweest waren. We hadden het beeld van droge woestenij en cactussen. Deze streken zijn er inderdaad, zoals we gezien hebben in Baja California waar we het land binnenkwamen. Maar Mexico heeft daarnaast hooggebergte waar sneeuw kan vallen, regenwoud, jungle en vooral Chiapas is heel vruchtbaar. De havenmeester in Barra de Navidad heette ons al welkom in het mooiste land van de wereld en nu moeten we hem in elk geval nageven dat Mexico hoog scoort met zijn grote diversiteit. Daar komt nog bij dat de mensen zeer vriendelijk zijn. een onvergetelijke ervaring. Op naar El Salvador!

De Golf van Tehuantepec, Mexico

De oversteek van de Golf van Tehuantepec, jaarwisseling 2018-19

T-pecker

De isthmus van Tehuantepec is de smalle strook land tussen Mexico aan de ene kant en het schiereiland Yucatan en het buurland Guatemala aan de andere kant. De isthmus is 125 mijl breed, grenst aan de noordzijde aan de Golf van Mexico en aan de (Pacific) zuidkant aan de Golf van Tehuantepec. In dit gebied wordt de Sierra Madre, een bergketen van west naar oost door Mexico lopend, onderbroken over een traject van 75 mijl. Deze geografie heeft tot gevolg dat noordenwind afkomstig uit de Golf van Mexico als het ware door een tunnel gaat en versterkt wordt. Als er een depressie passeert in de Golf van Mexico bouwt zich achter dat front een gebied op van hoge druk waardoor noordenwind ontstaat. Die wind wordt getunneld en komt als storm de Golf van Tehuantepec binnen. Zo'n storm wordt een T-pecker genoemd.

Maaike maakt vrienden door de lange vissers-lijn te omzeilen

In de cruiserswereld hier in Mexico is het oversteken van de Golf van Tehuantepec net zoiets als het oversteken van de Golf van Biskaje in Europa. Iedereen hikt er tegen aan en kijkt jaloers naar degene die de passage al achter de rug heeft.
In 2016 voeren wij van Panama City in een rechte lijn naar Hawaii. Vaag hadden wij wel eens van Tehuantepec gehoord en dat het daar kon waaien. Wij waren 250 mijl uit de kust en waanden ons veilig. We kwamen daar een kotter van de Amerikaanse Kustwacht tegen die ons opriep op de marifoon. Ze wilden weten wie we waren en waar we naar toe gingen. Toen we hun vragen naar tevredenheid hadden beantwoord eindigden ze hun bericht met de waarschuwing dat er de komende 48 uur veel wind en golven in dit gebied zouden komen. Wij namen dat met een korrel zeezout, want Amerikanen vinden al gauw dat het hard waait. Maar het ging waaien! Niet harder dan 35 knopen (windkracht 8) en dat was geen probleem, maar de bijbehorende golven wel. Die waren huizenhoog. Madeleine ging er goed van af, maar er was één moment waarop ze op haar zij stond en voor een catamaran is dat heel gevaarlijk. Als je omslaat kom je niet meer overeind. Gelukkig viel ze terug naar de goede kant. Het ging zo snel dat we het nauwelijks door hadden, maar achteraf knikten onze knieën.
Nu kijken we dus iets anders tegen Tehuantepec aan. Als je 250 mijl uit de kust nog zo'n zee kunt treffen, dan moet het in de Golf zelf wel afschuwelijk tekeer gaan. Het advies is dan ook om vlak langs de kust te varen, zodat je niet in die wastobbe terechtkomt.

 

Huatulco National Park
 
Huatulco

Wij komen vanuit het noorden en zijn aangeland in Huatulco National Park, aan de west/noordkant van de Golf van Tehuantepec. We brengen daar onze kerstdagen door, dobberend voor anker met prachtige stranden om ons heen. We hebben er heerlijke, rustige dagen. Na vijf dagen gaan we ons oriënteren op de oversteek van de Golf. We raadplegen diverse bronnen voor weers- en windvoorspellingen. We zien dat er over vier dagen een T-pecker aankomt. De afstand naar de haven aan de overkant, Puerto Chiapas, is 250 mijl. Omdat we in Mexico tot nu toe weinig wind hebben gehad en veel moeten motoren waarbij we langzaam gaan, moeten we er veiligheidshalve op rekenen dat we hiervoor 60 uur nodig hebben. Als we kunnen zeilen gaan we veel sneller. Op zondag 30 december menen we dat we een zogenaamd weather window zien, dat wil zeggen, een tijdspanne die lang genoeg is om de passage te maken. We rekenen er op dat als we de kop van de Golf gepasseerd hebben, we zonder problemen aan de overkant langs de kust naar het zuiden kunnen varen. Daar komt de T-pecker meestal niet. Die blijft vooral in het midden en aan de westkant hangen. We checken nog even met de (Amerikaanse) leiding van onze Panama Posse, of we het goed zien, en die raadt ons af om te gaan. Het waait volgens de voorspelling namelijk 's nachts wel tot 26 knopen en dat is teveel voor een Amerikaan, die er altijd van uit gaat dat voorspelling van 26 betekent dat je rekening moet houden met 2x26. Wij kijken hartstochtelijk uit naar 26 knopen wind! Een paar uur proberen we ons ermee te verzoenen dat we niet kunnen gaan. Nog eens bekijken we de weerskaarten en zien dat na de T-pecker van aanstaande donderdag een hele week van stormen volgt. Dat geeft de doorslag, we willen hier niet nog minstens twee weken rondhangen, hoe mooi de ankerbaaien ook zijn. We gaan. Op zondag 30 december om 15.00 uur halen we het anker op. Er staat geen wind. Die komt pas om 3.00 uur in de nacht van zondag op maandag. We krijgen de beloofde 26 knopen, niet méér, en de bijbehorende golven. Ze komen schuin van achter, dus dat is geen probleem. Eindelijk weer eens lekker zeilen! Om 12.00 uur op maandag 31 december is de wind alweer op. We zijn dan bijna aan de overkant en de rest van de trip blijft het zulk licht weer dat we niet kunnen zeilen. We varen een halve mijl uit de verlaten kust, eindeloze zandstranden, hier en daar een nederzetting. We willen niet in het donker in Chiapas aankomen, dus de avond tevoren gooien we vóór de kust ons anker uit. Het is zulk rustig weer, dat je gerust midden op zee kunt ankeren. Een halve mijl uit de kust is het 8 meter diep, de bodem is zand, dus veilige condities. We hebben een heerlijke avond en rustige nacht op zee. De volgende ochtend komen een paar vissers even checken of we soms problemen hebben, want ze vinden dit wel heel bijzonder. Er staat wonder boven wonder een beetje wind en zowaar kunnen we het laatste stukje zeilend afleggen. We worden hartelijk verwelkomd in de marina van Chiapas.

Snuffel Hond met baasje

Omdat dit gebied een belangrijk doorgangsgebied voor drugs is, wordt elk schip streng gecontroleerd. We mogen niet van boord voordat de douane, de port captain en het leger langs zijn geweest. Het leger komt met drie man, van wie één zwaarbewapend, en een snuffelhond. Die gaat de hele boot door. De mannen zijn geschikt, vooral als we vragen of we een foto van de hond mogen maken. Dat vinden ze prachtig, de hond wordt gepositioneerd en zelf staat de militair er trots naast.
We zijn van plan om enkele weken in Chiapas te blijven, en van hieruit met een betrouwbare gids enkele tochten te maken naar Maja ruïnes en oude Spaanse steden. Daarover later meer.

Acapulco de Juarez, december 2018

Acapulco de Juarez
Hier in Acapulco moet je een paar dollar per uur parkeergeld betalen om de dinghy ergens aan vast te mogen maken, met het niet denkbeeldige risico dat hij gestolen wordt. Het voor anker liggen in de baai geeft dus teveel problemen om aan de wal te komen en daarom kiezen wij voor een ligplaats in een jachthaven, met prachtig uitzicht over de baai.

Marina Acapulca

Het water hier is niet drinkbaar, dus we zijn erg blij dat onze watermaker het goed doet en we ons eigen heerlijke water kunnen maken. Dat zou ook fijn zijn in Amsterdam, overigens. Acapulco is een levendige stad. Het verkeer is rommelig, het openbaar vervoer geweldig.

    
Kevertaxi
Maxitaxi interieur

In gammele bussen en zogenaamde maxitaxiís kun je voor 40 cent mee. Ze stoppen waar je wilt. Als je op straat loopt, stopt de ene taxi na de andere voor je. Ook die zijn niet duur. Er zijn hier opvallend veel Volkswagen Kevers, in diverse staat van ontbinding, maar vrolijk rondscheurend. De goedkoopste taxi's zijn de blauw-witte VW Kevers. Alles is al in kerstsfeer. In de meeste winkels en restaurants loopt het personeel in kerstpakjes rond en met kerstmutsen op. Lekker in die hitte.

 
Zocalo
Zocalo

 

 

 

 

 

 

 

Het centrale plein, Zocalo, is hèt ontmoetingspunt van de stad. Het wemelt er van de kraampjes met souvenirs en strandspullen. Overal worden zilveren sieraden aangeboden, afkomstig uit het stadje Taxsos in de buurt, waar zilvermijnen zijn. We hadden een grote kerstboom op het plein verwacht, maar die ontbreekt.

           
Clavadista vanaf la Quebrada
Eén van de beroemdste attracties van Acapulco zijn de clavadista, de cliff divers. Aan de Pacific kant van Acapulco rijzen de kliffen hoog op de beroemste klif, la Quebrada, vinden al 80 jaar dagelijks shows plaats van deze cliff divers. Hotel Miramar ligt op een prachtig uitzichtspunt en daar vandaan kun je de duikers goed zien. Wij nemen ruim op tijd plaats in het restaurant, want het Mexicaanse begrip van tijd is rekkelijk. Er verzamelen zich bootjes op het water en publiek op lager gelegen uitzichtpunten. Onder applaus nemen de duikers plaats op de rotsen en duiken er van af. De grootste held duikt het laatst van de hoogste rots af. 35 meter naar beneden, waar hij in onstuimig water terecht komt ...ijzingwekkend.
Diego Rivera, muralist
We rijden langs het huis waar de muralist Diego Rivera heeft gewoond en waar zijn mozaïeken de omheining sieren.
Fuerte de San Diego
We bezoeken het historisch museum wat in het Fort van San Diego is ondergebracht. Dat fort ligt uiteraard op een strategische plek met goed uitzicht over de (toegang tot) de baai. De Spanjaarden dreven belangrijke handel met de Filippijnen en via de Filippijnen met Indochina, moesten hun schepen met kostbaarheden fel verdedigen tegen de Engelse en Hollandse zeerovers. Leve Piet Hein met de Spaanse Zilvervloot.
  
Caleta
 
 
 
Caleta
Rond de hele baai van Acapulco zijn mooie zandstranden. Wij gaan naar Playa Caleta en kijken onze ogen uit. Het is er waanzinnig druk. Op de boulevard vind je uiteraard alle winkels die strandspullen verkopen. Op het strand probeert iedereen iets te verkopen, veel zelfgemaakt voedsel wordt aangeboden. Kunstig gesneden fruit, ijs, limonade, kleding. Er is live muziek van echt koperblazers. Er zijn grote palapaís (strooien daken op palen) met lange tafels waar je heerlijk in de schaduw kunt zitten en lekker kunt eten. Als je ergens zit moet je de masseuses bijna van je lijf slaan. Ook kun je je haar kunstig laten vlechten.Wij weten nog niet of we kerst hier zullen doorbrengen of dat we voordien verder trekken. Waarschijnlijk dat laatste. Onze kerstkaart en onze beste wensen voor het nieuwe jaar komen wel hier vandaan.
Acapulca by night

 

Start van de Panama Posse 2018-2019

 
Panama Posse 2018-19

De Panama Posse is een rally die vorig jaar voor het eerst is gevaren. De route gaat van Barra de Navidad, halverwege de Pacific kust van Mexico, tot aan Panama City. Ruim 2200 mijl langs de kust van Midden Amerika. Wij hebben ons daarvoor opgegeven, omdat we dit gebied graag willen verkennen, maar niet zeker weten hoe veilig het is. De initiator van de Posse is Dietmar Petutschnig, een zeiler, die zich voorgenomen heeft om dit gebied goed in kaart te brengen. De digitale zeekaarten waarmee wij al jaren rondvaren, zijn voor dit gebied notoir onbetrouwbaar. Soms zitten ze er zelfs een paar mijl naast, behoorlijk vervelend als je met ondieptes en rotsen te maken hebt. Vorig jaar heeft hij deze route zelf gevaren en iedereen die meedeed (80 boten) heeft gegevens verzameld over veilige ankerplaatsen, lokale weetjes, betrouwbare taxichauffeurs, bezienswaardigheden in het binnenland en noem maar op. Deze informatie staat alle deelnemers van de Panama Posse 2018-2019 ter beschikking en uiteraard voegen wij ook weer informatie aan het bestand toe. Er is wekelijks contact met het leidende zeilschip van dit jaar, sv Seaglub, en Dietmar, wiens boot in Panama ligt, is telefonisch of per e-mail te bereiken in geval van nood. Een prettige back up, vinden wij. Bezoek aan Guatemala wordt afgeraden, omdat dat land niet veilig is en je slechts één plaats drie dagen aan de wal mag gaan, voor welke gunst je 500 dollar moet betalen. De overige landen, El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica, staan wel op het programma. Iedereen bepaalt zijn eigen tempo. Er zijn acht boten van vorig jaar blijven ëhangení in El Salvador, omdat het hen daar zo goed beviel. Die reizen (misschien) dit jaar weer verder. Vertrekpunt van de Posse is in principe Barra de Navidad, maar op het moment van de kick off party, op 29 november, zijn daar maar 20 boten. De rest is of nog noordelijker, of al zuidelijker.

In Barra geeft Dietmar enkele voorlichtingsbijeenkomsten en hij verstrekt ons kaarten van Google Earth, die we in onze digitale kaarten kunnen projecteren, zodat we details hebben van de ankerplaatsen. Ik ben heel blij met zijn hulp, want ik worstelde al een tijdje met deze kaarten. Ik had ze in San Francisco in de marina bij een matige wifi connectie gedownload. Het bestand is zo immens dat dat een nacht duurde en in de tussentijd kan er van alles fout gaan. Wat ook gebeurde. Ondanks goede instructies kreeg ik de kaarten niet operabel. In Barra lukt dat Dietmar (gelukkig) evenmin. Maar als hij de bestanden via een USB stickje in onze navigatie-laptop laadt, is het een eitje, het werkt! Wij zijn een kleine drie weken in Barra de Navidad geweest. De marina daar is één van de sponsoren van de Posse en maakt onderdeel uit van een luxe Resort. Een zeer smaakvol aangelegd geheel met mooie architectuur, prachtige tuinen die pico bello verzorgd worden, heerlijke zwembaden, en zeer vriendelijk en behulpzaam personeel. 

     Barra de Navidad, de Panama Posse gaat van start 

       
Un baguette et deux croissants                                            De pool met bar

Op 3 december vertrekken wij daar. De eerste dagen trekken we op met een Engels schip, Simple Life genaamd. Jammer genoeg beschouwt zij het zeilen niet als de gedroomde invulling van haar dagen en zij gaan voor de feestdagen naar Engeland. In januari vervolgt hij de reis met een vriend. Wij reizen alleen verder, via kleine baaitjes in dagtochten naar Acapulco. Het blijkt dat er in Mexico geen voorzieningen zijn voor dinghyís, de bijboot waarmee je naar de wal gaat als je voor anker ligt. Tot nu toe hebben wij overal ter wereld altijd onze dinghy ergens aan een steiger kunnen vastmaken, maar in de kleine baaitjes hier ontbreekt een dergelijke steiger en moet je de dinghy het strand op zeulen. Dat komt ons in Zihuatanejo duur te staan als ik na een dergelijke exercitie mijn rug behoorlijk voel protesteren en Huib een aanval van hartritmestoornissen krijgt. Omdat we daar dus niet goed aan de wal kunnen komen beëindigen we ons bezoek na twee dagen (jammer, want een leuk plaatsje). Op 13 december komen we in Acapulco aan.

Zihuatanejo, Playa Principal met vissersboten op het strand

 

November 2018

Hoofdcategorie: Reisverslagen

 

Ik durf me haast niet meer te vertonen op onze website, omdat we die zo ontzettend lang verwaarloosd hebben. We kwamen er door allerlei omstandigheden eenvoudigweg niet aan toe. Ik ga het goedmaken. Hier onder volgen de verslagen van onze reis langs de westkust van Vancouver Island (juni/juli), ons verblijf in San Francisco (oktober) en de tocht van San Francisco naar Barra de Navidad, Mexico (november). De meest recente gebeurtenissen staan bovenaan.



Van de USA naar Mexico

We hebben ons opgegeven voor de Panama Posse, een los-vast georganiseerde zeilreis van Mexico naar Panama, langs de kust van Midden Amerika. Vorig jaar is deze ‘rally’ voor het eerst georganiseerd, er deden toen bijna tachtig boten mee. Ook elders op de wereld worden dergelijke rally’s georganiseerd in gebieden waar je misschien liever niet in je eentje rond vaart, denk aan Indonesië. Het lijkt ons een goede manier om dit interessante, maar niet zo veilige gebied te exploreren. Eind november vertrekt de Posse uit Barra de Navidad, een plaatsje halverwege de (Pacific) kust van Mexico en volgens planning eindigt de tocht in juni 2019 in Panama City. Naar Barra de Navidad is het voor ons nog wel een eindje tuffen vanuit San Francisco, namelijk zo’n 1650 mijl. We nemen afscheid van onze vrienden in Emery Cove Marina die zo goed voor Madeleine en voor ons hebben gezorgd.

Vaarwel San Francisco...

Weemoedig varen we door San Francisco Bay onder de Golden Gate Bridge door naar buiten, de Pacific op. Redelijkerwijs komen we hier nooit meer op deze manier terug. Dat geldt voor bijna alle plaatsen die we achter ons laten, maar nu dringt dit idee wel hard tot ons door. Het is rustig weer en op de genua zeilen we naar het zuiden, langs de Californische kust. Het is net volle maan geweest en de nachten zijn helder. Ook nu boffen we weer dat we helemaal geen mist hebben. Aan het eind van de derde dag is de wind op, de motor moet aan. Na vijf dagen zijn we in San Diego, daar moeten we uit de USA uitklaren. We meren af aan de steiger van de Harbor Police en melden ons. Na een half uur komen drie douane beambten naar ons toe. Onze papieren worden gecheckt en we krijgen de opdracht om wat we nog hebben aan verse groenten, fruit en vlees ter plekke weg te gooien. Daar denk ik zo het mijne van en als de heren klaar zijn draait nummer drie zich nog even snel om en zegt tussen-neus-en-lippen door dat dat toch niet hoeft voor Mexico. Mooi zo. Dit ging vlot, geen uitgebreide speurtocht door de boot op zoek naar drugs of wapens. San Diego stikt van de marina’s, maar als we er tien hebben opgebeld die beweren dat ze geen ligplaats voor ons hebben, vertrekken we weer. Het is 70 mijl varen naar Ensenada, de eerste stad in Mexico, waar we moeten inklaren (545 mijl van San Francisco).

Daar komen we de volgende dag aan in een luxe nieuwe marina waar je voor een nacht meer dan een doorsnee hotelprijs betaalt. Het inklaren in Mexico is een ingewikkeld proces, waarbij je te maken hebt met verschillende instanties: de Capitania (port captain), de Aduana (douane), Migración (immigratie) en soms met Agriculture, Health en Navy. Voor alle diensten moet je betalen en je koopt een toeristenpas en een TIP (Temporary Import Permit), nodig voor als je onderdelen wilt importeren. Ook moet je een visvergunning kopen als je ook maar een hengel aan boord hebt. Daar wordt streng op gecontroleerd.

Ensenada, Mexico

In Ensenada zitten alle instanties onder één dak, waar bovendien ook een bankkantoortje gevestigd is. Voor betalingen hoef je dus niet de halve stad door te rennen. Bij de prijs van onze marina is inbegrepen dat we naar dit kantoor, de CIS (Centro Integrales de Servicios), worden gereden en dat er twee mannen meegaan die aan de loketten alles voor ons regelen. We hoeven alleen maar handtekeningen te zetten en flappen te trekken. Na anderhalf uur is het klaar. We scharrelen een dagje in Ensenada rond, doen boodschappen, tanken diesel en genieten van een heerlijke douche. Op 1 november gaan we verder. Naar Barra de Navidad is het nog ruim 1100 mijl. We varen langs het schiereiland Baja California, woestijnlandschap. Er zijn daar geen marina’s en slechts twee geschikte ankerbaaien. Er staat niet veel wind, we moeten veel motoren. Teveel om zo in Barra te geraken. Na vier dagen zijn we bij de eerste ankerplaats, Turtle Bay.

Turtle Bay
Turtle Bay

Omdat er voor de dag erna helemaal geen wind is voorspeld, besluiten we hier een dag te blijven. Zodra we het anker hebben uitgegooid komt er een bootje op ons af met een grote dieseltank. Dat is snel geregeld. In de pilot hadden we al gelezen hoe onhandig hier het tankstation op een gammele pier gelegen is, waar je niet dan met grote moeite bij kunt komen. Huib gaat het water in voor zijn geregelde inspectie, zoals hij altijd gewoon was te doen in de tropen. ik heb het zwemmen heel gauw bekeken als ik zeeleeuwen vlakbij zie spelen. Daar heb ik het niet op. Huib ontdekt dat aan beide schroeven één set anodes compleet verdwenen is, gecorrodeerd. Dat is een zeer onverwachte bevinding, want er zijn in april jl nieuwe anodes geplaatst en meestal gaan ze een jaar of langer mee. Dat moet wel verholpen worden, dus hij gaat nieuwe plaatsen, we hebben reserve

Turtle Bay

exemplaren bij ons. Huib is daar heel handig in. Hij kan al snorkelend steeds net lang genoeg onder water blijven om een schroefje vast te draaien. Dit heldere water met deze heerlijke temperatuur is ontegenzeggelijk een belangrijk voordeel in het onderhoud van je boot. Verder is het voor ons wel enorm wennen aan de warmte. Onderweg doen we steeds meer kleren uit en ik heb de zomerkleren uit de berging tevoorschijn gehaald. Alle fleece truien, thermo ondergoed, geiten wollen sokken, handschoenen, mutsen, winterdekbedden, verdwijnen naar Madeleine’s krochten. Ook Rudolf, ons Alaskaanse rendiervel wat op de bank ligt, moet er aan geloven. Jonge jonge, wat hebben we de afgelopen twee jaar een enorme hoop spullen aan boord gekregen in de Noordelijke streken. Waar laat ik in vredesnaam al die laarzen? Op 6 november beginnen we aan de laatste etappe, nog ruim 800 mijl. De nachten zijn inmiddels stikdonker geworden, de maan laat zich niet zien. Omdat we overdag geen schip tegenkomen, zelfs geen vissersbootjes, nemen we maar aan dat er ook ’s nachts geen verkeer is. Op de AIS, het elektronische systeem waarmee vrachtverkeer en ook veel pleziervaart is uitgerust zodat je een schip op je navigatiesysteem kunt waarnemen, zien we jn elk geval niets. Het weer blijft uitermate licht. Op de tweede en derde dag staat er een gunstige wind om eindelijk weer eens onze spinaker te kunnen zetten.

Op weg naar Barra de Navidad

Dat scheelt direct in snelheid. We gaan voor ons doen zo langzaam dat we trouwens beter over traagheid dan over snelheid kunnen praten. Op dag 5 valt de stuurboord motor uit. Er komt geen druppel brandstof meer bij de motor. Filter en slang zitten volledig verstopt. Nu zijn we blij met de rust om ons heen, omdat we nu ongestoord in de machinekamer aan het werk kunnen. Dat wil zeggen Huib, ik ren als een soort omloop rond om van alles aan te reiken. Na vervangen van filter en uitzuigen van slang gaat de motor weer lopen en hij blijft het een aantal uren prima doen. Omdat de wind inmiddels is aangetrokken kunnen we een etmaal volgetuigd zeilen. Als we de volgende dag de motoren even testen, doet stuurboord het toch weer niet. Er zit veel lucht in het systeem, wat we er niet uit krijgen. We zijn inmiddels nog een dag varen van Barra verwijderd en we vragen via de SSB radio om assistentie bij het aanlopen van de marina. Het toegangskanaal zou erg nauw zijn en er zou veel stroom staan, dan wil je liever niet beperkt manoeuvreerbaar zijn. En dat zijn we met slechts 1 motor. De havenmeester stuurt een bootje uit als we voor zijn deur liggen wat onze koers kan bijsturen en in de marina staan twee mannen klaar om onze lijnen op te vangen. Er staat geen wind, er is geen stroom, dit hadden we zelf best gekund, maar dat weet je niet van te voren. Safety first. We zijn in de vertrekhaven van de Panama Posse aangekomen, naar blijkt als één van de eerste deelnemers. De marina maakt onderdeel uit van een zeer luxe resort, met zwembaden, tennisbanen, zandstrand etcetera. Dat komt goed uit, want er wachten ons vele dagen klussen. Huib servicet beide motoren volledig en vervangt diverse onderdelen. Daarna doen ze het allebei goed. Natuurlijk zijn er ook talloze andere kleine klusjes te doen, alsmede veel schoonmaakwerk. De was breng je hier naar de wasdame, bij wie je het de volgende dag droog en gevouwen op kunt halen. De Franse bakker komt ’s ochtends met een bootje langs de deur met verse croissants en baquettes. Zo luxe hebben we het zelfs in Amsterdam Noord niet. In de vroege ochtend heb ik het zwembad voor mij alleen als ik aquarobics ga doen. ’s Middags gaan we zwemmen en uitrusten op de heerlijke ligstoelen op een grote schone badhanddoek die je daarna ook weer zo kunt inleveren. De bar staat midden in het zwembad. Wel uit te houden hier. Op 29 november is de kick-off party van de rally en daarna gaan we hier vertrekken. Op naar nieuw avontuur.

 

San Francisco, Californië, USA

Op 3 juli vertrekken we uit Nuchatlitz op weg naar San Francisco. We hebben een redelijk voorspoedige tocht met afwisselend geen wind, wind op kop en achterlijke wind. De kust van de Amerikaanse staten Washington en Oregon is geen gemakkelijk zeilgebied. De havens zijn moeilijk aan te lopen, vooral in slecht weer. Het is onveilig om er ’s nachts vlak langs te varen, omdat er talloze crabpots zijn uitgezet (en die wil je niet in je schroef krijgen) en omdat er nogal wat sleepboten varen die grote partijen hout vervoeren. Zo’n sleep bestaat uit een kleine sterke motorboot die een grote platte schuit trekt waarop het hout gestapeld ligt. Tussen sleepboot en vracht kan een lijn van wel honderd meter zitten. Daar moet je niet per ongeluk tussendoor varen. Ook zijn er enkele kapen waar de wind flink om heen kan loeien. Wij besluiten om een flink eind uit de kust te blijven en het traject in één ruk af te leggen. Vanaf Vancouver Island varen we recht naar het zuiden en omdat de kustlijn naar het oosten terugwijkt varen we geleidelijk zo’n 100 mijl uit de kust, een comfortabele afstand. Op 10 juli naderen we San Francisco. We hebben geluk met het weer en het getij. Vóór de ingang van de Golden Gate liggen diverse zandbanken en als er veel oceaandeining (swell) staat kan het lastig zijn om naar binnen te varen. Ook hier is de mist berucht.

De Golden Gate in zicht...

Heel vaak kun je de Golden Gate Bridge alleen maar tussen de mistflarden door zien. Wij hebben stralend weer, een lekker windje van 15 knopen in de rug en de vloedstroom mee naar binnen. Wat een belevenis om onder dit beroemde rode monument door te varen! Het verkeer valt gelukkig mee, zodat we tijd genoeg hebben om foto’s te maken. We zien sinds lange tijd weer eens pelikanen. San Francisco Bay is enorm, maar het is er relatief rustig.

De Golden Gate naar...

Het is ruim twee uur varen naar de overkant waar we in Berkeley/Emeryville een ligplaats voor Madeleine hebben gereserveerd. Van 16 juli tot en met 9 oktober zijn we in Nederland. Als we op 10 oktober terugkomen is het heerlijk najaarsweer in Californië. Helaas is de lucht hier behoorlijk verontreinigd, niet alleen door het intensieve autoverkeer (geen Tesla gezien) maar ook door de vele bosbranden die het land teisteren. Door kaalslag en toenemende droogte nemen de jaarlijkse bosbranden in rap tempo toe in ernst. Terwijl Californië voorop loopt in het nemen van milieubeschermende maatregelen lijkt het erop dat het tij niet tijdig gekeerd kan worden en dat de staat geleidelijk onleefbaar wordt. Het valt ons des te meer op na twee jaar frisse lucht in Alaska en British Columbia. Het verschil kan niet groter zijn. We hoeven niet veel aan de boot te klussen en ik kan nog niet zoveel met mijn rug, dus we maken enkele mooie stadswandelingen door San Francisco. Sir Francis Drake exploreerde in 1579 de kust van Californië en net zo min als zijn collega Sebastián Cormeño in 1595 ontdekte hij de in mist gehulde toegang tot San Francisco Bay. Drake ankerde 30 mijl verderop in een baai die naar hem vernoemd is (Drakes Bay) om reparaties aan zijn schip uit te voeren. Er was geen haven tussen San Diego in het zuiden en Seattle in het noorden. Pas in 1769 ontdekte Caspar de Portolá vanaf een nabij gelegen berg de enorme baai en de Spanjaarden, die zich de waarde van deze natuurlijke haven realiseerden, haastten zich om daar een fort, het Presidio, en een missie, Mission San Francisco de Asis, te stichten. In 1848 werd Californië een territorium van de United States en in 1850 werd het de 31ste staat. De toegang naar San Francisco Bay is via de Golden Gate, een 3 mijl lange onderbreking in het kustgebergte. Aan de oostkant van de Golden Gate bevindt zich de beroemde Golden Gate Bridge die het smalste punt overbrugt.

  
North Beach
Van Pier 39 naar North Beach

 

San Francisco Bay zelf is tamelijk ondiep, maar de vaargeul onder de brug door wordt diep gehouden door de enorme hoeveelheid water die er door heen stroomt. Bijna 40% van al het water wat in Californië van de bergen stroomt draineert via de Golden Gate in de Pacific Ocean. Huib heeft een bijzonder leuk boekje over San Francisco op de kop getikt en we maken enkele van de daarin beschreven wandelingen. De eerste wandeling start vanaf Pier 39, nabij Fisherman’s Wharf waar de zeeleeuwen liggen te brullen, door de wijk North Beach.

 
North Beach

Van oudsher woonden hier Italianen en Chinezen, er waren jazz clubs, bars, bordelen en andere louche zaken, die de wijk de naam Barbary Coast bezorgden. Deze hele wijk is vernietigd bij de aardbeving en de daarop volgende tsunami in 1906. Er verrezen grote bankgebouwen naast de enkele overgebleven Italiaanse trattoria’s. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw streek in deze buurt de Beat Generation neer (Jack Kerouac).

 
North Beach
North Beach

In Vesuvio Café en Caffe Trieste komen we oude hippies tegen. Er hangt een relaxte sfeer. We vinden er een winkel met duizenden elpees, koffergrammofoons, oude radio’s. Nostalgie. Een andere keer gaan we met de bus, de metro en de tram (een reis van twee uur) naar de wijk Outer Sunset, gelegen ten zuiden van het Golden Gate Park aan de Pacific. Het is een rustige woonwijk waar de mensen elkaar kennen, er hangt een haast dorpse sfeer. We belanden in een straatfeest voor jong en oud. Ook hier weer allerlei kleine winkeltjes en galerietjes. In een vintage winkel scoor ik een mooi vestje. Wij vinden het te fris voor het strand, hoewel we menigeen met surfplank onder de arm en op blote voeten die kant op zien gaan.

En natuurlijk mag een wandeling door The Castro niet ontbreken.

       
      
     
Castro

Dit is de wijk waar de homo gemeenschap tot bloei kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hier bewaarde jarenlang de eerste vrouwelijke, openlijk lesbische politieofficier de orde. Hier woonde Harvey Milk die een eigen fotozaak begon nadat zijn rolletjes met privéfoto’s vernield terugkwamen van de reguliere foto ontwikkelaar. Hij was de eerste openlijk homosexuele man die voor een publieke functie in de gemeente gekozen werd. Drie dagen na zijn verkiezing, op 27 november 1978, werd hij vermoord in het gemeentehuis, samen met burgemeester George Moscone. Deze gebeurtenis had een enorme impact op de hele gemeenschap. Zijn naam kom je heden ten dage nog overal in de wijk tegen. Net als de regenboogvlag die overal langs de straten en op gebouwen wappert. Voetgangersoversteekplaatsen, tafeltjes en stoeltjes, vuilnisbakken, van alles is in regenboogkleuren geschilderd. De eerste regenboog vlag werd gebruikt tijdens de San Francisco Freedom Gay Parade op 25 juni 1978. In opdracht van Harvey Milk kleurde en stikte de lokale kunstenaar en homorechten activist Gilbert Baker alle kleuren van de regenboog tot een vlag die internationaal het symbool is geworden van de LGBTQ+ pride. Bijna alles wat in de winkels te koop is refereert aan deze gemeenschap, zelfs in de boekwinkels. Op 25 oktober is het tijd om verder te trekken, we laten deze boeiende stad achter ons.

 San Diego, CA

 

 

De westkust van Vancouver Island, British Columbia, Canada

Op 20 juni vertrekken we uit Sidney op Vancouver Island, waar we de zeilen hebben laten servicen en nieuwe sunscreens hebben laten maken. Die klussen waren in Campbell River, waar Madeleine de winter heeft doorgebracht, niet mogelijk. Om in de Pacific te komen moeten we de Juan de Fuca Strait door, het grote toegangswater naar Seattle. Dat is een berucht stukje water met flink wat stroom en getij. De wind kan er als door een tunnel door heen blazen. Daar zijn we niet zo bang voor, wel zijn we beducht voor de beruchte mistbanken die daar vaak hangen en je het zicht volledig ontnemen. Dat is nooit fijn als je je in een vaarroute voor vrachtverkeer bevindt. De ankermogelijkheden in dit traject zijn zeer beperkt en er zijn geen marina’s. In verband met een stormwaarschuwing voor de Juan de Fuca Strait moeten we twee dagen in een beschutte ankerbaai wachten, maar op 22 juni zien we een klein weatherwindow om in elk geval de eerst mogelijke ankerplek halverwege de Juan de Fuca Strait te bereiken. Even na vijven in de morgen gaan we op pad, het is net licht geworden en we hebben de ebstroom mee. Een uur later zijn we aan de oostelijke ingang van de J de F Strait. Na 3 uur draait de stroom om en omdat we ook de wind op kop hebben, schieten we dan niet erg hard meer op. Het is koud en de zon laat zich niet zien, maar tot onze opluchting is er geen mist. Tegen elven zijn we op de eerste ankerplaats aangeland, maar die ziet er zeer onaantrekkelijk uit. Het weerbericht voor de westelijke uitgang van de Fuca Strait, de oceaankant, is ten gunste bijgesteld en we besluiten om door te varen. We zien orka’s onderweg, een opsteker. Om 18.00 uur draaien we de baai in waar de pilot ons een nieuw aangelegde marina belooft. Die is er inderdaad, maar van een omvang dat wij daar niet aan hoeven te denken. Geschikt voor kleine vissersbootjes. We toeren de baai rond voor een geschikte ankerplek, maar nergens liggen we beschut voor wind en ocean swell. Er is een klein resort met een paar aanlegsteigers voor lokaal gebruik en uit nood leggen we daar aan. Dat blijkt geen enkel probleem te zijn, voor een paar dollar mogen we daar overnachten, zodat we in elk geval een rustige nacht hebben. De volgende dag moeten we nog tweeëneenhalf uur varen vóór we Juan de Fuca Strait echt achter ons hebben en in de Pacific zijn. Terug in de North West Pacific, na bijna een jaar! Op zee hangt mist, maar vlak langs de kust varend hebben wij voldoende zicht. De westkust van Vancouver Island is zeer grillig gevormd en grotendeels ontoegankelijk. Er zijn enkele zeer grote diepe baaien, Sounds genaamd, waar je in kunt en die bezaaid liggen met kleinere eilandjes en rotspartijen. Daar kun je op sommige plekken beschut ankeren.

Barkley Sound

De eerste Sound is Barkley Sound. Als we daar in de loop van de middag aankomen is het inmiddels stralend weer geworden. Het ziet er schitterend uit, de Sound is bezaaid met rotspartijen van uiteenlopende grootte. De ankerplaats voldoet aan onze verwachtingen: beschut, goede ankergrond, prachtig uitzicht. In de pilot staan sommige plekken zodanig beschreven dat ze een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uitoefenen. Ik haal Huib over om de volgende dag een rondje door Barkley Sound te maken en te ankeren op een bijzonder plekje. Als we onderweg ergens liggen te lunchen komt er een Nederlands stel aan gekayakt. Ze kunnen niet geloven dat wij helemaal uit Amsterdam in deze wildernis geraakt zijn. Nou dan kennen ze Madeleine niet! ’s Middags komen er buien en dan zien de rotspartijen er niet zo vriendelijk meer uit. Nare punten waaromheen het water kolkt. Als we de nauwe toegang tot de door mij bedachte ankerplaats zien en het water wat daar aan weerszijden woest om heen spat, beginnen we daar toch maar niet aan en gaan terug naar onze beschutte plek. De volgende bestemming is Clayoquot Sound, waar we een boek over aan het lezen zijn.

Effingham Bay

De hoofdstad daar is Tofino, één van de weinige iets grotere plaatsen aan de westkust. Een aardige dorpje waar we boodschappen kunnen doen en diesel kunnen tanken. Het landschap is hier geheel anders met heel veel inhammen omzoomd door groene bergen. In de verte zien we de snow capped mountains van de bergketen die midden over Vancouver Island loopt. Er zijn veel droogvallende gebieden, waardoor de natuur hier heel interessant is. Over deze zogenaamde intertidal zones kun je mooie wandelingen maken. We tuffen een prachtige inlet af die diep het land in gaat en waar we de enigen zijn. We overnachten daar in stilte en eenzaamheid. Via binnenwateren komen we de volgende dag in Hot Springs Cove aan. Daar maken we graag gebruik van om ons zelf weer eens grondig te ontzouten en op te frissen. Een bijzondere belevenis om in het bos tussen de rotsen in het hete water te liggen (terwijl het regent). We boffen dat we ook hier weer de enigen zijn omdat het al avond is. Het is een toeristische dagattractie vanuit Tofino. We ontmoeten op de ankerplaats een oude zeeman die zich afvraagt wat wij hier doen en die een bekende blijkt te zijn van Bob, de vriend die wij gaan bezoeken in een Sound verderop.

Bob's huis

Op 29 juni komen we aan in Nuchatlitz Provincial Park, waar Bob op een piepklein eilandje woont. Aan de noordkant van dit eilandje is een grote ankerbaai. Aan deze kant staan enkele huizen, Bob woont in zijn eentje aan de zuidkant. We moeten met de dinghy om het eiland heen varen en dat kan alleen met hoogwater. Hoe eenzaam wil je het hebben? Het blijkt wel dat Bob blij is met ons gezelschap, hij kletst ons de oren van het hoofd. Hij is zeer welbelezen en welbespraakt, een onderhoudend causeur. Hij woont in een zelfgebouwd huis, met schuren, een gastenhuis, groententuin en steigers, alles zelfgebouwd en aangelegd in de loop der jaren. Hij heeft een grote generator en een verwerkingsinstallatie voor faecaliën aangelegd, zodat hij een werkzaam toilet heeft. Voorheen had hij in Nuchatlitz met een neef een oesterfarm. Met de grote platte schuit waarmee hij de oesters naar Tahsis, de dichtst bij zijnde stad op Vancouver Island, bracht (drie uur varen) vervoerde hij ook alle bouwmaterialen. Tegenwoordig gaat hij eens in de twee weken naar Tahsis voor boodschappen, nu met zijn zelfgebouwde schip Nootka Rose.

      
Bob's view

De volgende dag staat hij al vroeg voor onze neus, samen met een buurvrouw, want ze willen ons de omgeving tonen en we kunnen bij laagwater het buureilandje bereiken vanwaar we een mooi uitzicht op de oceaan hebben. Het weer werkt mee en de omgeving is schitterend. Wij rennen niet zo hard over alle rotsen heen als Bob en Shannon en maken bovendien veel foto’s, dus als we terug gaan naar Bobs eiland staat de verbinding alweer onder water en we moeten door het water lopen. Gelukkig hebben wij onze onvolprezen XTRA TUFS aan, de visserslaarzen uit Alaska. Als we aan Bobs eettafel koffie zitten te drinken komt er een eindje verderop een beer rondscharrelen.

   
Snake

Tegen het keukenraam tikken geen roodborstjes maar hummingbirds. Het is een fantastische plek, maar erg eenzaam. Bob is de enige op het eiland die er full time woont. De laatste jaren gaat hij ’s winters een paar maanden naar Mexico, iets wat veel Canadezen doen. Even de winterdip bestrijden en bijtanken met zon en licht. Na een paar dagen nemen we afscheid van Bob en varen in één ruk naar het zuiden, naar San Francisco. Dat is 900 mijl, een week varen. De reden dat we veel minder tijd hebben besteed aan de westkust van Vancouver Island dan we gewild hadden, is dat ik (Maaike) de afgelopen maanden zoveel pijn in mijn been had gekregen dat we daar in Victoria naar hebben laten kijken. Er bleek een grote cyste in het wervelkanaal te zitten die op de zenuwbanen drukte. We kregen het advies om naar Nederland te gaan voor een operatie. Uit praktische overwegingen wilden we Madeleine in San Francisco achterlaten. Via via kwamen we in Emery Cove Marina terecht, waar we zeer hartelijk werden ontvangen en waar we Madeleine met een gerust hart achter konden laten. We wisten niet voor hoelang. Half juli waren we terug in Nederland, eind juli ben ik geopereerd en omdat alles voorspoedig verliep konden we op 10 oktober alweer terugkeren naar San Francisco.