Joomla Template by Create Website

Gunkholing in the Gulf Islands

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Juni 2018

Gunkholing is op je gemak in beschut water rondscharrelen en elke avond op een andere plaats je anker in de gunk (modder) laten zakken. Dat is precies wat we doen als we een rondje maken door de Gulf Islands (Canadees) en de San Juan Islands (Amerikaans). Deze eilandengroepen liggen in het zuidelijke deel van de Strait of Georgia, het water tussen Vancouver Island en het vaste land, ten zuiden van Vancouver. Voor veel zeilers uit de Vancouver, Victoria en Seattle area is dit het enige gebied waar ze komen. Je kunt er eindeloos rondvaren en ankeren, vele zomervakanties lang. Het is er prachtig, rustig en schoon. Het is beschut water, maar omdat er in tegenstelling tot de meer noordelijke gebieden geen hoge bergen zijn, kun je er ook zeilen. Er staat meestal aardig wat wind, noordwest of zuidoost. Als je goed rekening houdt met de stroom kun je leuke dagtochten uitzetten. Bovendien is het er relatief ondiep en bestaat de bodem voornamelijk uit modder en zand. Dat is nog eens wat anders dan de peilloze diepten naast de hoog oprijzende rotsen in Desolation Sound. Veel imposanter, maar voor een zeiler op den duur een beetje frustrerend, al dat gemotor. We zijn blij verrast als we weer eens spinnakers tegenkomen. En wat is er heerlijker dan na het uitgooien van de ankerketting direct een ruk te voelen als je de motor in de achteruit zet. Dat zijn zo de kleine genoegens geweest van onze laatste weken.

Na Jervis Inlet zijn we een paar dagen in Vancouver geweest. We lagen midden in de stad in Fisherman 's Wharf, alles onder voet- en fietsbereik.
De Canadese steden zijn ruim op gezet en prettig, de gebouwen niet spectaculair. De tuinen zijn vaak prachtig, niet zo stijf als je veelal in de US ziet. De openbare ruimtes zijn goed aangelegd en worden tiptop verzorgd. Op braakliggende stukjes grond worden vaak gemeenschappelijke tuinen aangelegd door buurtbewoners, met bloemen, kruiden en groenten.

In Victoria, de hoofdstad van British Columbia, op Vancouver Island, lagen we ook midden in de binnenstad, aan de voet van het beroemde Empress Hotel. Op mijn verjaardag hebben we daar in gepaste stijl (sophisticated smart casual is de dresscode) een high tea genuttigd. Victoria kent veel Engelse invloeden, je vindt er een overmaat aan pubs en biersoorten. Prachtige oude bakstenen gebouwen.
De meeste zeilers kijken wel verlangend als we vertellen dat onze volgende bestemming de westkust van Vancouver Island is. Dat is de ruige, onbedorven Pacific coast, waar het water ruw kan zijn en de wind niet altijd je vriend is. Maar meestal blijft het bij een hunkerende blik en wordt toch weer gekozen voor het veilige binnenwater, al dan niet onder het excuus van "vrouw en kinderen". Voor ons is het ook al weer even geleden dat we out in the oceaan waren, wij kijken er naar uit!

 

Jervis Inlet

Jervis Inlet, B.C.
12-14 mei 2018
 
Van Jervis Inlet naar Princess Louisa Inlet
De kustlijn van British Columbia is grillig begrensd door talloze inlets, oftewel fjorden. Jervis Inlet is met 46 mijl één van de langste fjorden die diep de kust in snijdt. Het wordt wel het koninklijke fjord genoemd, niet alleen door de namen die de Engelse ontdekkingsreizigers aan de verschillende trajecten hebben gegeven (Prince of Whales Reach, Princess Royal Reach, Queens Reach, Princess Louisa Inlet), maar vooral ook door de imposante natuur. Jervis Inlet is nergens breder dan 1-1,5 mijl en wordt begrensd door bergen die recht uit het water omhoog rijzen . De hellingen zijn dicht bebost en vanaf de besneeuwde toppen klateren watervallen naar beneden.
Voor de ingang van het laatste traject, Princess Louisa Inlet, bevinden zich de Malibu Rapids (stroomversnellingen). De inlet zelf is 5 mijl lang en hooguit 3/4 mijl breed. Het is een kloof die door gletsjers is uitgesleten in de granieten bergen die 1750 tot 2750 meter uit het water oprijzen. Het water is er 300 meter diep. Aan de kop van het fjord bevinden zich de imposante Chatterbox Falls waar het water met groot geweld woest naar beneden bruist.
Chatterbox Falls
Daarnaast zijn er tientallen andere watervallen van smeltend sneeuwwater. Princess Louisa Inlet wordt wel beschouwd als de heilige graal voor cruisers. Erle Stanley Gardner schreef in zijn Log of a Landlubber: There is no scenery in the world that can beat it. Not that I've seen the rest of the world, I don't need to. I've seen Princess Louisa Inlet. It's more than beautiful, it's sacred.
Frederick MacDonald bezat een stuk land in Princess Louisa Inlet waar hij in zijn eentje woonde. Aan het eind van zijn leven heeft hij dit land geschonken aan de Princess Louisa Society. Die was opgericht om het gebied rond Chatterbox Falls te beschermen, te bewaren en open te stellen voor volgende generaties. Op diverse plaatsen in BC is land opgekocht door miljonairs en privé gebied geworden, waar het publiek geen toegang meer heeft. Om MacDonald te eren is de plek waar zijn huis stond naar hem vernoemd. 
In de beginjaren van de vorige eeuw waren er talloze kleine nederzettingen in Jervis Inlet. Er werd hout gekapt en gevist. De mensen woonden er sterk geïsoleerd, want er is geen doorgaande vaart. Af en toe kwam er een schip met proviandering langs. Sinds de jaren vijftig zijn al deze kleine kampementen successievelijk verdwenen, zoals langs de hele kust van British Columbia. Nu woont er nog maar een handjevol mensen in Jervis Inlet. 
  
Chatterbox Falls

 Als wij Jervis Inlet gaan bezoeken is het stralend weer. Omdat de bergen zo hoog oprijzen en het water smal is, kan er nauwelijks gezeild worden. We hebben de hele dag de stroom mee en om 17.00 uur is het slack bij de Malibu Rapids: de vloedstroom staat stil en eb gaat beginnen. We kunnen er gemakkelijk door heen, samen met een paar andere boten. Wij gaan naar MacDonald Island, waar we de enigen zijn. Omdat het water te diep is om te ankeren liggen er moorings. We wagen ons even in het water, erg koud! De volgende dag varen we verder naar de Chatterbox Falls. Daar is een lange steiger aangelegd waaraan je kunt afmeren. De watervallen zijn enorm. Je kunt er in het bos een stukje naar toe wandelen, maar al gauw is het pad afgesloten: te gevaarlijk, de rotsen zijn te glibberig. Er zijn al diverse mensen verongelukt. We treffen daar onze reisgenoten van de dag tevoren en we worden hartelijk uitgenodigd voor een potluck op de steiger. Het blijkt een groep zeilers te zijn van dezelfde jachtclub die een weekendje uit zijn met elkaar. Een potluck is een gemeenschappelijke maaltijd waarbij iedereen iets te eten mee neemt. Ik maak snel een pasta bolognesa die gretig aftrek vindt.
Potluck steiger
De volgende dag moeten we om 4.00 uur vertrekken teneinde om 5.00 uur bij slack de Malibu Rapids weer te passeren. Dan hebben we de rest van de dag de stroom mee Jervis Inlet uit. Het is nog pikkedonker als we afvaren. De weerspiegeling van de donkere beboste bergen in het water maakt het zicht er niet beter op. Gelukkig is het om 5.00 uur voldoende licht geworden om de rapids te zien en er veilig doorheen te gaan. Een lange dag ligt voor ons waarin we diverse baaien invaren om rond te kijken en de sfeer te proeven. Ik heb een boek gelezen met verhalen van en over de mensen die hier in de vorige eeuw hebben geleefd en gewerkt en het is boeiend om al die plekken daadwerkelijk te zien. Weer hebben we het mooiste weer van de wereld. Dat draagt in hoge mate bij aan de beleving van dit unieke landschap. Inderdaad zou je het haast een mystieke ervaring kunnen noemen.

.

Terug in British Columbia

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Sinds september 2017 cruisen we in Desolation Sound, British Columbia, waar we vrienden hebben bezocht op Cortes Island. We zijn de hele winter in Nederland geweest en hebben Madeleine achtergelaten in de jachthaven in Campbell River op Vancouver Island, Canada. Naast de jachthaven bevindt zich Ocean Pacific Marine & Boatyard waar we in oktober al verschillende klussen hebben laten uitvoeren en die gedurende onze afwezigheid Madeleine in de gaten hield. Als het te hard ging vriezen werden er kacheltjes binnen gezet en na elke storm werden de landvasten gecontroleerd. Regelmatig kregen we een update omtrent haar wel en wee, zodat wij ons geen zorgen om haar hoefden te maken. Als wij op 1 april terugkomen ligt ze er dan ook netjes bij.

  
Haulout in Campbell River, B.C.

We hebben afgesproken dat Madeleine op 2 april uit het water getakeld wordt om de rompen de broodnodige verfbeurt te geven. De laatste keer dat er antifouling is aangebracht was in 2015 in Trinidad. In de tussenliggende periode was er geen geschikte gelegenheid om Madeleine uit het water te tillen.

 Ocean Pacific heeft een grote travellift waar ze in kan. Maar als wij daar ’s ochtends vroeg op 2 april aan komen kijken de liftboys toch wel even benauwd naar onze breedte. Of we wel eens eerder getakeld zijn, is hun vraag. Jawel, en we weten ook precies waar de hangbanden geplaatst moeten worden, dat staat gemarkeerd op de rompen. Tergend langzaam, heel precies, wordt Madeleine in de hangbanden gepositioneerd en voorzichtig een klein eindje opgehesen. De kraan is breed genoeg, maar het kanaaltje waar de kraan boven staat is maar net iets breder dan de boot. Het gaat allemaal prima en als Madeleine op de kant staat zien we hoe vies de onderkant is. In de tropen houdt Huib dat iedere week netjes bij door alle aangroeisels er af te schrobben, maar in deze streken is het water veel te koud om dat te doen. Vorig jaar heeft een duiker met een onderwater-hoge druk spuit de boot schoongespoten, maar daarmee verdween ook de laatste antifouling en dus de laatste bescherming tegen aangroei. Het kost de liftboys bijna drie uur om de onderkant schoon te spuiten. Vorig jaar hebben we weliswaar noodgedwongen veel moeten klussen, maar dat was uitsluitend aan het hydraulische systeem. De rest van het werk is blijven liggen. We hebben dus een enorme klussenlijst. De loopplank tussen de trampolines op het voordek vertoont scheuren. Die wordt er af gehaald en gerepareerd. De windmolenpaal is krom, die moet vervangen worden.

Nieuwe ophanging gangway brugdek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  De schroeven moeten schoongemaakt worden, de anodes vervangen en ga zo maar door. De eerste week is het rotweer met veel regen en wind en kou. Veel te koud om de rompen te verven. Na tien dagen – in onze planning zouden we maximaal deze tijd nodig hebben – is de gangway ophanging nog niet klaar. Omdat er een bootshow gepland staat voor dat weekend, waarbij het hele werfterrein vol gezet wordt met tenten en stands, moeten alle boten tijdelijk het water weer in. Wij hadden dus gehoopt klaar te zijn, maar dat is niet het geval. Voor een paar dagen liggen we in de jachthaven en dan worden we weer op de kant gezet. Een groot deel van de klussen kunnen we zelf doen en als we daar op een gegeven moment klaar mee zijn, dan ontkomen we niet aan het project watermaker.

PROJECT WATERMAKER

Toen Madeleine de vorige winter In Kodiak, Alaska, lag is onze watermaker bevroren. We merkten dat toen we bij het vullen van de watertank een enorm waterballet kregen uit de filterhuizen die kapot gevroren waren en uit elkaar knalden. We hadden dat niet onmiddellijk gezien, want de watermaker is netjes weggewerkt achter panelen. Met enige moeite konden we filterhuizen bestellen in Seattle, die naar Kodiak werden opgestuurd. De watermaker lekte daarna op een andere plek en korte tijd later werkte hij helemaal niet meer. Omdat onze watertank kapot was gegaan besloten we het er maar voor de time being bij te laten. We hadden na alle hydrauliekperikelen meer zin om te gaan varen dan om langer te klussen. Het hele seizoen hebben we ons prima gered met water uit jerrycans en het opvangen van regenwater. Toen in september vorig jaar de nieuwe watertank geïnstalleerd was, waren we het wel aan onze stand verplicht om het probleem opnieuw onder ogen te zien. We hadden inmiddels een hotline met de (Schenker) watermaker dealer in Nederland en die suggereerde dat de drukschakelaar op de pompen (je weet wel…) wel eens kapot gevroren zou kunnen zijn. We hadden foto’s gemaakt van waar het lekte en aan de hand daarvan stuurde hij ons nieuwe onderdelen op. Die arriveerden vlot en na vervanging van een kapotte endcap, een kapot klepje en een defecte schakelaar deed de machine het inderdaad. Maar nu gutste het water er op een hele andere plek uit! Inmiddels was het eind oktober geworden en tijd voor vertrek naar Nederland. Wij bezochten de dealer die ons aan de hand van een modelopstelling uitlegde hoe we de watermaker eenvoudig zelf uit elkaar konden halen, het lek opsporen en zo nodig bij hem nieuwe onderdelen konden bestellen. Deze klus hing als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. We overwogen zelfs om maar een hele nieuwe watermaker aan te schaffen, maar de prijs hield ons tegen.

Demontage watermaker

Dus op een dag heeft Huib de hele kast rond de watermaker gedemonteerd en met de foto’s die we bij de dealer hadden gemaakt in de hand, gekeken welke schroeven los gedraaid moesten worden. Dat ging verrassend gemakkelijk en na een enkele uren hield hij de koolstofbuis waarin de membraan (het werkzame deel van de watermaker) zit, in zijn handen. Daar bleek een gigantische scheur overlangs in te zitten. De dealer had nog gesuggereerd dat een scheurtje wel gerepareerd zou kunnen worden, maar dit was overduidelijk beyond repair. Opnieuw een bestelling richting Nederland. Binnen twee dagen was het onderdeel met DHL in Vancouver aangeland.

 

Vorstschade watermaker

Daar liet de douane het eerst een paar dagen op de plank liggen alvorens te informeren wat of hiermee moest en daarna duurde het nog ruim een week voordat het pakket in Campbell River werd afgeleverd. Afgelopen donderdag was het zover! We hadden de kast in gedemonteerde toestand gelaten, dus dat scheelde een hoop werk. Op vrijdag waren de nieuwe onderdelen gemonteerd en vol spanning zetten wij het apparaat aan. Het WERKTE en het LEKTE NIET! Pas de volgende dag en na een uur water te hebben gemaakt geloofden we het echt en durfden we de kast weer in elkaar te zetten. Het lijkt er dus op dat we dit seizoen niet alleen stromend water hebben, maar ook weer ons eigen lekkere water kunnen maken. Dus geen gesjouw meer met jerrycans en geen opsparen meer van elke melk- of frisdrankverpakking die we kunnen gebruiken voor de opslag van water.

Inmiddels is het ook hier lente geworden. De bloesembomen staan in volle bloei. Als de zon schijnt en je ziet op de achtergrond de besneeuwde bergtoppen dan is het een plaatje.

The Tequila Mockingbird Orchestra

Met onze vrienden van Cortes Island zijn we naar een optreden van de band van hun zoon Paul, The Tequila Mockingbird Orchestra, geweest en hebben zijn verjaardag gevierd. 

Drummer Paul Wolda

 

 

 

 

 

 

 

 

Huib & Ron Wolda

Toen we moesten wachten op de onderdelen hebben we hebben weer in hun baai voor anker gelegen en van daar uit diverse tochten door Desolation Sound gemaakt. We gaan merkbaar sneller door het water met zo’n schone bodem! Het is nu nog heerlijk rustig, dat schijnt na 1 juni wel anders te worden.

Desolation Sound

Op verzoek van onze buren die met hun boot naast ons op de werf stonden hebben we een presentatie over onze reis gegeven in de Campbell River Yacht Club. Op een ochtend werden we door het Nederlandse stel wat hier in de haven een toeristenbedrijf heeft snel in hun boot gezet om naar orka’s te gaan kijken. Die waren die ochtend hier in de buurt gespot. Dus naast alle klussen hebben we een goede tijd achter de rug. Het is hier zeer plezierig en de mensen zijn erg vriendelijk.Binnenkort vertrekken we uit Campbell River, de klussenlijst is vrijwel klaar. We gaan hier in de buurt nog wat rondvaren en zakken dan geleidelijk naar het zuiden af. Vóór 1 juni moeten we Canada verlaten hebben omdat onze permit dan verloopt. We gaan dan kort naar USA (San Juan Eilanden iets ten zuiden van Vancouver) om daarna weer naar Canada terug te gaan. We willen Victoria bezoeken en langs de westkust van Vancouver Island (Pacific side) naar het noorden varen. Ook daar willen we iemand bezoeken die in the middle of nowhere woont.

The Inside Passage III

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Canada, British Columbia, van Prince Rupert naar Cortes Island

In Prince Rupert hebben we een paar dagen mooi weer. We halen onze fietsen tevoorschijn, gaan zonder succes uit op een antenne voor de SSB radio en een telefoonabonnement en slaan groot in bij de supermarkt om voor de komende weken te provianderen.

 
Boodschappen

Tegen betaling van 10 dollar worden de boodschappen thuis bezorgd, dat wil zeggen aan dek gebracht! We ontmoeten Franse cruisers die we eerder tegenkwamen en eten gezellig bij hen aan boord. Samen vertrekken we op 30 augustus naar het zuiden. Het is dan slecht weer geworden. Er staat zoveel stroom en wind tegen, dat we na een paar mijl al ons anker uitgooien in een baaitje om het ergste weer voorbij te laten gaan. Na een paar uur kunnen we verder, naar Lawson Harbour. We zijn dan 21 mijl van Prince Rupert verwijderd. De Fransen varen nog een stukje verder naar een nederzetting met een steigertje, maar dat ziet er op de kaart zo petieterig uit dat wij ons daar niet aan wagen. De zoveelste zware depressie trekt over en de volgende dag blijven we noodgedwongen in Lawson liggen. We proberen nog even hoe het erbuiten is, maar als we met heel veel moeite een snelheid van 2 knopen kunnen halen keren we om. Daar gaan we onze tijd en diesel niet aan spenderen. Het wachten wordt beloond. We krijgen de wind in de rug en hoewel dat niet betekent dat je kunt zeilen in deze kronkelende wateren tussen de eilanden, scheelt dat wel in de snelheid. Op diverse trajecten begrijpen we niets van de stroomrichting. Te zien aan de snelheid staat de stroom mee, ook als de tabellen anders aangeven. Hoe dan ook, we profiteren ervan. Het weer wordt prachtig, zelfs heel warm.

Bella Bella zonsondergang

We hebben schitterende ankerplekken voor ons alleen en mooie zonsondergangen (de zonsopgangen gaan veelal aan ons voorbij). Halverwege onze tocht leggen we even aan in Bella Bella, een oude nederzetting, om diesel te tanken. Voor een paar dollar hebben we daar een uur internet, zodat we het thuisfront even kunnen laten weten waar we zijn en hoe we het maken. Verder hebben we geen communicatiemogelijkheden meer, want van onze onvolprezen Iridiumprovider in Nederland ontvingen we op 29 augustus een email dat per 1 september de oude simkaart zou worden vervangen door een nieuwe, die naar ons adres in Amsterdam zou worden gestuurd. Hoezo meedenken? 

 
Port Hardy, Vancouver Island, BC

Op 6 september moeten we de beruchte Cape Caution (what's in a name?) ronden. We komen uit Fitz Hugh Sound, moeten een stukje Queen Charlotte Sound oversteken om daarna Queen Charlotte Strait in te draaien. Dat is het vaarwater tussen Noord Vancouver Island en BC Mainland. Bij Cape Caution komen grote stromen uit diverse richtingen uit in de Sound en bij harde wind kan het daar spoken. Wij treffen het en tuffen over glad water. We vinden een schitterende beschutte maar niet al te royale ankerplaats en als 's avonds de wind opsteekt blijken we niet genoeg zwaairuimte te hebben. We komen te dicht bij de rotskust om een onbezorgde nachtrust te hebben en besluiten om alsnog weg te gaan. Het is dan bijna donker geworden, helemaal niet ideaal om in dit water op pad te gaan. Er drijven veel boomstammen rond omdat er veel houtkap is. We steken Queen Charlotte Strait over naar Port Hardy op Vancouver Island, zodat we in de haven kunnen aanleggen en niet in het donker ergens te hoeven ankeren. Het is een ingewikkelde situatie in de vissershaven van Port Hardy, maar dankzij de elektronische kaarten en onze koptelefoons lukt het om Madeleine veilig af te meren. Huib kan in het donker op de uitkijk staan om te zien hoe de werkelijkheid eruit ziet, terwijl ik er op de kaarten stuur. Van daar uit gaan we de Broughtons in. Dat is een eilandengroep tegen BC Mainland aan. Het is een zeer populair gebied waar we eindelijk weer eens wat andere boten tegenkomen. Helaas slaat het weer om, we hebben dagen achter elkaar stromende regen. Om die reden leggen we in Echo Bay aan waar 'Pierre' een resort heeft gebouwd. Meestal vermijden we dergelijke plaatsen, maar nu komt het goed uit. Het is een prima plek. Mooi opgezet, stevige steigers gebouwd op drijvende boomstammen, voorzien van elektriciteit en wifi. Omdat het seizoen voorbij is, is er helaas op zaterdagavond geen pig roast meer. Als we het bed helemaal kletsnat hebben laten regenen door een openstaand raampje ben ik heel blij met de wasmachine en de droger. Als je voor anker ligt, is de neus van de boot altijd in de wind en daarmee blijft het veelal droog in de kuip waar ons slaapkamerraam in uitkomt. Maar als je aan een steiger ligt kan de wind van alle kanten binnenkomen en dus ook in dat raam. Even vergeten.

Billy Proctor (85)

 

In Echo Bay woont de lokale beroemdheid en held Billy Proctor. Billy, nu 85 jaar, heeft zijn hele leven in dit gebied gewoond en gewerkt. Toen hij 7 jaar was verdronk zijn vader en met zijn moeder heeft hij jaren commercieel gevist. Op zijn achtste verkocht hij zijn eerste vis. Hij kent dit gebied als zijn broekzak en weet alles van de vissen, de zeehonden en de walvissen, hun gewoonten en hun gedrag. In de loop der jaren is er veel veranderd in de Broughtons. Vroeger leefden de mensen in kleine gemeenschappen, meestal in zogenaamde float houses. Dat zijn huizen die op boomstammen drijven en die in de zomer naar een plaats werden gesleept waar gevist werd en die ís winters naar een beschutte plaats werden teruggesleept.

Echo Bay, Billy's Museum

 

Overal waren kleine logging camps, waar op kleine schaal hout gekapt werd. Mensen moesten vergunningen aanvragen om te mogen vissen en om hout te kappen. Daarvoor mochten ze zelf een stukje kust uitzoeken wat hen geschikt leek. Deze bedrijvigheid zorgde voor werkgelegenheid ter plekke. In latere jaren kwamen er grotere vissersboten er van buiten, die op grotere schaal met grotere netten visten. Er werden prijzen gezet op zeehonden, zeeleeuwen en walvissen, omdat die viseters gezien werden als concurrenten voor de mens. Dit had tot gevolg dat deze dieren uit deze wateren verdwenen. De humpback whales werden geharpoeneerd en kwamen vele jaren lang niet meer terug. Tijdens Billy's leven zijn de ansjovis en de sardines door overbevissing verdwenen. Vroeger werd alleen in de winter op haring gevist, omdat ze in de zomer kuit schieten. Toen werd het seizoen uitgebreid naar de zomer, de boten en netten werden groter en na enkele zomers was ook de haring op. De vergunningen voor houtkap werden niet meer gegund aan de bewoners van de eilanden. Er kwamen grote bedrijven die grote stukken bos omkapten. Daardoor ontstonden er problemen voor de wilde zalm. De kleine logging camps kapten bomen vlakbij de kust, zodat de boomstammen gemakkelijk in het water vielen en vervoerd konden worden. De grote bedrijven kapten veel dieper land inwaarts en legden wegen en dammen aan om de stammen te vervoeren. Door de dammen kwamen rivierenmondingen waar de zalmen kuit schieten, droog te liggen. De eieren gingen verloren. Door erosie kwam veel grond en troep in de rivieren terecht, terwijl de jonge zalmen helder water nodig hebben. Rotsen werden met dynamiet opgeblazen ook tijdens het broedseizoen. Billy zag dat de eieren op 300 meter afstand van de explosie dood gingen. Er kwamen kwekerijen van Atlantische zalm en daarmee werden ziekten geïntroduceerd die de wilde zalmen besmetten. Grote delen van BC werden in de vijftiger jaren vanuit vliegtuigjes met DDT bespoten. De kleine vissers kregen het steeds moeilijker omdat hun nering verdween en de jonge mensen trokken weg uit de streek. In Echo Bay leefden indertijd 170 mensen, er was een school en een postkantoor. Nu wonen er nog maar 5 mensen. De school ging in 1995 dicht. Billy besefte dat het tijd was om actie te ondernemen, zette zijn verlegenheid over boord en begon brieven te schrijven naar het ministerie van visserij. Samen met lokale vissers zette hij een systeem op van kwekerijen voor wilde zalmen, vastbesloten om deze vissoort niet te laten uitroeien. De wilde zalm bleek namelijk al opgegeven te zijn door de officiele instanties. Nu, vele jaren later, wordt hij erkend als deskundige-bij-uitstek en heeft hij een plaats in beleidsoverleg. Hij schreef een reddingsplan voor de vissen. Wij bezoeken hem en zijn museum, waarin hij de voorwerpen die hij gedurende zijn hele leven uit de zee en op het strand heeft gevonden, heeft tentoongesteld. Een zeer innemende, bescheiden man met visie:


"A lot of people think they own things on this planet, but they are wrong, because we are just visiting for a short time and then we are gone... Everything was here before we came here, and I hope that everything will be here after we are gone." Billy Proctor
(lees ook Heart of the Rainforest, a life story, by Alexandra Morton & Billy Proctor)

 

 
Rapids

Als we verder gaan op weg naar onze (voorlopige) eindbestemming Cortes Island, wachten ons vijf zogenaamde rapids. Het water ten noorden en ten zuiden van Campbell River op Vancouver Island moet elk getij door nauwe doorgangen tussen de eilanden geperst worden, hetgeen imposante stroomversnellingen veroorzaakt. In Seymour Narrows bijvoorbeeld kan de snelheid van het water hierbij oplopen tot 14 knopen. Daarbij ontstaan ook gevaarlijke wervelingen en draaikolken waar je niet in terecht wilt komen. Het vergt dus zorgvuldige voorbereiding om op het juiste moment deze stroomversnellingen te passeren. Er is geen omweg, je moet er door heen. Gewapend met papieren en digitale tabellen gaan we aan het rekenen. We passeren tijdens halve maan, dat is gunstig want dan is het doodtij. Tijdens doodtij is het niveauverschil tussen eb en vloed minder groot dan bij springtij (zoals bij volle maan of nieuwe maan). Op sommige plaatsen scheelt dat wel vijf meter. Hoe minder water er passeert, hoe minder heftig de rapid. Je moet uitkienen dat je bij de kentering van het water, de overgang van eb naar vloed of omgekeerd, (slack) bij de rapid bent. Dan staat er de minste stroom in de ene of de andere richting. Per rapid verschilt het nog hoeveel tijd je aan weerszijden van de kentering hebt, het zogenaamde window. Natuurlijk is alles afhankelijk van het weer en van de eigenschappen van je boot.

Snelle Rakker

De supersnelle motorbootjes die je hier ziet rondscheuren hebben een groter window om er door heen te gaan dan wij met onze lage snelheid. Eerst moeten we nog een stukje Johnstone Strait passeren, ook een water met een slechte reputatie. Er komen veel snel stromende rivieren in uit en dat koude zoete water blijft op het warmere zoute water drijven. Deze bovenstroom kan de vloedstroom die de andere kant op staat volledig overrulen. Wij komen er met de tabellen niet uit. Het lijkt er op dat op de dag dat wij willen passeren er geen vloedstroom staat. De vloedstroom gaat naar het zuiden, dus die willen we graag mee hebben. 's Ochtends is de wind meestal nog niet zo hard, in de loop van de middag kan die behoorlijk aan trekken. We bereiden ons voor op 12 mijl buffelen tegen de stroom in, weliswaar met de voorspelling van wind in de rug, en gaan bij zonsopgang op pad. We motoren 3 kwartier de ankerbaai uit en komen om 7.45 uur in een spiegelgladde Johnstone Strait. Tot onze verbazing hebben we stroom mee, we gaan 5 knopen. Om 9.00 uur komt er een beetje wind, we hijsen de genua en maken 6 knopen. Om 9.30 uur ontstaan er kleine schuimkopjes, er staat 20 knopen wind en we gaan 7 knopen. Om 9.45 uur hebben we Johnstone Strait achter ons gelaten! Eerste hindernis genomen, we liggen ver voor op ons schema. Volgens planning zouden we de eerste rapids, Whirlpool genaamd, ís middags bij slack te passeren. We zijn er om 11.15 uur, een uur na de ochtend slack. Wat te doen? Het is schitterend weer, het is doodtij, durven we het aan of blijven we een paar uur dobberen voordat het weer slack is? We zetten de motoren een tandje harder en gaan. Gelukkig maar, want in 10 minuten zijn we er door heen en het valt reuze mee. Er staan wat wervelingen in het water en je moet goed sturen, maar dat is alles. We hebben de rest van de middag om naar de volgende rapids te gaan, die eigenlijk voor morgen op het programma stonden. We kunnen zeilen, maar doordat we nu de stroom tegen hebben komen we nauwelijks vooruit. Geeft niet, tijd zat. We moeten zelfs nog een uurtje voor anker gaan om de tijd tot het volgende slack te doden. Ook deze, Greene Point Rapids, nemen we zonder problemen. We zien hier het water zelfs amper bewegen, zo op tijd zijn we. Op veel plaatsen zijn de baaien en inhammen niet geschikt om te ankeren, omdat de rotsen steil in zee eindigen en het water tot vlak bij de kust erg diep is. Daar zijn veelal drijvende steigers gebouwd die tegen geringe vergoeding vrij toegankelijk zijn. We meren voor de nacht aan zo'n steiger af. De volgende dag moeten we 7 mijl varen voor we bij Dent Rapids zijn. Precies op slack gaan we daar door heen en zelfs dan staat er nog een aardige draaikolk in, Devil's Hole genaamd. Twee mijl verderop ligt de volgende doorgang, Gillard Passage. We hebben direct na Dent al flinke stroom tegen, maar in Gillard staat de stroom gelukkig nog een beetje mee. Ik laat me nog even afleiden door het gebrul van de zeeleeuwen die daar op de rotsen liggen en opgejaagd worden door een orca, een killer whale. Daardoor neem ik een bocht krapper dan ik gepland had, maar Neptunus is me goed gezind vandaag. Daarna komen we in de Yaculta Rapids die eindeloos lijken te duren omdat de stroom hier echt al gedraaid is. Maar ook hier geen enkel probleem.

 
Onze Canadese vrienden

Het is een schitterend gebied met resorts op de meest spectaculaire plekken. De watervliegtuigjes scheren af en aan langs ons heen. Om 13.00 uur is alles achter de rug, we tuffen in Calm Channel. Het is komisch dat je aan de naamgeving hier de gemoedstoestand kunt aflezen van George Vancouver en zijn mannen op hun ontdekkingsreis. Om 16.00 uur zijn we in Desolation Sound (captain Van had hier geen wind en dobberde 2 weken rond), een paradijselijk cruisersgebied waar onze vrienden Ron en Denise wonen, op Cortes Island. Om 17.00 uur liggen we aan de mooring voor hun deur in Tiber Bay. Een dag eerder dan gepland, zij het een jaar later!

 

 

The Inside Passage II

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Van Wrangell, AK naar Prince Rupert, BC, Canada

In Wrangell worden we in de nieuwe marina gelegd, een eindje van het plaatsje af. Het is er tamelijk verlaten, saai. Wij wimpelen de aangeboden walstroom af, die hebben we immers niet nodig met onze grote zonnepanelen. Na drie dagen regen moeten we de havenmeester toch om een aansluiting vragen, want er komt geen straaltje zon binnen.

 
Anan Bay: Black bear

Een paar uur varen van Wrangell ligt Anan Bay. Daar is een uitkijkpost gebouwd van waaruit je beren kunt observeren die daar in de rivier komen ‘vissen’. Je kunt er zelf heen varen en ankeren, maar dan moet je op eigen gelegenheid over het strand en door het bos naar de uitkijkpost lopen en dat in bear country. Dat is niets voor mij, dus wij gaan georganiseerd. Dat blijkt goed uit te pakken. We scheuren in een motorboot met 35 knopen in vijf kwartier naar Anan.

 

 
Anan Bay berengids

We hebben een gids die veel ervaring met beren heeft en die ons groepje (wij en drie dames uit Seattle) begeleidt, een groot geweer over zijn schouder. Als we naar de uitkijkpost lopen zien we diverse plekken waar de beren ons pad regelmatig kruisen. We krijgen de instructie om luid te praten en vóór elke bocht roept de gids hey bear! Er zijn gelukkig geen close encounters. Bij de rivier komen de beren rustig aanlopen, nemen hun positie aan de oever in en graaien met hun poten of hun bek de ene zalm na de andere uit het water. Het zijn slordige eters. Na een paar flinke happen is de rest van de vis voor de meeuwen en de adelaars.

Zalm vissers

Het is een indrukwekkend gezicht, die enorme dieren zo dichtbij. We zien diverse berenjongen, cubs. Op de uitkijkpost staan ook weer bewakers. Als er een beer te dichtbij komt of zijn poten op de balustrade legt, wordt hij weggejaagd. Nadat we dit gezien hebben zijn we heel blij dat we in gezelschap verkeren. We zouden daar niet graag met zijn tweeën hebben rondgescharreld. Onze gids vertelt dat hij inderdaad op de terugweg altijd veel minder moeite heeft om zijn groep bij elkaar te houden dan op de heenweg. Dan zijn sommigen nog wel eens nonchalant, maar na afloop is iedereen onder gepaste indruk en gemotiveerd om dicht bij elkaar te blijven.

Koptelefoon

In Wrangell worden op het postkantoor onze koptelefoons bezorgd. Toen we in Baranof Hot Springs aan de steiger lagen, legde daar een echtpaar in een motorboot aan. Dat ging heel soepel en we hoorden geen woord, terwijl hij binnen stond achter het stuur en zij buiten. Daar moest ik het mijne van hebben en wat bleek: zij communiceerden via koptelefoons. Dat is handig! Gewoon zachtjes fluisterend met elkaar praten tijdens manoeuvreren, ook als je elkaar niet kunt zien. We mogen ze uitproberen en de vrouw vertrouwt me toe it safes your marriage. Mijn idee. We noteren de leverancier en bestellen de koptelefoons bij de eerste de beste internet gelegenheid, in Petersburg, en laten ze naar onze volgende pleisterplaats sturen, Wrangell. Vol verwachting proberen we ze uit bij het afvaren in Wrangell en het aanleggen aan het fueldock. Geweldig. Geen stress, want je weet zeker dat de ander je goed verstaat en de juiste instructies geeft.

Het weer blijft hopeloos. Het regent dagen achter een. Voor de vis en voor het land is dat goed, want er zijn voor de tweede zomer op rij enorme bosbranden aan de kust van British Columbia. Maar voor ons maakt het de prachtige omgeving met al zijn groen wel wat somber. We tuffen verder naar Ketchikan, onderweg een dag doorbrengend in Meyers Chuck omdat het stormt. Omdat we Ketchikan niet bij daglicht kunnen halen gaan we een paar mijl ten noorden ervan voor anker. Onze uitgekozen plek blijkt een privé jachthaven te zijn en we mogen niet aan de steiger blijven liggen. We ankeren op een tamelijk onbeschutte plek en als we ‘s avonds het weerbericht ophalen blijkt dat er een diepe depressie over komt. We besluiten om alsnog naar Ketchikan te gaan. Het is inmiddels donker geworden. Het vaarwater wat we door moeten, Tongass Narrows, kent diverse ondiepten en rotspartijen, waarschijnlijk niet voor niets Danger Islands genaamd. Als ons een visser passeert gaan we vlug achter hem aan. Hij ziet onze manoeuvre en roept ons op via de marifoon om te informeren of het onze bedoeling is om achter hem aan te varen. Als we dat bevestigen reduceert hij zijn snelheid drastisch en leidt ons langs de gevaarlijke plekken. Pas nadat hij gecheckt heeft of wij weten hoe we verder moeten zet hij er weer de sokken en gaat naar zijn eigen overnachtingsplaats. In stromende regen komen we in Ketchikan’s marina aan. Het ligt er mudvol, maar tot onze opluchting zien we één vrije plek vlak bij de ingang. Met onze koptelefoons op lukt het keurig om Madeleine in dit pokkenweer aan de steiger te vlijen zonder onze buren te wekken.

 
ms Nieuw Amsterdam in Ketchikan, AK

Ketchikan is erg toeristisch, maar desondanks leuk. Er zijn vier terminals voor enorme cruiseschepen. Als wij er zijn liggen er twee cruisers van de Holland America Line, de Nieuw Amsterdam en de Eurodam, naast twee andere. Er zijn 9700 toeristen in het stadje! Het oude centrum is gelegen rond de kreek waarin de zalm stroomopwaarts zwemt om te gaan kuit schieten. Door de stroomversnellingen is dat een flinke prestatie. Als ze eenmaal in rustig water zijn aangeland liggen ze met duizenden stil in het water. Hoe langer je kijkt hoe meer je er ziet.

 

Ketchikan is onze laatste aanlegplaats in Alaska. We kunnen niet geloven dat we geen formaliteiten hoeven te vervullen bij het verlaten van de USA, maar de douane die we steeds telefonisch consulteren (je moet je melden op elke plaats waar je aankomt) verzekert ons dat we gewoon weg kunnen varen en dat ze al decennia geen stempels meer in paspoorten geven. Je moet direct naar Prince Rupert in Canada varen (94 mijl) en je daar bij de Canadese douane melden, ook telefonisch. We krijgen toestemming om één nacht onderweg te ankeren, ofwel in Alaska, ofwel in Canada, omdat we deze afstand niet bij daglicht kunnen afleggen. We varen om 6.00 uur af, als het een beetje licht gaat worden, om maximaal de stroom mee te hebben. Het is bewolkt en regenachtig, maar in de middag breekt de zon een beetje door. Van Amerikaanse cruisers hebben we een mooie ankerplek aangeraden gekregen, net over de Canadese grens.

...Canada

De volgende dag kunnen we zowaar een heel stuk zeilen als we wind en stroom mee hebben. Diezelfde cruisers hebben ons op een kruipdoor sluipdoor route gewezen om Prince Rupert te bereiken, zodat we niet een heel eind om hoeven te varen. We komen in de middag aan en na enige moeite dringen we telefonisch tot de douane door en klaren in. We krijgen een nummer wat we zichtbaar moeten ophangen en dat is alles. We mogen hier een half jaar blijven.